Oefenvragen verslavingszorg
Met antwoorden
Dit zijn geen officiële oefenvragen, deze oefenvragen zijn zelf
samengesteld.
door Kim de Haan
, 1. Juist of onjuist:
1. Marihuana heeft een ontregelende werking op het bewustzijn.
2. GBH heeft een stimulerende werking op het bewustzijn.
a. 1 is juist 2 is onjuist
b. 1 is onjuist 2 is juist
c. beiden zijn juist
d. beiden zijn onjuist
2. Het verschijnsel dat je steeds meer nodig hebt van een stof om hetzelfde effect te bereiken is:
a. Snelheid
b. Tolerantie
c. Onthoudingsverschijnselen
d. Craving
3. Deze stof heeft een dempende werking op het bewustzijn.
a. Cocaïne
b. MDMA
c. Heroïne
d. Ritalin
4. Factoren die het risico op een verslaving vergroten zijn:
a. Snelheid, onthoudingsverschijnselen, nieuwsgierigheid en craving.
b. Tolerantie, craving, sociale problemen en nieuwsgierigheid.
c. Snelheid, tolerantie, craving en onthoudingsverschijnselen.
d. Snelheid, tolerantie, sociale problemen en onthoudingsverschijnselen.
5. Als een vrouw 15-35 eenheden alcohol per week drinkt is ze een:
a. episodisch excessieve drinker
b. overmatige drinker
c. gematigde drinker
d. excessieve drinker
6. Een man is een excessieve drinker als hij:
a. Maximaal 21 eenheden alcohol per week drinkt.
b. 22-50 eenheden alcohol per week drinkt.
c. 15-35 eenheden alcohol per week drinkt.
d. Meer dan 50 glazen alcohol per week drinkt.
7. Juist of onjuist?
1. Op korte termijn slaap je slechter van alcohol.
2. Over de risico’s van GBH op lange termijn is nog weinig bekend.
a. 1 is juist 2 is onjuist
b. 1 is onjuist 2 is juist
c. beiden zijn juist
d. beiden zijn onjuist
8. Een gameverslaving leidt tot:
a. Minder zin in seks en slechtere schoolprestaties.
b. Een gelukkig leven en veel sociale contacten.
c. Slechtere schoolprestaties en veranderend sociaal gedrag.
d. Overgewicht en meer zin in seks.
Met antwoorden
Dit zijn geen officiële oefenvragen, deze oefenvragen zijn zelf
samengesteld.
door Kim de Haan
, 1. Juist of onjuist:
1. Marihuana heeft een ontregelende werking op het bewustzijn.
2. GBH heeft een stimulerende werking op het bewustzijn.
a. 1 is juist 2 is onjuist
b. 1 is onjuist 2 is juist
c. beiden zijn juist
d. beiden zijn onjuist
2. Het verschijnsel dat je steeds meer nodig hebt van een stof om hetzelfde effect te bereiken is:
a. Snelheid
b. Tolerantie
c. Onthoudingsverschijnselen
d. Craving
3. Deze stof heeft een dempende werking op het bewustzijn.
a. Cocaïne
b. MDMA
c. Heroïne
d. Ritalin
4. Factoren die het risico op een verslaving vergroten zijn:
a. Snelheid, onthoudingsverschijnselen, nieuwsgierigheid en craving.
b. Tolerantie, craving, sociale problemen en nieuwsgierigheid.
c. Snelheid, tolerantie, craving en onthoudingsverschijnselen.
d. Snelheid, tolerantie, sociale problemen en onthoudingsverschijnselen.
5. Als een vrouw 15-35 eenheden alcohol per week drinkt is ze een:
a. episodisch excessieve drinker
b. overmatige drinker
c. gematigde drinker
d. excessieve drinker
6. Een man is een excessieve drinker als hij:
a. Maximaal 21 eenheden alcohol per week drinkt.
b. 22-50 eenheden alcohol per week drinkt.
c. 15-35 eenheden alcohol per week drinkt.
d. Meer dan 50 glazen alcohol per week drinkt.
7. Juist of onjuist?
1. Op korte termijn slaap je slechter van alcohol.
2. Over de risico’s van GBH op lange termijn is nog weinig bekend.
a. 1 is juist 2 is onjuist
b. 1 is onjuist 2 is juist
c. beiden zijn juist
d. beiden zijn onjuist
8. Een gameverslaving leidt tot:
a. Minder zin in seks en slechtere schoolprestaties.
b. Een gelukkig leven en veel sociale contacten.
c. Slechtere schoolprestaties en veranderend sociaal gedrag.
d. Overgewicht en meer zin in seks.