Farmacologie
Hoofdstuk 1.
Bepalend voor het type eiwit:
- Ruimtelijke structuur
- Volgorde van aminozuren
- Lengte van keten aminozuren
De mens komt aan aminozuren door eiwitten uit voedsel op te nemen in het lichaam
Globulaire eiwitten: rond en bol hemoglobine
Filamenteuze eiwitten: lange draderige eiwitten collageen
Functie van lipiden:
- Energiebron
- Bouwstenen van sommige hormonen
- Onderdeel van celmembranen
Dierlijke producten bevatten vooral verzadigde vetten
Plantaardige producten bevatten vooral onverzadigde vetten
Koolhydraten kunnen in 2 groepen worden onderverdeeld:
- Monosachariden glucose, fructose, galactose
- Disachariden zetmeel, glycogeen, cellulose
- Polysachariden maltose, sucrose, lactose
Cellulaire aangrijpingspunten van veelgebruikte geneesmiddelen:
Bèta-blokkers Hartcellen Voorkomen een toename van
de hartfrequente
Lokale anesthetica Zenuwcellen Voorkomen pijn bij kleine
ingrepen
Analgetica Immuuncellen Verminderen ontstekingspijn
Antidepressiva Zenuwcellen Verlichten depressie
Statinen Levercellen Verlagen cholesterolgehalte
van bloed
Organisatieniveaus: Lichaam- orgaansystemen – organen – weefsels – cellen – celorganellen –
celchemie
Cytosol: half doorzichtige oplossing van enzymen in cytoplasma
4 functies van eiwitten:
- Structuur pezen en ligamenten
- Beweging eiwitten in spieren zorgen voor spiefcontractie
- Communicatie veel hormonen zijn eiwitten
- Afweer antilichamen die bacteriën aanvallen en vernietigen zijn eiwitten
- Zuurstoftransport hemoglobine in rode bloedcellen
, Oliën vloeibaar bij kamertemperatuur
Vetten vast bij kamertemperatuur
Verzadigde vetzuren dierlijke vetten en bewerkt voedsel
Enkelvoudig/meervoudige onverzadigde vetzuren plantaardige oorsprong
Cholesterol:
- Bestanddeel van gal
- Grondstof voor steroïdhormonen
→ Oestrogeen
→ Testosteron
→ Vitamine-D
Koolhydraten/lipiden + zuurstof + ADP ATP + kooldioxide + water + warmte
Hoofdstuk 2
Eiwitten zijn een goed aangrijpingspunt omdat ze een sleutelrol spelen bij elk fysiologisch proces.
Sommige weefsels maken dezelfde eiwitten waardoor geneesmiddelen op verschillende plaatsen
aangrijpen.
Het extracellulaire deel van een receptor is een geliefd aangrijpingspunt voor geneesmiddelen.
Enkele veelgebruikte geneesmiddelen die aan een receptor binden:
- Salbutamol: luchtwegdilatatie, verlicht symptomen astma
- Atenolol: verlaagt hartslag, verlicht pijn angina pectoris
- Morfine: blokkeert pijnbanen in ruggenmerg
- Candesartan: verwijdt perifere bloedvaten, verlaagt bloeddruk
Sympathisch neuron: zenuwcellen van sympathische zenuwstelsel.
sympathisch zenuwstelsel komt vooral in actie bij activiteit
Mediator: in het algemeen plaatselijk werkende stof die zich bindt aan receptoren op
aangrenzende/nabijgelegen cellen
Specificiteit: ruimtelijke structuur van receptor en chemische boodschapper die precies op elkaar
passen
De ruimtelijke structuur van geneesmiddelen is bijna hetzelfde als de ruimtelijke structuur van de
natuurlijke chemische boodschapper die bij de receptor hoort waar het geneesmiddel op aangrijpt.
antagonisten maken het natuurlijke effect onmogelijk door receptor te blokkeren
blokkers
agonisten geven hetzelfde effect als de natuurlijke boodschapper
bèta-2-adrenalinereceptor adrenalinereceptor op de longen
bèta-1-adrenalinereceptor adrenalinereceptor op het hart
adrenalinereceptoren = adrenerg = adrenoreceptor
positiefgeladen ionen: kationen
negatiefgeladen ionen: anionen
anxiolitycum verlichter van angst
Hoofdstuk 1.
