Opbouw onderwijseenheid is alleen voor P1. Je hebt hierover een schriftelijke toets in periode 1.
Studiemateriaal
- boeken: ‘volmondige zorg’ en ‘inleiding gerontologie en geriatrie’
- collegestof via BB
- websites: Landelijke Richtlijn Mondzorg, Verenso, 2007(
www.zorgvoorbeter.nl/ouderenzorg/mondzorg-richtlijnen.html ). Implementatie pakket Mondzorg.
UNO-Vumc, 2011. (https://www.vumc.nl/afdelingen/UNO/OverigeUnoProjecten/9288170/
Goed het boek lezen!!!! (geriatrie en gerodontologie), bijvoorbeeld voor ziektebeelden welke bij
ouderen meer voorkomen.
Stage: gaat plaatsvinden in P2, 3 of 4. Je wordt altijd gekoppeld aan een medestudent, dus altijd met
een ander. Maatschappelijke stage: vanuit de opleiding. Ingangseisen stage: theoretische toets
behaald, patiëntenbehandeling jaar 2, ADL practicum gevolgd.
Handleiding implementatie mondzorg in zorginstelling is de handleiding voor de stage, deze komt
vanaf P2 op BB. In die handleiding staat:
- waarin word je getoetst
- welke producten moet je afleveren? Stagewaardering 3014B342B (beoordeeld door
stagebegeleider, diegene is waar je op sollicitatie gaat en je contactpersoon, dit is een o/v/g. Als dit
een voldoende is, pas dan kun je je product inleveren) en implementatie mondzorg in zorginstellingen
3014BA341A (dit is iets waar de instelling mee geholpen is, een extraatje waarbij de mondzorg daar
geholpen wordt. Stel dat je in een instelling komt en de helft van de clienten heeft een prothese wat slecht
onderhouden wordt, dan kan je ervoor kiezen om voorlichting te geven aan de begeleiders over reiniging van
deze protheses. Dit kan jij bijvoorbeeld doen, en jouw partner kan een folder daarvoor maken ). Na de
stageperiode moet je over je leermomenten presenteren en over je product + wat jouw meerwaarde
was.
Alles gaat via onstage!
OE kwetsbare medemens = periode 1 – theorie toets
Stage = P2,3,4
Het is 7 dagen in 1 periode (1 dag in de week)
Gerodontologie 1
Lesdoelen
1. je kunt welzijn uitleggen
2. je kunt het begrip kwetsbare medemens uitleggen
3. je kunt uitleggen welke soort zorg er verleend wordt in het verpleeghuis
4. je kunt diverse soorten zorg benoemen
5. je kunt de belangrijkste taken van de mondhygiënist in het verpleeghuis benoemen
, Kwetsbare medemens…..
- ouderen
- verslavingszorg
Emoties, jezelf beter leren kennen, empathische communicatie proactieve houding omdat het ene
huis wat verder is met mondzorg dan de andere.
Voorbeeld vraag: belangrijkste taak van de mondhygiënist in het verpleeghuis? coachend (palliatief of
educatief niet!). Je gaat namelijk de verzorgende begeleiden. Je gaat niet aan de slag met
instrumenten.
Patiënten die je in het verpleeghuis tijdens de stage kunt vinden:
- PG bewoners: psychogeriatrische patiënten = mensen met dementie
- GRZ bewoners: revaliderende mensen – bijvoorbeeld kapotte heup of herstellend van een CVA
- geriatrische bewoners met somatische klachten = mensen met een heup aandoening bijvoorbeeld
Kwetsbare mensen: mensen met verminderde regie/verlies aan regie over het eigen leven met
veelzijdige hulp- en zorgvraag.
- (geven van) zorg: bekommeren om gezondheid (lichamelijk en psychisch)
- welzijn: zekere mate van materiële en immateriële tevredenheid
‘Oudere mensen krijgen minder wensen’.
Verschillende soorten zorg
- eerste lijn/extra muraal: zorg buiten de muren van een zorginstelling. Voorbeeld: verpleging of
verslavingsproblematiek. Daarbinnen wordt allerlei soorten zorg gegeven zoals huishoudelijke hulp of
verzorging. Wijkzorg geeft dit bijvoorbeeld. Iemand kan dus naar de zorgverlener toe gaan, maar de
zorgverlener kan ook naar hen toe gaan.
- intramurale zorg: binnen de muren (van een zorginstelling), dat duurt 24 uur. Dit wordt gegeven
voor mensen met hoge zorgzwaarte (zorgzwaarte wordt later beschreven). Deze mensen hebben veel
zorg nodig, zoals psycho-geriatrische of geriatrische revalidatie zorg.
Er vindt een verschuiving plaats van intramuraal naar extramuraal in de zorg. Er wordt namelijk een
aanspraak gedaan op mantelzorg. Dit zorgt ervoor dat zorghuizen minder mensen in dienst gaan
hebben terwijl mensen die in een tehuis geplaatst worden die juist veel zorg nodig hebben (want
mensen die minder zorg nodig hebben blijven juist nog thuis). probleem.
- transmurale zorg/ketenzorg: combinatie van deze twee zorgen, dus mensen die een
multidisciplinaire zorg en aanpak nodig hebben. Voorbeeld: iemand met een lichamelijke
aandoening.
- ambulante zorg: Wanneer de zorgverlener naar iemand toe gaat voor een behandeling of
begeleiding, waarbij geen opname vereist is. Dit is een tegenstelling van intramurale zorg.
Bijvoorbeeld thuiszorg of een diabetes verpleegkundige die naar het huis gaat.
- curatieve zorg: zorg die gericht is op herstel van een patiënt. Dit verlenen wij.
- somatische zorg: zorg voor iemand met een lichamelijke/somatische aandoening, zoals de ziekte
van Parkingson.
- palliatieve zorg: zorg voor laatste levensfase, gericht op kwaliteit van leven, niet meer op herstel!
(gaat niet meer om curatie, maar om welbevinden). Dan kun je bijvoorbeeld naar een hospice.
Hospice is een huis voor mensen in het laatste stukje van een leven, als je niet thuis kunt overlijden of
niet in het ziekenhuis. Daar hoef je niet meer dingen te doen voor herstel. Bij palliatieve zorg hoort
ook het toedienen van morfine en slaapmedicatie, maar ook psychologische zorg.