H8 aantekeningen
§3
Balans → moment opname → voorraad grootheden
Debet kant → bezittingen + verhoudingen
Credit kant → eigenvermogen + schulden
Debet → activa → geld investeert
Credit → passiva → geld vandaan komt
1-1-2015
Activa Credit
Vaste activa €500,- Eigenvermogen €100,-
- Gebouwen - Verkochte aandelen
- Machines - Winstreserve
- Inventaris Vreemd vermogen lang €500,-
- Auto’s - Lening langer dan 1 jaar
Vlottende activa €300,- - Hypothecaire lening
- Grondstoffen - Lening bij de bank
- Eindproduct Vreemd vermogen kort €280,-
- Debiteuren - Lening korter dan 1 jaar
Liquide middelen €80,- - Rekening-courantkrediet
- Kas - Schuld aan belasting
- Bank - Crediteuren
€880,- €880,-
Vaste activa → gaan langer dan 1 productieproces mee → geïnvesteerd geld blijft er in zitten
Vlottende activa → gaan 1 productieproces mee → geïnvesteerd geld krijg je snel terug
Debiteuren → klanten moeten nog betalen
Eigenvermogen → geld dat eigenaren in de onderneming hebben gestoken
Crediteuren → leveranciers die nog betaald moeten worden
Liquiditeit → kan het bedrijf de kort lopende schulden betalen?
Liquiditeit = vlottende activa + liquide middelen / vreemd vermogen kort
Moet 2 of meer zijn, ander niet liquide.
Winstmarge → hoeveel procent is de nettowinst van de omzet
Winstmarge = nettowinst/omzet x 100%
Rentabiliteit eigen vermogen (REV)
§3
Balans → moment opname → voorraad grootheden
Debet kant → bezittingen + verhoudingen
Credit kant → eigenvermogen + schulden
Debet → activa → geld investeert
Credit → passiva → geld vandaan komt
1-1-2015
Activa Credit
Vaste activa €500,- Eigenvermogen €100,-
- Gebouwen - Verkochte aandelen
- Machines - Winstreserve
- Inventaris Vreemd vermogen lang €500,-
- Auto’s - Lening langer dan 1 jaar
Vlottende activa €300,- - Hypothecaire lening
- Grondstoffen - Lening bij de bank
- Eindproduct Vreemd vermogen kort €280,-
- Debiteuren - Lening korter dan 1 jaar
Liquide middelen €80,- - Rekening-courantkrediet
- Kas - Schuld aan belasting
- Bank - Crediteuren
€880,- €880,-
Vaste activa → gaan langer dan 1 productieproces mee → geïnvesteerd geld blijft er in zitten
Vlottende activa → gaan 1 productieproces mee → geïnvesteerd geld krijg je snel terug
Debiteuren → klanten moeten nog betalen
Eigenvermogen → geld dat eigenaren in de onderneming hebben gestoken
Crediteuren → leveranciers die nog betaald moeten worden
Liquiditeit → kan het bedrijf de kort lopende schulden betalen?
Liquiditeit = vlottende activa + liquide middelen / vreemd vermogen kort
Moet 2 of meer zijn, ander niet liquide.
Winstmarge → hoeveel procent is de nettowinst van de omzet
Winstmarge = nettowinst/omzet x 100%
Rentabiliteit eigen vermogen (REV)