Bepalend voor het type eiwit:
- Ruimtelijke structuur
- Volgorde van aminozuren
- Lengte van keten aminozuren
De mens komt aan aminozuren door eiwitten uit voedsel op te nemen in het lichaam
Globulaire eiwitten: rond en bol hemoglobine
Filamenteuze eiwitten: lange draderige eiwitten collageen
Functie van lipiden:
- Energiebron
- Bouwstenen van sommige hormonen
- Onderdeel van celmembranen
Dierlijke producten bevatten vooral verzadigde vetten
Plantaardige producten bevatten vooral onverzadigde vetten
Koolhydraten kunnen in 2 groepen worden onderverdeeld:
- Monosachariden glucose, fructose, galactose
- Disachariden zetmeel, glycogeen, cellulose
- Polysachariden maltose, sucrose, lactose
Cellulaire aangrijpingspunten van veelgebruikte geneesmiddelen:
Bèta-blokkers Hartcellen Voorkomen een toename van
de hartfrequente
Lokale anesthetica Zenuwcellen Voorkomen pijn bij kleine
ingrepen
Analgetica Immuuncellen Verminderen ontstekingspijn
Antidepressiva Zenuwcellen Verlichten depressie
Statinen Levercellen Verlagen cholesterolgehalte
van bloed
Organisatieniveaus: Lichaam- orgaansystemen – organen – weefsels – cellen – celorganellen –
celchemie
Cytosol: half doorzichtige oplossing van enzymen in cytoplasma
4 functies van eiwitten:
- Structuur pezen en ligamenten
- Beweging eiwitten in spieren zorgen voor spiefcontractie
- Communicatie veel hormonen zijn eiwitten
- Afweer antilichamen die bacteriën aanvallen en vernietigen zijn eiwitten
- Zuurstoftransport hemoglobine in rode bloedcellen
, Oliën vloeibaar bij kamertemperatuur
Vetten vast bij kamertemperatuur
Verzadigde vetzuren dierlijke vetten en bewerkt voedsel
Enkelvoudig/meervoudige onverzadigde vetzuren plantaardige oorsprong
Cholesterol:
- Bestanddeel van gal
- Grondstof voor steroïdhormonen
→ Oestrogeen
→ Testosteron
→ Vitamine-D
Koolhydraten/lipiden + zuurstof + ADP ATP + kooldioxide + water + warmte
Hoofdstuk 2
Eiwitten zijn een goed aangrijpingspunt omdat ze een sleutelrol spelen bij elk fysiologisch proces.
Sommige weefsels maken dezelfde eiwitten waardoor geneesmiddelen op verschillende plaatsen
aangrijpen.
Het extracellulaire deel van een receptor is een geliefd aangrijpingspunt voor geneesmiddelen.
Enkele veelgebruikte geneesmiddelen die aan een receptor binden:
- Salbutamol: luchtwegdilatatie, verlicht symptomen astma
- Atenolol: verlaagt hartslag, verlicht pijn angina pectoris
- Morfine: blokkeert pijnbanen in ruggenmerg
- Candesartan: verwijdt perifere bloedvaten, verlaagt bloeddruk
Sympathisch neuron: zenuwcellen van sympathische zenuwstelsel.
sympathisch zenuwstelsel komt vooral in actie bij activiteit
Mediator: in het algemeen plaatselijk werkende stof die zich bindt aan receptoren op
aangrenzende/nabijgelegen cellen
Specificiteit: ruimtelijke structuur van receptor en chemische boodschapper die precies op elkaar
passen
De ruimtelijke structuur van geneesmiddelen is bijna hetzelfde als de ruimtelijke structuur van de
natuurlijke chemische boodschapper die bij de receptor hoort waar het geneesmiddel op aangrijpt.
antagonisten maken het natuurlijke effect onmogelijk door receptor te blokkeren
blokkers
agonisten geven hetzelfde effect als de natuurlijke boodschapper
bèta-2-adrenalinereceptor adrenalinereceptor op de longen
bèta-1-adrenalinereceptor adrenalinereceptor op het hart
adrenalinereceptoren = adrenerg = adrenoreceptor
positiefgeladen ionen: kationen
negatiefgeladen ionen: anionen
anxiolitycum verlichter van angst