H11 aantekeningen
§1
Voordeel privatisering → Particulieren gaan efficiënter te werk.
Nadeel privatisering → Hogere prijzen, dus moeten de consumenten meer betalen.
§2
Ontvangsten overheid
→ Belasting
→ Gedwongen betaling zonder aanwijsbare tegenprestatie
→ Niet belasting
Belasting
→ Directe belasting
→ Indirecte belasting → Kostprijs verhogende belasting → via aankoop goederen
Indirecte belasting
→ BTW → % van de prijs
→ Accijns → vast bedrag per hoeveelheid
→ invoerrechten
Belastingbeginselen → Profijtbeginsel → meer voordeel van de overheid → meer betalen
Draagkrachtbeginsel → Hogere inkomsten betalen % meer belasting
Solidariteitsbeginsel → Hogere inkomens betalen belasting + sociale premies, zodat lagere
inkomens een uitkering krijgen.
§3
Begroting
→ Verwachte inkomsten 400 Begrotings tekort 100
→ Verwachte uitgaven 500
- Rente 40
- Aflossing 70 Terug betaling van de schuld → Schuld 70
- Overige 390
Financierings tekort → 100 – 70 = 30
Nieuwe lening 100
Financierings tekort → Toename schuld
= Begrotings tekort
-Aflossing over de schuld
Begrotings tekort → vraag naar geld stijgt
Aflossing over de schuld → Aanbod van geld
Financierings tekort → de overheid leent, dus de vraag naar geld stijgt op de kapitaalmarkt.
De rente stijgt → gezinnen en bedrijven lenen minder en sparen meer. Dus de vraag naar
goederen daalt → de afzet bedrijven daalt → de productie daalt, dus de werkgelegenheid
daalt en de werkeloosheid stijgt.
§1
Voordeel privatisering → Particulieren gaan efficiënter te werk.
Nadeel privatisering → Hogere prijzen, dus moeten de consumenten meer betalen.
§2
Ontvangsten overheid
→ Belasting
→ Gedwongen betaling zonder aanwijsbare tegenprestatie
→ Niet belasting
Belasting
→ Directe belasting
→ Indirecte belasting → Kostprijs verhogende belasting → via aankoop goederen
Indirecte belasting
→ BTW → % van de prijs
→ Accijns → vast bedrag per hoeveelheid
→ invoerrechten
Belastingbeginselen → Profijtbeginsel → meer voordeel van de overheid → meer betalen
Draagkrachtbeginsel → Hogere inkomsten betalen % meer belasting
Solidariteitsbeginsel → Hogere inkomens betalen belasting + sociale premies, zodat lagere
inkomens een uitkering krijgen.
§3
Begroting
→ Verwachte inkomsten 400 Begrotings tekort 100
→ Verwachte uitgaven 500
- Rente 40
- Aflossing 70 Terug betaling van de schuld → Schuld 70
- Overige 390
Financierings tekort → 100 – 70 = 30
Nieuwe lening 100
Financierings tekort → Toename schuld
= Begrotings tekort
-Aflossing over de schuld
Begrotings tekort → vraag naar geld stijgt
Aflossing over de schuld → Aanbod van geld
Financierings tekort → de overheid leent, dus de vraag naar geld stijgt op de kapitaalmarkt.
De rente stijgt → gezinnen en bedrijven lenen minder en sparen meer. Dus de vraag naar
goederen daalt → de afzet bedrijven daalt → de productie daalt, dus de werkgelegenheid
daalt en de werkeloosheid stijgt.