1.1 Informatieverwerking in de hersenschors
Primaire schors:
Signaleren via horen, voelen en zien.
Hersenbeschadiging beperkt zich zelden tot de primaire schors.
Secundaire schors:
Gnosis = herkennen.
Tertiaire schors (associatieschors)
Verzorgt synthese. Doorzien van de situatie, verband leggen der dingen.
Bij motoriek is het een omgekeerd proces. De tertiare schors speelt een rol bij de keuze van de
adequate handeling, de secundaire schors bevat handelingsprogramma’s (praxis), het uiteindelijke
opdrachtsignaal voor de uitvoering van de behandeling ontstaat in de primaire motorische schors.
Primair neurologische stoornissen:
- Verlamming (parese)
- Gevoelsstoornis (anesthesie)
- Gezichtsveldstoornis (hemianopsie)
Neuropsychologische stoornissen (cognitieve stoornissen)
- Problemen met taal (afasie)
- Handelingsonvermogen (apraxie) en planningsproblemen (executieve stoornissen)
- Herkenningsstoornissen (agnosie)
- Geheugenstoornissen (amnesie) en aandachtsstoornissen
Psychologische stoornissen/veranderingen
- Gedrag
- Stemming
- Persoonlijkheid
1.2 Context
Het kan zijn dat alles goed functioneert in de revalidatieinstelling, maar dat er thuis of op het werk
problemen ontstaan. Het is daarom noodzakelijk om de problemen die zijn ontstaan door een
hersenbeschadiging, zoveel mogelijk te analyseren en aan te pakken in zijn eigen context (familie,
werk, hobby’s).
, 1.3 Gevolgen van stoornissen (voorbeeld: werk)
Neurologisch Neuropsychologisch Psychologisch
(Elementaire) Parese Afasie Depressie
functie
activiteit Lopen Communicatie Onderneemt niets
Participatie Laden en lossen Overleg met klanten Verliest intresse in
winkel
Sociaal systeem Echtgenote Klanten zijn Winkel failliet: dorp
overbelast gefrustreerd of boos heeft geen bakker
meer
1.4 Nieuwe zwakke en sterke kanten
Door een hersenbeschadiging ontstaan nieuwe sterkte en zwakke punten. Ook kan het zijn dat sterke-
en/of zwakke punten worden versterkt.
AS 1: Links – rechts
Leasie linker hemisfeer Lease rechter hemisfeer
Afasie, sociaal isolement Linkszijdig neglect, ruimtelijke desoriëntatie
Patiënt is terughoudend, voorzichtig Patiënt is snel en impulsief
Zelfonderschatting Zelfoverschatting, bagatelliseert problemen
Geen woorden, maar daden Geen daden, maar woorden
Neigt tot depressie Neigt tot euforie
Catastrofe reactie Brokkenmaak-gedrag
‘’Globale aanpak’’ Detail-gericht, moeite geheel te overzien
AS 2: Voor – achter
De voorzijde van de hersenen is vooral betrokken bij motoriek en actie handelen.
De achterzijde houdt zich meer bezig met sensoriek en perceptie waarnemen.
Laesie aan de voorzijde
- Er kan een parese zijn
- Veranderende persoonlijkheid
- Initiatiefloosheid
- Desorganisatie van gedrag (afleidbaar, niet flexibel zijn)
Laesie aan de achterzijde
- Vaak senorische stoornissen (horen, zien, voelen)
- Sensorische stoornis kan soms door motoriek gecompenseerd worden
- Grip op omgeving is verstoord (je weet niet meer waar je je bevindt, je begrijpt niet wat er
gebeurd)
AS 3: Mediaal – lateraal
Mediaal gelegen gebieden spelen vooral een rol bij spontaan gedrag, d.w.z. gedrag dat op eigen
initiatief wordt ondernomen.
Laterale contextgebieden worden meer ingezet stimulus-respons gedrag, d.w.z. situatief bepaald
gedrag, inspelen en reageren op de omgeving.
Iemand met een mediale laesie kan (in een extreem geval) volkomen willoos zijn, maar wel reageren
op prikkels of antwoorden op vragen. Functioneert tijdens therapie en revalidatie goed, maar thuis
onderneemt hij/zij niks.