H38 Reproductie van bloeiende
planten
p. 874 t/m 893
H38.1 Een Haplodiplontische levenscyclus
De levenscyclus van bloeiende planten bestaat uit twee fases, een haploïde fase (n) en een
diploïde fase (2n). De diploïde fase bestaat uit een sporofyt, welke haploïde sporen maakt
d.m.v. meiose. De sporen worden gedeeld door mitose en vormen gametofyten. Deze
produceren vervolgens de ei- en zaadcellen, welke bij bevruchting samenkomen tot een
diploïde zygote.
De Sporofyt is de bloem, deze bestaat uit
verschillende onderdelen waaronder:
- vruchtblad (carpel) (megasporofyl)
- stempel (stigma)
- stijl (style)
- ovarium (ovary)
- meeldraad (stamen) (microsporofyl)
- helmhokje (anther)
- helmdraad (filament)
- Kroonbladeren (petals)
- Kelkbladeren (sepals)
- vruchtbeginsel (receptacle)
De naam stamper wordt gebruikt voor een of meerdere versmolten megasporofyllen.
Niet elke bloem werkt zoals hierboven uitgelegd staat. Sommige bloemen zijn incompleet, ze
hebben dan vaak geen kelk- of kroonbladeren. Verder zijn er verschillende bloeiwijzen, zoals
een zonnebloem, met honderden incomplete bloemen omringd door kroonbladeren.
bestuiving
De overdracht van pollen van helmhokje naar stempel noemt men bestuiving. Dit gebeurt
d.m.v. wind, water of dier. Bij bestuiving door wind worden enorme hoeveelheden pollen
geproduceerd om te compenseren voor de hoeveelheid die ermee verloren gaat. De meeste
angiospermen zijn afhankelijk van dieren.
planten
p. 874 t/m 893
H38.1 Een Haplodiplontische levenscyclus
De levenscyclus van bloeiende planten bestaat uit twee fases, een haploïde fase (n) en een
diploïde fase (2n). De diploïde fase bestaat uit een sporofyt, welke haploïde sporen maakt
d.m.v. meiose. De sporen worden gedeeld door mitose en vormen gametofyten. Deze
produceren vervolgens de ei- en zaadcellen, welke bij bevruchting samenkomen tot een
diploïde zygote.
De Sporofyt is de bloem, deze bestaat uit
verschillende onderdelen waaronder:
- vruchtblad (carpel) (megasporofyl)
- stempel (stigma)
- stijl (style)
- ovarium (ovary)
- meeldraad (stamen) (microsporofyl)
- helmhokje (anther)
- helmdraad (filament)
- Kroonbladeren (petals)
- Kelkbladeren (sepals)
- vruchtbeginsel (receptacle)
De naam stamper wordt gebruikt voor een of meerdere versmolten megasporofyllen.
Niet elke bloem werkt zoals hierboven uitgelegd staat. Sommige bloemen zijn incompleet, ze
hebben dan vaak geen kelk- of kroonbladeren. Verder zijn er verschillende bloeiwijzen, zoals
een zonnebloem, met honderden incomplete bloemen omringd door kroonbladeren.
bestuiving
De overdracht van pollen van helmhokje naar stempel noemt men bestuiving. Dit gebeurt
d.m.v. wind, water of dier. Bij bestuiving door wind worden enorme hoeveelheden pollen
geproduceerd om te compenseren voor de hoeveelheid die ermee verloren gaat. De meeste
angiospermen zijn afhankelijk van dieren.