Studietaken medisch-biologisch week 3:
Studietaak 3.1 Het cerebellum
Bij MS kan ook beschadiging van het cerebellum optreden. Bestudeer de anatomie van het
cerebellum. Werk vervolgens op papier de volgende vragen uit:
Uit welke delen bestaat het cerebellum?
Anatomisch kunnen de kleine hersenen ingedeeld worden in een centraal deel, met daaromheen twee
halve bollen (hemisferen). De buitenkant van het cerebellum wordt net als bij de grote hersenen
aangeduid als de schors (cortex cerebelli). Deze bestaat uit veel windingen (gyri), zodat zeer veel
cellen een plaats hebben. Aan de buitenkant zien we daardoor veel parallelle groeven (sulci) lopen.
Anterior en posterior lobus.
Zie atlas!
Links zie je de hersenstam. Links zit je neus, voorkant van je hoofd.
Flocculonodular = een vlokje
Fermis = het middelste gedeelte
Welke samenhang is er tussen de delen?
Functionele indeling cerebellum:
Archi: meest oude niveau reflex hersenstam & ruggenmerg
Paleo: automatische bewegingen thalamus, basale ganglia, limbisch systeem
Neo: nieuw niveau wat je aanleert, waar je bij moet nadenken. cortex
Het cerebellum bestaat ook uit archi, paleo en neo. Dat zegt meer over de functie.
Archi cerebellum is het flocculonodulare lobus.
Neo cerebellum is het laterale gedeelte van beide hemisferen.
Paleo cerebellum is het middelste gedeelte.
Hoe werkt het cerebellum samen met de grote hersenen?
Grote hersenen ontvangen prikkels en sturen het door naar de kleine hersenen.
Vanuit motorische cortex gaat het naar het ruggenmerg, daar kruist het. Deze baan heet de
corticospinalis (piramidebaan). Gaat vanuit daar naar de spieren. Dit signaal gaat via een cc’tje naar
het cerebellum. Vanuit een spierspoeltjes gaat het via de thalamus naar de sensorische cortex weer
omhoog. Omhoog gaat er ook weer een cc’tje naar de cerebellum. Geldt ook visuele, auditieve
feedback. Het cerebellum beschikt informatie over de de baan naar beneden en de baan naar boven.
Als het cerebrum en cerebellum niet goed samenwerken, worden de banen beïnvloed. Is de feedback
, niet goed? Dan wordt het aangepast. Omhoog is dus afferente kopie, omlaag is efferente kopie
(cc’tje).
Wat gebeurt er als je in de kleine hersenen een CVA hebt gehad? Motoriek verstoord. Makkelijke test
top-top, top-neus kun je kijken hoe de coördinatie is.
Verdiep je vervolgens in de functies.
Welke functies kun je benoemen?
De kleine hersenen zijn betrokken bij de coördinatie van bewegingen, balans en evenwicht en
spierspanning. Ze integreren tast- en diepe gevoelsprikkels. Maar zijn ook betrokken bij een groot
aantal cognitieve, taalkundige en emoties /gevoels- functies. Je krijgt steeds feedback van
bewegingen, zicht.
Expliciet leren : bewust leren
Impliciet leren: onbewust leren
En welke rol speelt het cerebellum bij de motoriek?
Cerebellum zorgt voor spieraanspanning.
- Controle centrum voor de motoriek, bijv. iets klein oppakken, steeds bijsturen.
- Maakt fijne motoriek mogelijk.
- Past bewegingen aan
Vergeet vooral niet uit te leggen welke rol het cerebellum speelt in feedback en feed forward
processen. Verwerk daarbij in ieder geval de begrippen efferentie kopie en afferentie kopie
Bron:
Human anatomy & physiology (Marieb, Hoehn): hoofdstuk 12, the brain
Studietaak 3.2 Beschadiging van het cerebellum
Als het cerebellum beschadigd raakt treedt er geen verlies van sensibiliteit op, en eveneens
géén parese of paralyse. Toch kan beschadiging van het cerebellum tot grote problemen voor
de patiënt leiden. Beschrijf de kenmerkende gevolgen voor de motoriek als het cerebellum is
beschadigd. Maak daarbij onderscheidt tussen de verschillende gevolgen per deel van het
cerebellum.
Schade in de kleine hersenen (cerebellair letsel) resulteert in bewegingen die langzaam en
ongecoördineerd zijn. Personen met cerebellaire letsels (laesies) hebben de neiging te zwaaien en
wankelen bij het lopen.
Dat wordt ook wel ataxie genoemd, letterlijk: wanordelijk bewegen; overmatig, verkeerd gericht of te
ver doorschietend. De bewegingen lijken op die van een dronken persoon.
Archi cerebellum: evenwicht
Paleo cerebellum: problemen met voortbeweging
Neo cerebellum: fijne motoriek
Waargenomen problemen bij letsel:
Evenwichtsstoornissen / balans
Coördinatiestoornissen (stuurloze arm)
Onvermogen om te reiken naar- en grijpen van voorwerpen
Verlies van het vermogen om fijne bewegingen te coördineren
Wisselend scherp zien of wisselend perspectief zien door verstoorde oogmotoriek
Switchen van de ene naar de andere taak is moeilijk Cerebellair Cognitief Affectief
syndroom ***
Studietaak 3.1 Het cerebellum
Bij MS kan ook beschadiging van het cerebellum optreden. Bestudeer de anatomie van het
cerebellum. Werk vervolgens op papier de volgende vragen uit:
Uit welke delen bestaat het cerebellum?
