Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting cytologie cel II prof. Van Hengel

Beoordeling
4,3
(3)
Verkocht
10
Pagina's
26
Geüpload op
31-12-2017
Geschreven in
2017/2018

Samenvatting van partim cytologie van cel II. Jaar (prof. Van Hengel). Bevat alles wat in de lessen is gezegd wat op de ppt (haar cursus) staat. 26 bladzijden, vaak verduidelijking met een figuur. Voor het examen leer ik alleen nog maar dit. Succes!

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting cytologie cel II (2017-2018)
Hoofdstuk 1: inleiding & techniek

a) Prepareren en observeren van cellen en weefsels
- Doel: cellen observeerbaar maken voor LM of EM
- Probleem: weefsel laat weinig licht/elektronen door & weinig contrast
- Oplossing: dun snijden en voldoende contrast aanbrengen

1) Fixeren
• Probleem: weefsel uit normale in vivo  afbraakenzymen actief  degradatie
• Oplossing: denaturatie van EW (enzymen stoppen)
o Koude fixatie: bevriezen van weefsel in vloeibare N2 (snel)
o Chemische fixatiemiddelen:
- EW cross-linken met formol, formaldehyde en glutaraldehyde
- EW neerslaan = precipiteren met alcohol of aceton
• Gevolg: enzymreacties worden gestopt & structurele componenten bewaard
• Nadeel: artefacten = veranderingen die tijdens fixatie zijn ontstaan
(structuurveranderingen (ontstaan lacune) of verplaatsing v componenten)

2) Inbedden
• Wat: gefixeerde materiaal omwikkelen en doordringen met inbedmiddel
• Inbedmiddel:
o substantie die in het weefsel indringt
o substantie die hard wordt
o materiaal snijdbaar in coupes (dunne plakjes)
o paraffine (meest gebruikt,LM), hars, plastics (EM)
o inbedmiddel = hydrofoob
 krijg je niet in weefsel want > 60% H2O  H2O onttrekken (dehydratatie)
 reeks alcoholbaden (30-50-70-90%, absolute ethanol)
 water vervangen door ethanol  clearing met tolueen (alcohol verwijderen)
(tolueen is mengbaar met alcohol en hydrofobe inbedmiddel)

• Alternatief: ‘alternatieve’ inbedmiddelen= hydrofobe harsen waarop hydrofiele groepen
zitten en hydrofiele inbedmiddelen MAAR: minder stabiel en inferieure morfologie

3) Snijden
• Ingebed in paraffine (LM)
o Vrij zacht
o Coupes max. 10 m dik (10.10-6m), (doorlaatbaar voor licht)
o Verwarmd tot 55°C: smelt, indringen in weefsel (veel epitopen bewaard)
o Makkelijk uit weefsel weg etsen
o Snijden met microtoom uitgerust met stalen messen
o Coupes op glazen draagglas

• Ingebed in hars, plastics (EM)
o Harder
o Coupes max. 70 nm dik (70.10-9m), (doorlaatbaar voor elektronen)
o Polymerisatie hars: 60-65°C


1

, o Meeste harsen moeilijk uit weefsel weg te etsen
 minder geschikt voor immuunkleuringen
o Snijden met microtoom uitgerust met diamanten/glazen messen
o Coupes op metalen (Cu,Ni) roostertjes = grids

4a) Kleuren (LM)
• LM
o Wit licht: spectrum van golflengtes (kleur)
o Contrast in coupes laag  kleuren
o Kleurstoffen: (vaak) waterige oplossingen
o Coupes worden gedeparaffineerd (tolueen) (‘2e clearing’)

• Routinekleuring (voor LM) = haematoxyline-eosine
o Gebaseerd op aanwezigheid zure (-) en basische (+) bestanddelen
✓ Kern veel zure groepen (DNA, RNA, NISSL stof)
✓ Cytoplasma veel basische groepen (eiwitten met IEP bij basische pH-waarden)
o Kleurstoffen zelf:
✓ Kationische (+) basische kleurstof (H) reageert met zure (-) bestanddelen  blauw
✓ Anionische (-) zure kleurstof (E) reageert met basische (+) bestanddelen  rood/oranje
o Basofiel/eosinofiel:
✓ Basofiel = weefselcomponent reageert met + kleurstof = H  blauw
✓ Eosinofiel = weefselcomponent reageert met – kleurstof = E  rood/oranje
o Toegepast op de cel
✓ Kern > DNA en RNA (- geladen)  H (+, basische kleurstof)  blauw
✓ Cytoplasma > EW bij pH= 6 (+ geladen)  E (-, zure kleurstof)  oranje/rood
(blauwe korreling in cytoplasma  ribosomen > rRNA en ribosomale EW)

