Samenvatting Sociaal Werk jaar 1
CLAIRE JULIEN
Sociaal Werk jaar 1
,Week 1 : Democratie en Politiek
Als sociaal werker kom je op voor de rechten en belangen van kwetsbare groepen, de mensenrechten zijn het
uitgangspunt.
Democratie en politieke vertegenwoordiging
Vormen van democratie wijzen altijd naar: Het volk kan kiezen of het volk kan gekozen worden. Hierbij gaat het
om het besturen van een land waarbij de wil van het volk meegenomen moet worden.
Veel landen noemen zich democratisch maar kunnen daar iets anders mee bedoelen;
Duitsland: Na WOII in 2 delen gesplitst: DDR -> Duitse democratische republiek, geregeerd door
communistische Sovjet-Unie.
China: Noemt zichzelf een Volksrepubliek -> Dus een democratisch land
J.L. Talmon gebruikte voor dit verband de (paradoxale) term: Totalitaire democratie. Uit het verlichtingsdenken
van de achttiende eeuw noemde hij 2 soorten vormen van democratie
(Empirisch) Liberale variant: wil vrijheid terugzien in politieke besluitvormingsprocedures. Vrijheid is er
al. Vrijheid is een middel. (b.v. Europa, VS, Australië)
Totalitaire of messianistische variant: wil beeld van ideale samenleving d.m.v. politieke middelen
doorvoeren. Het draait om het controleren. Vrijheid is beperkt en onvolledig. Vrijheid is een doel. (b.v.
na Franse revolutie: Maximilien de Robespierre -> zijn visie was de enige. EN Voormalige Sovjetunie,
China, Cuba)
Allebei de vormen hebben vrijheid als ideaal. In Nederland: Liberale democratie met totalitaire trekjes.
We kunnen pas van een democratie spreken als:
Als de uiteindelijke macht uitgaat van de burgers zelf
Als die macht volgens vastliggende regels wordt uitgeoefend (in de wet)
Als daarbij individuele rechten van burger worden gerespecteerd (vrijheid van
vereniging/meningsuiting)
De overheid ziet het als hun taak om de burgers te beschermen (politiemacht), of risico’s (sociale zekerheid),
maar de overheid heeft zoveel macht dat ze nooit zomaar kunnen handelen zonder wet. De burger moet dus
ook beschermd worden tegen de overheid.
Wat is het verschil? Bij totalitair speelt er een ideologie mee.
Basiskenmerken van de democratie
Het sociaal contractbegrip (gebruik van ons kiesrecht. Verantwoordelijk naar elkaar)
Regels en procedures/ rule of law (Overheid is gebonden aan; Grondwet)
Respect voor individuele rechten
Meten van de democratie -> Rol van vrije pers. Organisatie Freedom House kijkt in landen of
basisrechten en vrijheden gerespecteerd worden en beoordeeld naar aanleiding daarvan de
democratie van het land. (Bijzonder is dat machtige landen als Rusland en China slecht scoren)
Een onderzoek van Amartya Sen met hulp van Jean Drèze onderzocht waarom er in India geen hongersnoden
meer zijn geweest na de onafhankelijkheid van het land in 1947. Aangezien andere Aziatische landen als China
en Bangladesh wél last hadden van hongersnoden. Volgens Sen en Drèze hebben hongersnoden niet te maken
met beschikking tot voedsel, maar juist wél met inkomensverdeling en basisrechten. De regering van India
ondernam actie bij kans op hongersnoden.
Democratie kan ook bekeken worden als een praktijk, als een reeks instellingen en procedures die in één lijn
lopen met de wensen en de verwachtingen van de bevolking.
Vertegenwoordiging: De bevolking bestuurt niet zelf. Dat gebeurt door een vergadering die de politieke
gemeenschap vertegenwoordigt. (politieke vertegenwoordiging)
1
, Agent en principal: Bij dit vertegenwoordigingsproces is van belang te weten hoe, volgens welke regels
en principes, die politieke vertegenwoordiging gevormd wordt. Agent is de vertegenwoordiger en de
instelling die vertegenwoordigt de principal.
