Inkoopproces:
Het kopen van producten of goederen of diensten. De inkoper verwerft goederen of
dienstenen bij externe leveranciers. Het inkoopproces is onderverdeeld in strategische,
tactische en operationele inkoopprocessen. Goederen ingekocht door een organisatie
worden directe inkoop genoemd (PR). Deze goederen hebben direct met het eindproduct te
maken. Goederen die ondersteunend zijn worden indirecte inkoop genoemd (NPR).
Productieproces:
Het proces waaruit een product ontstaat. Het is een reeks gebeurtenissen geordend in tijd
waarbij een ingangsproduct wordt omgezet in een gewenst uitgangsproduct. Aan de
natuurlijke productiesystemen zoals het rijpen van appels in weinig invloed van de mens
daartoe mogelijk. Je hebt 3 productieprocessen:
- Stukproductie. Producten worden stuk voor stuk gemaakt denk maar aan brug of
trouwjurk
- Serie of batchproductie. Producten die in een reeks of een 1x worden gemaakt. Denk
maar aan geneesmiddelen, drugs of auto’s.
- Continue productie. Het productieproces die niet stop vaak 24/7. Grote bedrijven met
basisbehoefte van de mens is hier een voorbeeld van.
Marketingproces:
Alles wat een bedrijf doet om de verkoop van producten of diensten te bevorderen.
De 5 p’s: product, personeel, plaats, prijs en promotie.
Je hebt de primaire processen dit zijn de kernactiviteiten. Je hebt nog de secundaire
processen dit zijn de ondersteunende activiteiten en je hebt nog de tertiaire processen dit zij
de controlerende en sturende activiteiten.
Primaire proces schematisch weergeven.
InkoopOperatieMarketingVerkoopService
Primaire proces in het ziekenhuis.
DiagnoseBehandelingVerpleging
Verschillende fasen in het primaire processen.
Stap 1: de ingaande logistiek
Stap 2: productie
Stap 3: de interne logistiek
Stap 4: marketing en verkoop
Stap 5: service en dienstverlening
, Klantenorderontkoppelpunt of afgekort KOOP. Vanaf dit punt wordt het proces beheerst
door orders van de klant. Het traject voor KOOP wordt door voorraad gestuurd. Traject na
koop wordt door klantorders gestuurd. KOOP is dus de verkoop van iets maar dan anders. Als
iemand iets gewoon zo kan kopen dan is het voor koop. Als een klant iets speciaals wilt
hebben dan maakt die een bestellingen dan wordt het product zo gemaakt als de klant dat
wilt. Dit is vaak ook duurder.
Als een klant een doosje paperclips koopt bij een kantoorboekhandel, heeft deze zo'n doosje
gewoon op voorraad. Men spreekt over productie op voorraad, of massaproductie.
Als een klant een jacht koopt, die daarvoor op een scheepswerf volgens zijn specificaties
worden gebouwd op order dan ligt het KOOP voor de fabricage. Men spreekt van ontwerpen
en maken op order.
KOOP 1: Maken voor lokale voorraad. Het gaat hier vaak om gemeengoed producten.
KOOP 2: Maken voor centrale voorraad. Het gaat hier vaak om gemeengoed producten.
KOOP 3: Assembleren op order. Een product wordt gemaakt voor een specifieke klant. Het
product bestaat uit modules die worden samengesteld tot een eindproduct.
KOOP 4: Maken op order. Grondstoffen zijn op voorraad. Het product wordt gemaakt voor
een specifieke klant.
KOOP 5: Inkopen en maken op order. Er wordt geen voorraad bijgehouden. Het product
wordt op maat gemaakt voor de klant
Markt (levertijd, leverbetrouwbaarheid, voorspelbaarheid van
de vraag, marge/prijs)
Product (specificiteit van het assortiment, modulariteit
(Productvariaties), complexiteit)
Productieproces (doorlooptijd, bestuurbaarheid, flexibiliteit,
toegevoegde waarde)
Inkoopmarkt (levertijd, leverbetrouwbaarheid, inkoopwaarde,
Flexibiliteit)
Je hebt ook de 5 m’s: mens, machine, methode, materiaal en money.
Kerncompetentie of core business is het deel in een primaire proces waarmee het bedrijf
zich onderscheid van andere bedrijven.
De logistieke planning doet 3 dingen, namelijk inkomende logistiek, interne logistiek of
productiespanning en uitgaande logistiek.
De logistiek heeft 6 belangrijke schakels:
- Aanvoer (inkomende logistiek).
- Productie (externe).
- Opslag.
- Distributie (uitgaande).
- Transport.
- Informatiebeheer.
Inkomende logistiek zijn de grondstoffen die binnen komen. de voorraden kosten geld en er
wordt een afweging gemaakt tussen voorraad kosten en transportkosten.