Praktijk Fysio
Week 1
Wanneer moet een patiënt eerst langs de huisarts? Rode vlaggen
Hoelang heb je al last van je (schouder?)
Fractuur:
- Trauma opgelopen?
- (Letten op leeftijd)
o Zwelling? (Botbreuk te zien?)
- Functieverlies
Metastaseren (uitstateren)
- Misselijkheid/moe? Gevoel van algehele malaise
- Geen ophoudende klachten met oefeningen (constant aanwezig)
- Ongewenst afgevallen
- Neemt bij bewegen pijn af of niet?
- Zit er eventueel (kanker) ziektes in uw voorgeschiedenis
Ontsteking
- Koorts?
- Pijn (druk) op de borst (longen) Pneumonie
Hart long problematiek: benauwdheid/pijn op borst
Ernstige neurologische tekenen
- Tintelingen en doofheid
o (Uitstraling beide armen of 1 arm)
- Uitstraling (schietende pijn!!)
- Spierkrachtverlies doordat er geen pijn meer geleverd kan worden (Kan komen door
pijn)
Radix = zenuwen (mv. Radi) in je nek
Arm zenuwen = Nevus brachialis, nevus radialis, nevus unlaris, nevus medianus
Verminderde mobiliteit door pijn: je gebruikt de arm minder door de pijn.
Verminderde mobiliteit door radix: pijn in de distale einden minder bewegen doordat het
niet lukt
Bewegingsbeperking door spieren of gewricht
PROM om te kijken als het aan spieren ligt, wanneer PROM veel groter is dan AROM ligt het
aan spieren, (wel vragen hoe het voelt, want kan nog wel aan gewricht liggen)
Prognostische factoren:
- Langdurige aanwezige stress
- Depressieve stemming je ziet vaak wel aan iemand als hij of zij depressief is. Je kunt
ook een vragenlijst inzetten.
, - Irreële ‘beliefs’ (pijn gerelateerde vrees) denken dat de behandeling niet gaat
werken hoe zie je de behandeling zitten?
- Catastroferen (denken in rampscenario’s) denken dat je klacht toch nooit meer over
gaat hoe ziet u zelf de klacht?
- Een lage tevredenheid met de werksituatie wat doe je voor werk en wat vind je
ervan?
- Afnemende belasting enerzijds en toenemende beperkingen in activiteiten en
participatieproblemen anderzijds zijn er dingen die je eerder altijd wel kon doen
die je nu niet meer kan doen of alleen met moeite kan doen?
Hoe komt een patiënt aan de prognostische factoren?
Pijn beïnvloeden
- Trainen om de belastbaarheid te verhogen
- Adviseren en informeren over strategieën om te bewegen
- Massage
- Bewegen binnen een pijnvrije range of motion, je komt net steeds bij de rand van
pijn/geen pijn, daardoor verplaatst die grens steeds
- Passief angulair bewegen; passief bewegen
- Actief angulair; laten bewegen
4a model:
Arbeidsinhoud: Het soort taken dat de medewerker moet verrichten, de mogelijkheden die
het werk biedt om iets te leren, de ruimte ie men krijgt om zelf de werkwijze te bepalen of
meer essentiële beslissingen te nemen over het werk
Arbeidsomstandigheden: omgevingsfactoren tijdens het werk, de lichamelijke belasting die
met de uitvoering van het werk gepaard gaat, de mate van veiligheid en bescherming tegen
ongevallen.
Arbeidsvoorwaarden: afgesproken regelingen waaronder de arbeid moet worden
gepresteerd. Dit slaat niet alleen op de verloning in ruil voor de arbeidsprestatie, maar ook
op de arbeidstijden, de contactvorm, de opleidings- of promotiemogelijkheden
Arbeidsverhouding: sociale klimaat in de onderneming, de mogelijkheden tot inspraak en
medezeggenschap, de onderwerpen die daarbij aan bod komen en de wijze waarop deze
verhoudingen gestalte krijgen.
Vragen die je kan stellen bij het 4a model:
Wat voor werk doe je?
Hoe veel werk je?
Wat je doet op het werk?
Hoe is het contact met je collega’s? (Herstel belemmerend)
Zijn er activiteiten die je niet meer kan doen die je eerder wel kon?
- Wat doe je als je last hebt? (Rust nemen, gewoon door gaan)
Week 2
Ruptuur: scheur in je spier
Dyplofinac: ontstekingsremmer met een pijnstiller
Oxidocon: soort morfine
Week 1
Wanneer moet een patiënt eerst langs de huisarts? Rode vlaggen
Hoelang heb je al last van je (schouder?)
