College 15, 03-04-2017
Blok 4, Denken en Doen
Cognitieve functie
In de cognitie en emotie zijn er veel verbindingen tussen de neuronen. Bij een broca aversie
kan je de taal wel begrijpen maar niet goed spreken en bij wernicke aversie kan je de taal niet
begrijpen. De lippen en de handen nemen grootste deel in van de sensorische cortex.
Het testen van de hersenen is niet hetzelfde als weten. Je hebt zwaardere hersenletsels en
lichte hersenletsels. Een hersenschudding is licht. Mensen met hersenletsel hebben veel
emotionele tegenslagen. Dit is de impact van een hersenletsel op de persoon.
Als je ouder wordt vergeet je meer. Je ankerpunt verschuift. Om iemand met een
hersenletsel wil beoordelen moet je veel over de patient te weten komen. Je moet weten
hoe de ouders zijn en hoe de omgeving van de patient is. Als de ouders bijvoorbeeld heel
ongerust zijn, wordt het herstel minder snel. De aard van het hersenletsel doet er wel toe
maar de omgeving is ook belangrijk.
Als mensen een zelfde trauma hebben en je kijkt er later op terug kan je zien dat de ene
helemaal gerevalideerd is en de ander in een rolstoel zit. Het letsel alleen is dus niet het
enige belangrijke. De neuropsychologie gaat over de relatie tussen hersenletsel en gedrag.
Veel dingen hebben invloed op de cognitie. Je vraagt aan een patient dan dus veel meer dan
alleen over de klacht. Je moet niet alleen kijken naar het eindresultaat van opdrachten maar
ook naar de weg hoe ze bij het eindresultaat is gekomen. Als je een vierkant moet tekenen
en dit lukt maar je doet hier 5 minuten over is het nog niet goed.
Als je een cognitieve test doet, zijn er veel factoren die hier nog meer invloed op kunnen
hebben. Een depressie, onder inteligentie of geringe motivatie hebben bijvoorbeeld allemaal
invloed op de cognitieve testen. Mensen met cognitieve letsels kunnen de snelheid van de
maatschappij niet bijhouden.
Aandacht heeft twee delen:
- Intensiteit
- Selectiviteit
Blok 4, Denken en Doen
Cognitieve functie
In de cognitie en emotie zijn er veel verbindingen tussen de neuronen. Bij een broca aversie
kan je de taal wel begrijpen maar niet goed spreken en bij wernicke aversie kan je de taal niet
begrijpen. De lippen en de handen nemen grootste deel in van de sensorische cortex.
Het testen van de hersenen is niet hetzelfde als weten. Je hebt zwaardere hersenletsels en
lichte hersenletsels. Een hersenschudding is licht. Mensen met hersenletsel hebben veel
emotionele tegenslagen. Dit is de impact van een hersenletsel op de persoon.
Als je ouder wordt vergeet je meer. Je ankerpunt verschuift. Om iemand met een
hersenletsel wil beoordelen moet je veel over de patient te weten komen. Je moet weten
hoe de ouders zijn en hoe de omgeving van de patient is. Als de ouders bijvoorbeeld heel
ongerust zijn, wordt het herstel minder snel. De aard van het hersenletsel doet er wel toe
maar de omgeving is ook belangrijk.
Als mensen een zelfde trauma hebben en je kijkt er later op terug kan je zien dat de ene
helemaal gerevalideerd is en de ander in een rolstoel zit. Het letsel alleen is dus niet het
enige belangrijke. De neuropsychologie gaat over de relatie tussen hersenletsel en gedrag.
Veel dingen hebben invloed op de cognitie. Je vraagt aan een patient dan dus veel meer dan
alleen over de klacht. Je moet niet alleen kijken naar het eindresultaat van opdrachten maar
ook naar de weg hoe ze bij het eindresultaat is gekomen. Als je een vierkant moet tekenen
en dit lukt maar je doet hier 5 minuten over is het nog niet goed.
Als je een cognitieve test doet, zijn er veel factoren die hier nog meer invloed op kunnen
hebben. Een depressie, onder inteligentie of geringe motivatie hebben bijvoorbeeld allemaal
invloed op de cognitieve testen. Mensen met cognitieve letsels kunnen de snelheid van de
maatschappij niet bijhouden.
Aandacht heeft twee delen:
- Intensiteit
- Selectiviteit