Delegatie: vertegenwoordiger krijgt strikt mandaat en moet altijd ruggespraak plegen (gaat uit van
wantrouwen) Een reeds bij wet toegekende bevoegdheid wordt door het orgaan overgedragen aan een
ander orgaan, uit redenen van b.v. efficiency. De wet bepaald of men delegeren mag.
Mandaatsysteem: Vertegenwoordiger draagt boodschap over, mandaat om voor of tegen te stemmen.
Als deze ineens verandert omdat er nieuwe beweging komt in een stelling moet boodschapper terug
naar land om nieuw mandaat te krijgen
Vertrouwen: Bij een vertegenwoordiging in vertrouwen (trustee) krijgen afgevaardigden wél de ruimte
om zelf te beslissen op welke wijze de belangen van de principal het beste behartigd kunnen worden.
Zij krijgen een ruime opdracht mee; ze mogen n.a.v. het debat hun stem veranderen. (In 1814 verbod
op ruggespraak. Afgevaardigden krijgen verbod om te overleggen met kiezers.)
Attributie: Als het overheidsorgaan zijn wetgevende bevoegdheid rechtstreeks uit een artikel uit de
(grond)wet haalt. De wetgever maakt een wet waar een wetgevende bevoegdheid toegeschreven
wordt aan een orgaan bij WET. (Voorstaande voorbeelden krijgen toestemming voor maken AVV’s)
Partijmandaat: gaat uit van vertrouwen. Vertegenwoordigen van scala aan verwachtingen vereist
dialoog. In praktijk stemt de kiezer dan op een partij.
Algemeen belang: een belang van een politieke gemeenschap in geheel
Moderne politiek heeft een territoriale basis. De volksvertegenwoordiging vertegenwoordigt de politieke
gemeenschap van een territorium, maar dat wil niet zeggen dat individuele vertegenwoordigers handelen met
dezelfde territoriale logica. (Staten-Generaal vertegenwoordigt niet alleen kiezers maar heel het Nederlandse
volk)
Twee soorten democratieën:
Representatieve/vertegenwoordigende democratie: Een representatieve of indirecte democratie is een
regeringsvorm waarbij de bevolking een aantal vertegenwoordigers kiest die het bestuur uitvoeren.
Nadeel: Zekere mate van vertekening. Niet de gehele bevolking, maar een klein deel ervan zetelt in het
parlement.
Directe democratie: Directe democratie of rechtstreekse democratie is een bestuursvorm waarbij
burgers zelf direct invloed uitoefenen op het wetgevingsproces zonder vertegenwoordiger. (Het
referendum.)
Nadeel: Er kunnen vormen van ongelijkheid optreden. Rijken ervaren sprekers zullen zwaarder
meewegen dan jonge armere sprekers. Ook is het moeilijk om correctiemechanismen aan te brengen.
Referendum: Een volksraadpleging of referendum is het voorleggen van een vraag met betrekking tot wetgeving
aan de kiesgerechtigden in een land of een bepaald gebied. Dit voorleggen gebeurt door een bepaalde overheid
(alleen handig voor eenvoudigere ja/nee vragen)
Bindend referendum: De uitvoerende macht zet zichzelf er van tevoren toe aan verplicht de
uitgekomen beslissing van het referendum uit te voeren.
Adviserend referendum: De uitvoerende macht kan alsnog de uitkomst van een referendum negeren/
naast zich neerleggen.
Eigen vertegenwoordigers: Elke groep moet een vertegenwoordiger hebben in het parlement. (b.v. Een jongere
politici kan niet zomaar dingen uitmaken voor ouderen. Er moet dan ook een oudere politici in het parlement
komen. OOK: meer vrouwen in het parlement!)
Paritaire democratie: Er wordt evenveel politieke macht uitgevoerd door vrouwen als door mannen.
Afspiegeling: Het parlement moet een afspiegeling vormen van de bevolking in het algemeen. Alle
maatschappelijke groepen hebben recht op een eigen vertegenwoordiging (jonge mensen, ouderen,
etnische/culturele minderheden etc.)
Montesqiueu (verdeelde alle machten voor een evenwicht)
1. Rechtsprekende macht
2. Wetgevende macht
2