Vignet 1
Leerdoel 1: Wat is een depressie? (Ontstaan, kenmerken)
Abramson (2002). Cognitive vulnerability-stress models of depression in self-regulatory
and psychological context.
Geschiedenis depressie: vooral veel onderzoek na 1970. De cognitieve aanpak werd populair,
cognitieve theorie Beck: negatieve automatische gedachten triggeren depressieve symptomen.
Seligman stelde een theorie van aangeleerde hulpeloosheid en depressie op waarbij
oncontroleerbare en negatieve gebeurtenissen een rol spelen.
Krachten achter de cognitieve aanpak:
- Het stijgen van informatieverwerking aanpakken en sociale cognitie (fundering).
- Onderzoekers demonstreren dat cognitieve processen emoties beïnvloeden. Specifieke
inhoud van gedachten produceren specifieke emotionele reacties.
- Psychoanalytische theorieën verliezen populariteit door ontestbaarheid.
- Verklaringen vanuit gedrag alleen voldeden niet meer.
Hopeloosheid theorie & theorie Beck: de betekenis of interpretatie die mensen geven aan
hun ervaringen beïnvloeden op belangrijke wijze of iemand depressief wordt en of ze
herhaalde, zware of lange episodes of depressie zullen krijgen.
Hopeloosheid theorie: de verwachting dat een er gewilde uitkomst niet optreedt of erg
aversieve uitkomsten zullen optreden en dat iemand niks aan de situatie kan veranderen
-hulpeloosheid – is een oorzaak van depressieve symptomen syndroom van hopeloosheid
depressie.
Symptomen: verdriet, verwachte initiatie vrijwillige reacties, suïcide, lage energie, apathie,
psychomotorische retardatie, slaapafwijkingen, slechte concentratie, stemmings-verergerde
negatieve cognities.
Oorzaak: negatieve levensgebeurtenissen zijn occasion setters voor hopeloosheid. 3 soorten
inferenties bij negatieve gebeurtenissen zijn gelinkt aan hopeloosheid en daaropvolgende depressie:
- Causale attributies: attributies aan stabiele en algemene oorzaken.
- Afgeleide consequenties: leiden tot negatieve consequenties.
- Afgeleide karakteristieken zelf: worden gezien als implicatie van waardeloosheid.
Is de attributie intern, stabiel, algemeen hopeloosheid, lage eigenwaarde, afhankelijkheid
depressie.
Beïnvloedende factoren:
- Informationele cues (consensus, consistentie, onderscheidenheid informatie).
- Individuele verschillen cognitieve stijl.
- Omgevingsfactoren (sociale support > adaptieve inferentie feedback).
, Cognitieve kwetsbaarheid-stress component: negatieve cognitieve stijlen zijn een cognitieve
kwetsbaarheid en negatieve levensgebeurtenissen zijn de stressor.
Beck’s theorie: maladaptieve zelf schema’s met dysfunctionele attitudes (met thema’s zoals
verlies, inadequaatheid, falen, waardeloosheid) zijn een cognitieve kwetsbaarheid voor
depressie. Vaak: mijn geluk hangt van iemand anders af of van goedkeuring.
Negatieve gebeurtenis activatie schema’s specifieke negatieve gedachten (automatische
gedachten) = pessimistische kijk zelf, wereld, toekomst (cognitieve triade) symptomen
depressie.
Dit is ook weer een kwetsbaarheid-stress model: zonder negatieve gebeurtenis geen activatie
van de schema’s.
Beïnvloedende factoren:
- Individuele verschillen waarderingen gebeurtenissen.
Vergelijking theorieën:
Gelijkenissen:
- Benadrukken rol cognitie in ontstaan en behoud depressie.
- Cognitieve kwetsbaarheid hypothese.
- Rol mediatie (bijvoorbeeld: individuele verschillen).
- Erkennen heterogeniteit depressie + subtype door mediatie cognitie.
Verschil:
- Cognitief proces: operaties cognitieve systeem theorie Beck: ander proces, ander
product. Het proces is bij depressie schema-gedreven in plaats van data-gedreven.
- Cognitief product: eindresultaat informatieverwerking cognitieve systeem hopeloosheid
theorieën: gelijk proces, ander product.
- Beck: de inferenties zijn niet nodig als je kijkt naar de beschikbare informatie. Positieve
situationele informatie wordt genegeerd.
Empirische validatie: er zijn 5 algemene voorspellingen van de theorieën:
1) Er is een interactie tussen cognitieve kwetsbaarheid en stress die resulteert in depressieve
symptomen. Cognitieve kwetsbaarheid = een risico.
2) Er zijn mediatie links (hopeloosheid, cognitieve triade).
3) Er zijn oorzakelijke verbindingen die een bepaald subtype van depressie veroorzaken.
4) Een match in een bepaald domein (cognitieve kwetsbaarheid, negatieve gebeurtenis)
verhoogt de kans op de ontwikkeling van depressieve symptomen.
5) Beck: depressieve cognitie is verdraaid.
Onderzoeksdesign voor het testen van etiologische hypotheses:
- Remitted depression paradigm: cognitieve patronen worden onderzocht tijdens depressie
en remissie. Negatieve cognitieve patronen zijn een kwetsbaarheid en dus eigenschap-
achtig en bestaan nog na remissie.
- High-risk design: onderzoeken mensen met psychologische kwetsbaarheid in plaats van
genetische kwetsbaarheid stoornis. Vervolgens ga je hoog risicogroepen (negatieve
cognitieve optreden) vergelijken met laag risicogroepen hoeveelheid depressie.