Lean – white belt
Lean bestaat uit vijf fases DMAIC
- D = Define
- M = Measure
- A = Analyze
- I = Improve
- C = Control
Lean gaat over een datagestuurde verbetercyclus
Lean is continu verbeteren op zowel de lange als de korte termijn = een filosofie
Doelen:
* Het creëren van waarde voor klanten
* Elimineren van verspillingen
* Just-in-time en foutloos
Lean is een manier van werken waaraan iedereen in de organisatie een bijdrage levert.
Processen:
* Input
* Activiteiten
* Output
De cultuur, omgeving, innovaties en werkzaamheden dragen hieraan bij.
Binnen deze processen heeft het management twee taken:
Besturen: richting geven, doelen stellen, communiceren, het goede
voorbeeld geven, uitleggen etc.
, Ondersteunen: zorgen dat medewerkers in staat zijn om hun werk te
doen. Middelen beschikbaar stellen, motiveren en coachen. Ervoor zorgen
dat medewerkers hun werk zo goed en makkelijk mogelijk kunnen doen.
TPS = fundering van Lean en bestaat uit Just-in-Time en Jidoka:
Just- in – Time = Korte doorlooptijden. Leveren op het juiste moment en in de juiste hoeveelheid
Jidoka = foutloos leveren. Fouten direct oplossen
De eerste stap bij het toepassen van Lean is te leren om de verspillingen
in processen volledig te identificeren.
1. verspilling ten gevolge van overproductie
2. verspilling in wachten
3. verspilling in transport
4. verspilling in verwerking (in het proces zelf)
5. verspilling in opslag
6. verspilling in beweging
7. verspilling door defecten
8. verspilling door niet benutten van talent van medewerkers
Het volledig elimineren van deze verspillingen kan grote efficiencywinst
opleveren.
Eiji Toyoda verfijnde het proces van ‘stop the line”. De productie lijn stopt
wanneer er zich een fout voordoet. Op deze manier worden fouten direct
opgelost. Dit concept heet Jidoka.
Binnen Lean worden de PDCA cyclus en de DMAIC cyclus gebruikt. PDCA = Plan, do, check, act.
De vier delen van het PDCA (of PDSA) betekenen het volgende:
Plan: Definieer het probleem dat je wilt aanpakken. Maak een plan
voor verandering en leg daar specifiek in vast wat je wilt
veranderen. Definieer de stappen die je moet nemen om de
verandering door te voeren, begrijp het risico en voorspel de
resultaten van de verandering.
Do: Voer het plan uit in een proef- of testomgeving, op kleine
schaal, onder gecontroleerde omstandigheden. Meet de resultaten
van de proef.
Check: Onderzoek de resultaten van je proef. Verifieer met
gegevens of je het proces hebt verbeterd. Als dat het geval is,
overweeg het dan op grotere schaal te implementeren. Als er geen
verbetering is, doe dan een nieuwe poging.
Act: Implementeer de veranderingen die je hebt geverifieerd op
grotere schaal. Werk de standaardwerkvoorschriften bij en zorg
ervoor dat iedereen de nieuwe voorschriften volgt.
Lean bestaat uit vijf fases DMAIC
- D = Define
- M = Measure
- A = Analyze
- I = Improve
- C = Control
Lean gaat over een datagestuurde verbetercyclus
Lean is continu verbeteren op zowel de lange als de korte termijn = een filosofie
Doelen:
* Het creëren van waarde voor klanten
* Elimineren van verspillingen
* Just-in-time en foutloos
Lean is een manier van werken waaraan iedereen in de organisatie een bijdrage levert.
Processen:
* Input
* Activiteiten
* Output
De cultuur, omgeving, innovaties en werkzaamheden dragen hieraan bij.
Binnen deze processen heeft het management twee taken:
Besturen: richting geven, doelen stellen, communiceren, het goede
voorbeeld geven, uitleggen etc.
, Ondersteunen: zorgen dat medewerkers in staat zijn om hun werk te
doen. Middelen beschikbaar stellen, motiveren en coachen. Ervoor zorgen
dat medewerkers hun werk zo goed en makkelijk mogelijk kunnen doen.
TPS = fundering van Lean en bestaat uit Just-in-Time en Jidoka:
Just- in – Time = Korte doorlooptijden. Leveren op het juiste moment en in de juiste hoeveelheid
Jidoka = foutloos leveren. Fouten direct oplossen
De eerste stap bij het toepassen van Lean is te leren om de verspillingen
in processen volledig te identificeren.
1. verspilling ten gevolge van overproductie
2. verspilling in wachten
3. verspilling in transport
4. verspilling in verwerking (in het proces zelf)
5. verspilling in opslag
6. verspilling in beweging
7. verspilling door defecten
8. verspilling door niet benutten van talent van medewerkers
Het volledig elimineren van deze verspillingen kan grote efficiencywinst
opleveren.
Eiji Toyoda verfijnde het proces van ‘stop the line”. De productie lijn stopt
wanneer er zich een fout voordoet. Op deze manier worden fouten direct
opgelost. Dit concept heet Jidoka.
Binnen Lean worden de PDCA cyclus en de DMAIC cyclus gebruikt. PDCA = Plan, do, check, act.
De vier delen van het PDCA (of PDSA) betekenen het volgende:
Plan: Definieer het probleem dat je wilt aanpakken. Maak een plan
voor verandering en leg daar specifiek in vast wat je wilt
veranderen. Definieer de stappen die je moet nemen om de
verandering door te voeren, begrijp het risico en voorspel de
resultaten van de verandering.
Do: Voer het plan uit in een proef- of testomgeving, op kleine
schaal, onder gecontroleerde omstandigheden. Meet de resultaten
van de proef.
Check: Onderzoek de resultaten van je proef. Verifieer met
gegevens of je het proces hebt verbeterd. Als dat het geval is,
overweeg het dan op grotere schaal te implementeren. Als er geen
verbetering is, doe dan een nieuwe poging.
Act: Implementeer de veranderingen die je hebt geverifieerd op
grotere schaal. Werk de standaardwerkvoorschriften bij en zorg
ervoor dat iedereen de nieuwe voorschriften volgt.