Fractuur:
- Trauma opgelopen?
- (Letten op leeftijd)
o Zwelling? (Botbreuk te zien?)
- Functieverlies
Metastaseren (uitstateren)
- Misselijkheid/moe? Gevoel van algehele malaise
- Geen ophoudende klachten met oefeningen (constant aanwezig)
- Ongewenst afgevallen
- Neemt bij bewegen pijn af of niet?
- Zit er eventueel (kanker) ziektes in uw voorgeschiedenis
Ontsteking
- Koorts?
- Pijn (druk) op de borst (longen) Pneumonie
Hart long problematiek: benauwdheid/pijn op borst
Ernstige neurologische tekenen
- Tintelingen en doofheid
o (Uitstraling beide armen of 1 arm)
- Uitstraling (schietende pijn!!)
- Spierkrachtverlies doordat er geen pijn meer geleverd kan worden (Kan komen door
pijn)
Radix = zenuwen (mv. Radi) in je nek
Arm zenuwen = Nevus brachialis, nevus radialis, nevus unlaris, nevus medianus
Verminderde mobiliteit door pijn: je gebruikt de arm minder door de pijn.
Verminderde mobiliteit door radix: pijn in de distale einden minder bewegen doordat het
niet lukt
Bewegingsbeperking door spieren of gewricht
PROM om te kijken als het aan spieren ligt, wanneer PROM veel groter is dan AROM ligt het
aan spieren, (wel vragen hoe het voelt, want kan nog wel aan gewricht liggen)
Prognostische factoren:
- Langdurige aanwezige stress
- Depressieve stemming je ziet vaak wel aan iemand als hij of zij depressief is. Je kunt
ook een vragenlijst inzetten.
, - Irreële ‘beliefs’ (pijn gerelateerde vrees) denken dat de behandeling niet gaat
werken hoe zie je de behandeling zitten?
- Catastroferen (denken in rampscenario’s) denken dat je klacht toch nooit meer over
gaat hoe ziet u zelf de klacht?
- Een lage tevredenheid met de werksituatie wat doe je voor werk en wat vind je
ervan?
- Afnemende belasting enerzijds en toenemende beperkingen in activiteiten en
participatieproblemen anderzijds zijn er dingen die je eerder altijd wel kon doen
die je nu niet meer kan doen of alleen met moeite kan doen?
Hoe komt een patiënt aan de prognostische factoren?
Pijn beïnvloeden
- Trainen om de belastbaarheid te verhogen
- Adviseren en informeren over strategieën om te bewegen
- Massage
- Bewegen binnen een pijnvrije range of motion, je komt net steeds bij de rand van
pijn/geen pijn, daardoor verplaatst die grens steeds
- Passief angulair bewegen; passief bewegen
- Actief angulair; laten bewegen
4a model:
Arbeidsinhoud: Het soort taken dat de medewerker moet verrichten, de mogelijkheden die
het werk biedt om iets te leren, de ruimte ie men krijgt om zelf de werkwijze te bepalen of
meer essentiële beslissingen te nemen over het werk
Arbeidsomstandigheden: omgevingsfactoren tijdens het werk, de lichamelijke belasting die
met de uitvoering van het werk gepaard gaat, de mate van veiligheid en bescherming tegen
ongevallen.
Arbeidsvoorwaarden: afgesproken regelingen waaronder de arbeid moet worden
gepresteerd. Dit slaat niet alleen op de verloning in ruil voor de arbeidsprestatie, maar ook
op de arbeidstijden, de contactvorm, de opleidings- of promotiemogelijkheden
Arbeidsverhouding: sociale klimaat in de onderneming, de mogelijkheden tot inspraak en
medezeggenschap, de onderwerpen die daarbij aan bod komen en de wijze waarop deze
verhoudingen gestalte krijgen.
Vragen die je kan stellen bij het 4a model:
Wat voor werk doe je?
Hoe veel werk je?
Wat je doet op het werk?
Hoe is het contact met je collega’s? (Herstel belemmerend)
Zijn er activiteiten die je niet meer kan doen die je eerder wel kon?
- Wat doe je als je last hebt? (Rust nemen, gewoon door gaan)
Week 2
Ruptuur: scheur in je spier
Dyplofinac: ontstekingsremmer met een pijnstiller
Oxidocon: soort morfine