College 3 Pijn en farmacologie van lokaal anesthetica
Auteur: Sharon Dijkhuizen
Inholland Amsterdam, Mondzorgkunde 2017, jaar 2, periode 1
Bundel van voorbereiding en verwerkingsopdrachten, aantekeningen en de PowerPoint
Voor uitleg in de voor van filmpjes : YouTube: Lokale anesthesie
Sensoren / receptoren
- Pijn
- Lokaal-anesthetica
– Moleculaire structuur
– Fysisch-chemische eigenschappen
– Diffusie
– Werkingsmechanisme
– Effect
– Eliminatie
- Pijnstillers
SENSOREN / RECEPTOREN
Een sensor of wel receptor is een zenuwcel die gevoelig is voor een verandering (prikkel of stimulus) in zijn
omgeving à dit zorgt voor een veranderde membraanpotentiaal à en een impuls de 3 belangrijkste
sensoren zijn:
1. Extersosensoren: dit zijn sensoren die externe(van buiten het lichaam) prikkels opvangen
- ze liggen op de grens van het lichaam en de buitenwereld
- enkele voorbeelden zijn de functionele kern zintuigen (reuk, smaak, gevoels-, gezicht en gehoorzin
2. Propriosensoren: geven informatie over het bewegingsapparaat
- ze zijn gelegen in de spieren, pezen en gewrichten
3. Interosoren: deze is het tegenovergestelde van exterosensoren. Hij ontvangt de interne
prikkels(vanuit het lichaam zelf)
- de sensoren liggen in de wand van de holle organen
Type sensor Gevoelig voor Voorbeeld
Chemosensoren Chemische prikkels (reuk- en
smaakstoffen, koolstofdioxide,
osmotische waarde en
zuren)
Mechanosensoren Mechanische prikkels (druk,
trilling, vloeistofbeweging en
trekspanning)
Thermosensoren Temperatuurverandering
Fotosensoren Licht (elektromagnetische straling
afkomstig van lichtbronnen)
Nocisensoren (dreigende) beschadiging
, KENMERKEN VAN SENSOREN
1. Vertaling van een prikkel in een impuls
2. Specifieke gevoeligheid
3. Specifieke gewaarwoording
4. Specifiek bereik
5. Adaptie (Def: aanpassing)
1. VERTALING VAN EEN PRIKKEL IN EEN INPULS (verloop)
- Het omzetten van een chemische,mechanische, elektromagnetische en thermische energie in
elektrische energie
- Sensorpotentiaal/ receptorpotentiaal: een elektrische lading in de sensor is een gevolg van een
prikkeling à hij vraagt een bepaalde prikkelsterkte
- De prikkeldrempel is de laagste sensorpotentiaal die een actiepotentiaal veroorzaakt in een
sensorische zenuwcel
- Een prikkelsterkte bepaalt het aantal impulsen (actiepotentialen) per tijdseenheid
2. SPECIFIEKE GEVOELIGHEID
- Een adequate prikkel: dit is een bepaalde prikkelsoort waarvoor een sensor gevoelig is
- een specifieke gevoeligheid heeft een lagere prikkeldrempel voor adequate prikkels dan voor niet
adequate prikkels
3. SPECIFIEKE GEWAARWORDING
- een sensor kan op vele manieren worden geprikkeld
- specifieke gewaarwording zijn alle prikkels die impulsen veroorzaken. De specifieke gewaarwording
wordt bepaald door het sensorisch hersenschorsgebied die is verbonden aan de zenuw (licht of druk
op je ogen)
4. SPECIFIEK BEREIK
- het specifieke bereik is afhankelijk van een sensor en andere factoren (bijv. Leeftijd, oefening en
aanleg)
- Fotoreceptoren zijn niet gevoelig voor infrarood en
ultraviolette straling (deze kunnen wij niet
waarnemen
- de sensoren van de gehoororganen kunnen
20- 20 000 hertz aan