Kunt diverse verschijningsvormen van dementie opnoemen.
Het ontstaan van dementie verklaren.
Kunt de invloed van dementie op diverse onderdelen van het cognitief functioneren
uitleggen.
Kent het meetinstrument waarmee de mate van dementie wordt vast gesteld.
Kunt de kenmerken van de 4 stadia van dementie opnoemen.
Je kunt de term Belevingsgericht zorg uitleggen.
Je weet op welke wijze je het beste met dementerende mensen kunt communiceren.
Je weet op welke wijze je met agressief gedrag bij dementeren kunt omgaan.
Je kent het Morele dilemma in de zorg voor dementerenden.
Je kent een aantal vrijheidbeperkende maatregelen.
Je kent de wettelijke basis voor vrijheidbeperkende maatregen.
Mensen met dementie tonen ‘ontregeld gedrag’: mensen kunnen agressief zijn. Met name in
stadium 1.
Je hebt verschillende domeinen/gebieden waarin mensen niet goed kunnen functioneren.
Mensen met dementie vertonen ontregeld gedrag (zoals agressiviteit). Ga daarom soms met een
Demensie = verworven persisterende (altijd blijvende) stoornis van het mentale
functioneren in tenminste twee cognitieve domeinen, dat ernstig genoeg is om dagelijks
leven te beïnvloeden.
Domeinen waarop dementie van toepassing kan zijn:
- geheugen - organiseren/uitvoerende functies
- afasie/taal - gedrag
- apraxie/handelen - onzekerheid
- agnosie/(her)kennen - prikkelbaarheid
Alzheimer = meest voorkomend voorbeeld van dementie
De temporale kwab zorgt voor coderen, opbergen en ophalen van informatie. Deze kwab
zorgt voor het korte- en lange termijngeheugen. Deze kwab gaat geleidelijk kapot. Daarom
doet bij dementie het korte termijngeheugen het niet meer. Dit komt door ophoping van
eiwitten (plaques). Hoe kun je met zo iemand contact maken? Meepraten over zijn/haar
verleden. Je kunt geen nieuwe herinneringen meer aanmaken.
Door de plaques gaan de hersenen atrofiëren: de hersenen gaan krimpen. De plaques gaan zitten
tussen de neuronen waardoor informatie niet doorgegeven kan worden. De grijze stof van de
hersenen neemt af.