Integrale beveiliging
Hoofdstuk 3: meldingen en stuurinformatie
Inleiding deel 2:
Appelman maakt gebruikt van de MOBEC-maatregelen
meldingen/stuurinformatie, organisatorisch, bouwkundig, elektronisch en
communicatie& bewustwording. Hierdoor komt de klassieke methode van de focus
op techniek meer op de achtergrond te staan, wat een goede ontwikkeling is.
Hoofdstuk 3:
Algemeen:
Het is makkelijk om beveiliging op basis van statistiek en kostenbatenanalyses
stuurbaar te maken. Hiertoe moeten we registreren en info verzamelen. Met deze
info kunnen we onderbouwen waarom, waar en welke maatregelen nodig zijn om
herhaling te voorkomen.
De kritische meetindicatoren:
Om de voorkomende incidenten te kunnen omzetten naar stuurinfo is een
meetinstrument noodzakelijk. Dit zou het meetinstrument ook een
incidentenregistratie of SMIS genoemd kunnen worden. Het gaat hierbij om dat
voorkomende incidenten gestructureerd vastgelegd worden, waarbij kritische
meetindicatoren voor beveiliging apart gelogd worden. Kritische meetindicatoren
beantwoorden de vragen:
1) Van welk type is het incident?: incidenten moeten worden gegroepeerd. Zo
wordt elk incidenttype een meldtype genoemd. binnen het meetinstrument
kan zo gemonitord worden welke meldtypen de meeste meldingen kennen.
Afname aantal meldingen binnen meldtype kan erop duiden dat maatregelen
succesvol zijn. Op basis van meldtypen ontstaan grafieken, overzichten en
rapporten. Een meldtype is een label dat wordt toegekend aan het incident dat
heeft plaatsgevonden om hem later terug te kunnen vinden in de database
van het meetinstrument.
2) Wat is er gebeurd? Het wat bestaat uit een beschrijving van het
voorgekomen incident. Het wat is terug te vinden in het gekozen meldtype.
3) Waar is het gebeurd? De locatie van het incident geeft bruikbare info. In veel
gevallen zou men bij managementinfo willen kunnen inzoomen. In jaarverslag
wil men overizicht van hoofdlocaties tonen. Bij het treffen van maatreglen wil
men binnen een specifieke vestiging kunnen inzoomen; op welke etage? Enz.
4) Wanneer is het gebeurd? Tijdstip is 4e kritische meetindicator voor integraal
security management. Tijdstip kent vele analysemogelijkheden: kijk je naar
jaar, maand, weken of dagen.
5) Waarom is het gebeurd (oorzaak)? Oorzaak is noodzakelijk om te weten om
herhaling te voorkomen. Als dezelfde oorzaken steeds terugkomen en
schades oplopen is dat goed argument om tot maatregelen te komen.
6) Wie waren erbij betrokken? Door dossier te maken van de veroorzakers kan
een overzicht gemaakt worden van alle incidenten en schades die personen
op hun naam hebben staan.
Hoofdstuk 3: meldingen en stuurinformatie
Inleiding deel 2:
Appelman maakt gebruikt van de MOBEC-maatregelen
meldingen/stuurinformatie, organisatorisch, bouwkundig, elektronisch en
communicatie& bewustwording. Hierdoor komt de klassieke methode van de focus
op techniek meer op de achtergrond te staan, wat een goede ontwikkeling is.
Hoofdstuk 3:
Algemeen:
Het is makkelijk om beveiliging op basis van statistiek en kostenbatenanalyses
stuurbaar te maken. Hiertoe moeten we registreren en info verzamelen. Met deze
info kunnen we onderbouwen waarom, waar en welke maatregelen nodig zijn om
herhaling te voorkomen.
De kritische meetindicatoren:
Om de voorkomende incidenten te kunnen omzetten naar stuurinfo is een
meetinstrument noodzakelijk. Dit zou het meetinstrument ook een
incidentenregistratie of SMIS genoemd kunnen worden. Het gaat hierbij om dat
voorkomende incidenten gestructureerd vastgelegd worden, waarbij kritische
meetindicatoren voor beveiliging apart gelogd worden. Kritische meetindicatoren
beantwoorden de vragen:
1) Van welk type is het incident?: incidenten moeten worden gegroepeerd. Zo
wordt elk incidenttype een meldtype genoemd. binnen het meetinstrument
kan zo gemonitord worden welke meldtypen de meeste meldingen kennen.
Afname aantal meldingen binnen meldtype kan erop duiden dat maatregelen
succesvol zijn. Op basis van meldtypen ontstaan grafieken, overzichten en
rapporten. Een meldtype is een label dat wordt toegekend aan het incident dat
heeft plaatsgevonden om hem later terug te kunnen vinden in de database
van het meetinstrument.
2) Wat is er gebeurd? Het wat bestaat uit een beschrijving van het
voorgekomen incident. Het wat is terug te vinden in het gekozen meldtype.
3) Waar is het gebeurd? De locatie van het incident geeft bruikbare info. In veel
gevallen zou men bij managementinfo willen kunnen inzoomen. In jaarverslag
wil men overizicht van hoofdlocaties tonen. Bij het treffen van maatreglen wil
men binnen een specifieke vestiging kunnen inzoomen; op welke etage? Enz.
4) Wanneer is het gebeurd? Tijdstip is 4e kritische meetindicator voor integraal
security management. Tijdstip kent vele analysemogelijkheden: kijk je naar
jaar, maand, weken of dagen.
5) Waarom is het gebeurd (oorzaak)? Oorzaak is noodzakelijk om te weten om
herhaling te voorkomen. Als dezelfde oorzaken steeds terugkomen en
schades oplopen is dat goed argument om tot maatregelen te komen.
6) Wie waren erbij betrokken? Door dossier te maken van de veroorzakers kan
een overzicht gemaakt worden van alle incidenten en schades die personen
op hun naam hebben staan.