Bijeenkomst 1 Fysiologie zenuwstelsel deel 1
Auteur: Sharon Dijkhuizen
Inholland Amsterdam, Mondzorgkunde 2017, jaar 2, periode 1
Bundel van voorbereiding en verwerkingsopdrachten, aantekeningen en de PowerPoint + extra definitie lijst. College volledig nageluisterd en precies overgetypt.
Waar een sterretje bij staat is meerdere malen herhaald in het college
Voor uitleg in de vorm van filmpjes : YouTube: Lokale anesthesie
___________________________________________________________________________
Onderwerpen:
1. Algemene Functies
1.1 Werking van het zenuwstelsel
2. Indelingen
2.1 anatomisch
2.2 Fysiologisch
3. Zenuwweefsel
3.1 Neuronen
3.1.1 Axon
3.1.2 Dendrieten
3.2 Steuncellen
3.3 Gliacellen
3.4 Witte en grijze stof
3.5 bouw van de zenuwen
3.6 Ganglion en nucleus
4. Membraanpotentiaal en actiepotentiaal
5. Impulsgeleiding en impulsoverdracht
,1. ALGEMENE FUNCTIES
Het zenuwstelsel verzorgt de integratie (aanpassingsproces) van de lichaamsfuncties in samenwerking met
het hormonaal stelsel
We onderscheiden 5 algemene functies: Functie
1. Regulatie van activiteiten van weefsels en De organen en weefsels worden geremd of
organen gestimuleerd in hun activiteit. Wanneer
veranderingen in of buiten het lichaam
daartoe aanleiding geven.
2. Coördinatie van activiteiten van weefsels Weefsels en organen moeten in hun
en organen werking nauwkeurig op elkaar afgestemd
zijn. Acties zijn pas zinvol als een orgaan of
weefsel hierop reageert.
(Voorbeeld: pratenà borstkas,
stembanden, keel en mondholte,
stembanden, tong en wangen werken
allemaal samen
3. Regulatie en coördinatie van vegatieve De 5 vegatieve hoofdfuncties zijn (circulatie,
functies spijsvertering, ademhaling, uitscheiding en
de begrenzing door de huid. Deze stelsels
moeten nauw samenwerken. Deze functies
gebeuren meestal buiten de wil om. Ze
behoren tot het autonome zenuwstelsel.
4. Coördinatie van contacten met Het coördineren met de buitenwereld is erg
buitenwereld belangrijk. Bewustwording van
omstandigheden in de buitenwereld moet je
op kunnen reageren.
5. Coördinatie van de psychische functies Deze functie heeft te maken met het
bewustzijn en zelfbewustzijn
(Voorbeeld: het leren herinneren,
stemmingen en emoties
, 1.1 WERKING VAN HET ZENUWSTELSEL
De werking van het zenuwstelsel bestaat uit 3 functionele fasen:
1. Sensorische input
2. Verwerking
3. Motorisch output
1. Sensorisch input
Een verandering buiten of in het lichaam zal moeten worden waargenomen. Dat gebeurt door sensoren
(def. Een sensor is een gespecialiseerde cel, vaak verwant met een zenuwcel, die gevoelig is voor een
bepaalde verandering in zijn omgeving) Het opvangen van prikkels door sensoren heet sensorisch input.
De sensor wordt door zijn omgeving geprikkeld, hij
vertaald de prikkel in impulsen (def. Impulsen zijn
elektrische signalen). Deze impulsen gaan via de
zenuwen naar het centraal zenuwstelsel
2. De verwerking
De verwerking van een impuls vindt plaats in het
centraal zenuwstelsel. Hij brengt de informatie naar
een bepaalde plek in de hersenen. De informatie
wordt beoordeeld en hij legt verbanden met een
mogelijke bedreiging van de homeostase of met een
fysieke beschadiging van het lichaam. Daarna
bepaalt hij hoe hij hierop gaat reageren.
3. Motorisch output
Het lichaam moet of wilt nu reageren op een in-of
uitwendige prikkel. De hersenen zorgen dat hij een
stimulerende of remmende impuls naar het orgaan
stuurt die daarop moet reageren. Deze organen noemen we effectoren (altijd een spier of klier). Het
aansturen door het zenuwstelsel op een effector noem je motorisch output. Spieren of klieren.
2. INDELING
We kunnen het zenuwstelsel indelen op basis van een anatomische indeling en een fysiologische indeling.
De anatomische indeling kan je op zijn beurt onderverdelen in het centraal zenuwstelsel (alles binnen de
schedel en wervelkolom) en het perifeer zenuwstelsel (alles buiten de schedel en het wervelkolom). De
fysiologische indeling kan je weer onderverdelen in integratie, hiërarchie en de richting waarop het signaal
gaat.
2.1 De anatomische indeling op basis van bouw en ligging (buiten of binnen het wervelkolom)
- Centraal zenuwstelsel: omgeven door benig omhulsel (schedel en/of het wervelkolom)
- Perifeer zenuwstelsel: buiten de schedel en wervelkolom (verbinding tussen centraal zenuwstelsel en
periferie
2.2 Fysiologische indeling: op basis van functie
- Integratie: het lichaam als een geheel laten functioneren
- Hiërarchie: hersenen staan hoger in de hiërarchie dan het wervelkolom, omdat deze simpelweg een
belangrijke functie heeft
- Richting signaal