Samenvatting Ingold
Dit artikel gaat over een onderzoek waarin een casus uit Zwitserland is onderzocht.
Vooral de hypothesen de uitkomsten hiervan zijn het belangrijkst. Maar hierbij is het wel
belangrijk dat je de casus snapt, dus hierbij kort de casus:
In 2000 moet in Zwitserland de CO2-uitstoot worden gereduceerd. Men besloot dit in
twee fasen te doen.
Fase 1: Vrijwillige overeenkomsten met de private sector om CO2 te verminderen.
Lukte dat niet dan ging fase 2 in werking.
Fase 2: Fase 1 lukte niet, dus fase 2 zou in werking gaan. Dit zou een algemene
belasting worden op brandstoffen, dit zou gelden voor iedereen.
Toen fase 2 in werking zou gaan, kwam er een tegenvoorstel. De pro-economy coalitie
had namelijk enkel ingestemd met de CO2-wet, vanwege de vrijwillige eerste fase.
Voorstel: het invoeren van een ‘klimaatpenning’, er zou wel één cent belasting worden
geheven per liter brandstof, maar dit zou ook direct worden geïnvesteerd in projecten
rondom CO2-uitstootvermindering.
Verschillende actoren vonden hier wat van:
1. Voorstanders van algemene belasting brandstof:
a. Linkse partijen
b. Milieubewegingen
c. Vakbonden etc.
2. Voorstanders van alternatieve maatregelen zoals de klimaatpenning:
a. Rechtse partijen
b. Vertegenwoordigers van energiemaatschappijen etc.
Uiteindelijk koos het Zwitsers kabinet voor de klimaatpenning in combinatie met de
algemene belasting.
- Hypothesen
o Wanneer diepe kernovertuigingen ter discussie staan, is de samenstelling
van bondgenoten en tegenstanders over een periode van ongeveer tien
jaar vrij stabiel.
Aangenomen
De coalities bleven bij hun standpunten gedurende de 10
onderzochte jaren. De ecologische coalitie bleven bij de
milieueffectiviteit en de economische coalitie bij
economische effectiviteit.
o Actoren binnen een bepaalde coalitie zullen een aanzienlijke mate van
consensus vertonen over de kern van het beleid, maar minder over
secundaire aspecten
Dit artikel gaat over een onderzoek waarin een casus uit Zwitserland is onderzocht.
Vooral de hypothesen de uitkomsten hiervan zijn het belangrijkst. Maar hierbij is het wel
belangrijk dat je de casus snapt, dus hierbij kort de casus:
In 2000 moet in Zwitserland de CO2-uitstoot worden gereduceerd. Men besloot dit in
twee fasen te doen.
Fase 1: Vrijwillige overeenkomsten met de private sector om CO2 te verminderen.
Lukte dat niet dan ging fase 2 in werking.
Fase 2: Fase 1 lukte niet, dus fase 2 zou in werking gaan. Dit zou een algemene
belasting worden op brandstoffen, dit zou gelden voor iedereen.
Toen fase 2 in werking zou gaan, kwam er een tegenvoorstel. De pro-economy coalitie
had namelijk enkel ingestemd met de CO2-wet, vanwege de vrijwillige eerste fase.
Voorstel: het invoeren van een ‘klimaatpenning’, er zou wel één cent belasting worden
geheven per liter brandstof, maar dit zou ook direct worden geïnvesteerd in projecten
rondom CO2-uitstootvermindering.
Verschillende actoren vonden hier wat van:
1. Voorstanders van algemene belasting brandstof:
a. Linkse partijen
b. Milieubewegingen
c. Vakbonden etc.
2. Voorstanders van alternatieve maatregelen zoals de klimaatpenning:
a. Rechtse partijen
b. Vertegenwoordigers van energiemaatschappijen etc.
Uiteindelijk koos het Zwitsers kabinet voor de klimaatpenning in combinatie met de
algemene belasting.
- Hypothesen
o Wanneer diepe kernovertuigingen ter discussie staan, is de samenstelling
van bondgenoten en tegenstanders over een periode van ongeveer tien
jaar vrij stabiel.
Aangenomen
De coalities bleven bij hun standpunten gedurende de 10
onderzochte jaren. De ecologische coalitie bleven bij de
milieueffectiviteit en de economische coalitie bij
economische effectiviteit.
o Actoren binnen een bepaalde coalitie zullen een aanzienlijke mate van
consensus vertonen over de kern van het beleid, maar minder over
secundaire aspecten