Wie, wat, hoe, context: op elk gebied kan verstoring zijn kan leiden tot miscommunicatie
Uniek zijn we in gesproken taal.
Gebarentaal is ook een taal, hoort er wel bij.
McGurk effect = voorkennis beïnvloed hoe jij info interpreteert
Dieren reageren op tonen. Veel praten, napraten, oefenen: zo hebben wij geleerd een taal te leren.
Grote van prefrontale cortex heeft te maken met het taalbegrip
Grote van hersenen heeft te maken met taalverschil
Fondogische loop = even kunnen vasthouden wat een woord betekent, dus om een zin te kunnen
maken i.p.v. losse dingen
Wada test = split brain nadoen met een bepaalde stof
Apraxie = niet kunnen omzetten van een gedachte in een handeling
CVA = herseninfarct/hersenbloeding
Hetzelfde effect van taalverlies geldt ook voor gebarentaal.
Boek H9 KN Taal:
Taal = het systematisch en conventioneel gebruik van klanken, tekens, of geschreven symbolen voor
communicatie en zelfexpressie in een samenleving.
systematisch = taal is aan regels gebonden
conventioneel = taal is gebaseerd op afspraken
symbool = woorden die verwijzen naar een concept
Mentale lexicon = deel van het semantische (= deel taal dat zich bezighoudt met betekenis van
woorden) langetermijngeheugen waarin de woorden die we herkennen en gebruiken zijn opgeslagen.
Dus woordenschat van moedertaal + woorden van later geleerde talen.
Elk woord dat we kennen heeft een representatie in het mentale lexicon en elke representatie omvat
3 typen van informatie:
Betekeniseigenschappen = ieder woord is verbonden met een concept. Concept koe is verbonden
met concept geit. Auto is verbonden met bus.
Grammaticale eigenschappen = woorden worden samengevoegd tot zinnen volgens grammaticale
regels, zoals ‘lidwoord’ of ‘zelfstandig naamwoord’.
Vormeigenschappen = woordvormen zijn in lexicon gerepresenteerd d.m.v. abstracte spraakklanken
die we fonemen noemen. Krokus en fokus zijn met dezelfde fonemen verbonden, namelijk o, k, u en
s. Daarom zeggen we soms per ongeluk iets anders als woorden op elkaar lijken.
Spraak bestaat uit geluid, weergeven als golfbeweging.
Golf kan variëren in amplitude (hoogte) = luidheid
Golf kan variëren in frequentie (snelheid) = toonhoogte
Afasie = verzamelnaam voor verworven (= vóór het trauma hadden patiënten een normale
taalvaardigheid) taalstoornissen, die tot uiting komen in alle modaliteiten (luisteren, spreken, lezen
en schrijven). Meest voorkomende oorzaak = beroerte en daarna NAH of tumor.