Anatomisch kunnen de kleine hersenen ingedeeld worden in een centraal deel, met daaromheen twee
halve bollen (hemisferen). De buitenkant van het cerebellum wordt net als bij de grote hersenen
aangeduid als de schors (cortex cerebelli). Deze bestaat uit veel windingen (gyri), zodat zeer veel
cellen een plaats hebben. Aan de buitenkant zien we daardoor veel parallelle groeven (sulci) lopen.
Anterior en posterior lobus.
Zie atlas!
Links zie je de hersenstam. Links zit je neus, voorkant van je hoofd.
Flocculonodular = een vlokje
Fermis = het middelste gedeelte
Welke samenhang is er tussen de delen?
Functionele indeling cerebellum:
Archi: meest oude niveau reflex hersenstam & ruggenmerg
Paleo: automatische bewegingen thalamus, basale ganglia, limbisch systeem
Neo: nieuw niveau wat je aanleert, waar je bij moet nadenken. cortex
Het cerebellum bestaat ook uit archi, paleo en neo. Dat zegt meer over de functie.
Archi cerebellum is het flocculonodulare lobus.
Neo cerebellum is het laterale gedeelte van beide hemisferen.
Paleo cerebellum is het middelste gedeelte.
Hoe werkt het cerebellum samen met de grote hersenen?
Grote hersenen ontvangen prikkels en sturen het door naar de kleine hersenen.
Vanuit motorische cortex gaat het naar het ruggenmerg, daar kruist het. Deze baan heet de
corticospinalis (piramidebaan). Gaat vanuit daar naar de spieren. Dit signaal gaat via een cc’tje naar
het cerebellum. Vanuit een spierspoeltjes gaat het via de thalamus naar de sensorische cortex weer
omhoog. Omhoog gaat er ook weer een cc’tje naar de cerebellum. Geldt ook visuele, auditieve
feedback. Het cerebellum beschikt informatie over de de baan naar beneden en de baan naar boven.
Als het cerebrum en cerebellum niet goed samenwerken, worden de banen beïnvloed. Is de feedback
, niet goed? Dan wordt het aangepast. Omhoog is dus afferente kopie, omlaag is efferente kopie
(cc’tje).
Wat gebeurt er als je in de kleine hersenen een CVA hebt gehad? Motoriek verstoord. Makkelijke test
top-top, top-neus kun je kijken hoe de coördinatie is.
Verdiep je vervolgens in de functies.
Welke functies kun je benoemen?
De kleine hersenen zijn betrokken bij de coördinatie van bewegingen, balans en evenwicht en
spierspanning. Ze integreren tast- en diepe gevoelsprikkels. Maar zijn ook betrokken bij een groot
aantal cognitieve, taalkundige en emoties /gevoels- functies. Je krijgt steeds feedback van
bewegingen, zicht.
Expliciet leren : bewust leren
Impliciet leren: onbewust leren
En welke rol speelt het cerebellum bij de motoriek?
Cerebellum zorgt voor spieraanspanning.
- Controle centrum voor de motoriek, bijv. iets klein oppakken, steeds bijsturen.
- Maakt fijne motoriek mogelijk.
- Past bewegingen aan
Vergeet vooral niet uit te leggen welke rol het cerebellum speelt in feedback en feed forward
processen. Verwerk daarbij in ieder geval de begrippen efferentie kopie en afferentie kopie
Bron:
Human anatomy & physiology (Marieb, Hoehn): hoofdstuk 12, the brain
Studietaak 3.2 Beschadiging van het cerebellum
Als het cerebellum beschadigd raakt treedt er geen verlies van sensibiliteit op, en eveneens
géén parese of paralyse. Toch kan beschadiging van het cerebellum tot grote problemen voor
de patiënt leiden. Beschrijf de kenmerkende gevolgen voor de motoriek als het cerebellum is
beschadigd. Maak daarbij onderscheidt tussen de verschillende gevolgen per deel van het
cerebellum.
Schade in de kleine hersenen (cerebellair letsel) resulteert in bewegingen die langzaam en
ongecoördineerd zijn. Personen met cerebellaire letsels (laesies) hebben de neiging te zwaaien en
wankelen bij het lopen.
Dat wordt ook wel ataxie genoemd, letterlijk: wanordelijk bewegen; overmatig, verkeerd gericht of te
ver doorschietend. De bewegingen lijken op die van een dronken persoon.
Archi cerebellum: evenwicht
Paleo cerebellum: problemen met voortbeweging
Neo cerebellum: fijne motoriek
Waargenomen problemen bij letsel:
Evenwichtsstoornissen / balans
Coördinatiestoornissen (stuurloze arm)
Onvermogen om te reiken naar- en grijpen van voorwerpen
Verlies van het vermogen om fijne bewegingen te coördineren
Wisselend scherp zien of wisselend perspectief zien door verstoorde oogmotoriek
Switchen van de ene naar de andere taak is moeilijk Cerebellair Cognitief Affectief
syndroom ***