College 4 Anatomie zenuwen hoofd-hals gebied
Auteur: Sharon Dijkhuizen
Inholland Amsterdam, Mondzorgkunde 2017, jaar 2, periode 1
Bundel van voorbereiding en verwerkingsopdrachten, aantekeningen en de PowerPoint + extra definitie lijst
Voor uitleg in de voor van filmpjes : YouTube: Lokale anesthesie
Leerdoelen
- de student kent de anatomie van de belangrijkste hersenzenuwen en van andere
relevante structuren
DE HERSENZENUWEN
De belangrijkste hersenzenuwen zijn de:
1. N. trigeminus (V, vijfde hersenzenuw)
2. N. facialis (VII, 7e hersenzenuw)
3. N. glossopharyngeus (IX, 9e hersenzenuw)
4. N. hypoglossus (XII, 12e hersenzenuw)
1. Nervus trigeminus (vijfde hersenzenuw (V))
De functies van de N. trigeminus:
1. Hij zorgt voor het gevoel in de
gebitselementen + de slijmvliezen van de
mond, neus, en de neusbijholten + de
gezichtshuid en de motoriek van de kauwspieren
2. Hij bevat sensibele (afferente) en motorische (efferente) vezels
De nervus trigeminus is een drielingzenuw (dat wilt zeggen dat hij zich opsplits in 3
vertakkingen. Hij bevat:
1. sensorische vezels: radix sensoria (portio major = dik)
2. Motorische vezels: radix
motoria (portio minor = dun)
De nervus trigeminus ontspringt
lateraal uit de pons (hersenstam).
Vanuit de ganglion trigeminale
vertakt hij zich.
,Vertakkingen van de nervus trigeminus
1. N. ophthalmicus (sensorisch) splits zich
in:
o N. nasociliaris (innerveren de
slijmvliezen van de
neusholtes/traanzak/
en de huid van de neusrug
o N. frontalis (de huid van de
mediale ooghoek/ voorhoofd/
en bovenste ooglid)
o N. lacrimalis (innerveert de
huid van de laterale ooghoek en de traanklier)
2. N. maxillaris (bovenkaak)
- N. infra-orbitalis splits zich in:
o N. alveolaris superior posterior:
innerveert de bovenste
molaren en de bijbehorende
vestibulaire gingiva
o N. alveolaris superior medius:
bovenste premolaren en
bijbehorende vestibulaire
gingiva
o N. alveolaris superior anterior:
bovenste cuspidaat en
incisieven en bijbehorende
vestibulaire gingiva
o Andere aftakkingen: voor het innerveren van de huid van de zijkant van
de neus, distaal ooglid, huid en de mucosa van de bovenlip
- N. zygomaticus: innerveert de huid van
de
jukbeen, traanklier
- ganglion pterygopalatinum
o Nn. Nasopalatini: voorste deel
van het palatum durum, de
gingiva incisieven en
cuspidaten boven (palatinale
zijde) en de slijmvliezen van de
neusholte
o N. palatinus major: palatum
molle, achterste deel palatum
durum, gingiva (pre)molaren boven (palatinale zijde)
o Nn. Palatini minores: palatum molle
, 3. N. mandibularis (onderkaak)
- N. buccalis: innerveren de slijmvliezen en
de huid van de wang, de buccale gingiva
(pre)molarenmandibula
- Nn. Pterygoidei: innerveert de musculus
pterygoideus
- N. massetericus: innerveert de musculus
masseter
- Nn. Temporalis profundi: innerveert de
musculus temporalis
- N. auriculotemporalis: innerveert de huid
van de oor, de slaapstreek, het kaakgewricht
sensibel
- N. alveolaris inferior
o M. mylohyoideus en M. digastricus
o Sensorisch: gebit mandibula, de kin,
onderlip en de huid van de mandibula
o N. mentalis: innerveert de huid van de
kin, onderlip, vestibulaire gingiva van
de incisieven en cuspidaat
- het vervolg van de nervus alveolaris
inferior is de nervus incisivus: deze
innerveert de elementen van het
onderfront
- N. lingualis: sensorisch voorste 2/3 deel van
de tong, de slijmvliezen van de mondbodem en de
gingiva van de linguale zijde van de onderkaak
N. trigeminus
N. ophthalmicus N. maxillaris N. mandibularis
N. nasociliaris N. frontalis N. lacrimalis
Innerveert de slijmvliezen van:
Innerveert de huid van de:
- neusholte Innerveert de huid van de:
- Mediale ooghoek
- traanzak - Laterale ooghoek
- Het voorhoofd
En de huid van de: - Traanklier
- Bovenste ooglid
- neusrug