• Cytochemie
o Proteïnen (eiwitten)
✓ Polymeren van AZ
✓ Basisstructuur AZ




✓ Zure (COO-) en basische (NH3+) , overmaat afhankelijk van pH en IEP
✓ pH= 6/7: EW vooral + geladen  eosine (oranje)
o Nucleïnezuren (DNA/RNA)
✓ Nucleotide > pentose, base en fosfaatgroep
✓ Neg. lading, vooral in kern  haematoxyline (blauw)
o Koolhydraten (suikers)
✓ Polysacchariden, enk. of samengest.
✓ Metachromasie:
Probleem: suikers lossen op in waterig fixatief  gedeeltelijk verloren bij dehydratatie
Oplossing: stof bij fixatief toevoegen neerslag koolhydraten
Gevolg: kleurbaar met kationische kleurstof (H)  kleuromslag v/d kleurstof (vw: dichte
schikking van – groepen) (gekleurde object krijgt andere kleur dan de gebruikte kleurstof)
Voorkomen: kraakbeen en mastcellen

o Lipiden (vetten)
✓ Vetzuren: Cn H2n+1 COOH
✓ Lossen op in alcohol  niet kleurbaar volgens HE-routine
✓ EM: OsO4 als bijkomend fixatief (grote affiniteit voor vetzuren) (osmium tetroxide)




2

, 4b) Contrasteren (EM)
• EM
o Elektronen w versneld (1 λ)
o Geen kleuren
o λ buiten bereik vd gevoeligheid vh menselijk oog
o contrasteren = verhogen vd densiteitsverschillen dmv zware metalen (<-> HE bij LM)
• OsO4: - reeds bij fixatief
- affiniteit voor membranen (vetten)
• Uranylacetaat: - reageert met fosfaat en aminogroepen
 nucleïnezuren (DNA/RNA) en EW Contrasteringsvloeistof
• Loodcitraat: - reageert met – groepen (uranyl- & loodcitraat)
 nucleïnezuren (DNA/RNA)


 structuren waar metalen opzitten zijn donker
 metalen zorgen vr ‘scatter’ vd elektronen die bijgevolg niet bijdragen tot de beeldvorming

b) Specifieke kleurtechnieken

1) Indifferente kleurstoffen:
 kleuren vetten aan
(vetten moeilijk te kleuren want lossen bij standaardkleuring op in alcoholbaden)
 bv. oil red kleuring (rood)

2) Immunohistochemische kleuring:
 met antilichamen (Ig): herkennen bepaalde EW
 aan Ig: fluorescerend EW of goudpartikel

 Immunocytochemische kleuring
o bv. met DAB
 Immuno- goud kleuring (EM)
o AL met een goudpartikel  EM
o Bv. Ig tegen catalase= anti-catalase hieraan goud hangen, nu kan je peroxisomen (catalase) lokaliseren
 Immunofluorescentie (LM)
o We proberen cel te kleuren maar de cel is gesloten (AL kan enkel op antigenen (AG) vh buitenste
celoppervlakte binden), kan niet door de plasmamembraan diffunderen  gaten maken in membraan
 AL binnenbrengen  interne antigenen detecteren met AL
o AL met fluorochroom (> fluor)  LM
o INDIRECT: je hangt aan je 1e AL een 2e AL met fluorescerend deeltje
o DIRECT: je hangt aan je 1e AL het fluorescerend deeltje
o (bv. met AL tegen GLUT-2 = anti GLUT 2, hiermee GLUT-2 aantonen (fluorochroom aan anti GLUT-2))
 Toepassing muco (cystic fibrosis):
o Mutatie CTFR-gen
o Lokalisatie van dit EW via immunohistochemische kleuring
o CTFR zou apicaal moeten zijn, bij muco zit dit veel meer in de cel
o Gemuteerd CTFR wordt niet meer naar de apicale kant van de cel gebracht, blijft in cytoplasma en wordt
hier snel afgebroken  minder CFTR en niet meer apicaal

3) Enzymkleuringen:
 activiteit enzymen aantonen: gebruik van een voor het enzym specifiek substraat => vorming neerslag

4) Autoradiografie:
 histologische techniek metabolische activiteit visualiseren: radioactief gemerkte precursoren ingebouwd,
coupes maken, contact met fotografische emulsie
 aan weefsel/cel een radioactief AZ hangen EW w radioactief




3

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
31 december 2017
Bestand laatst geupdate op
14 januari 2018
Aantal pagina's
26
Geschreven in
2017/2018
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

Beschikbare oefenvragen

€3,99
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 10 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 3 reviews worden weergegeven
1 jaar geleden

2 jaar geleden

2 jaar geleden

Dank je wel! Veel succes met cel 2!

4 jaar geleden

4,3

3 beoordelingen

5
1
4
2
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
SamenvattingenGeneeskundeGent Universiteit Gent
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
112
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
70
Documenten
22
Laatst verkocht
9 maanden geleden

3,5

4 beoordelingen

5
1
4
2
3
0
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen