Les 4: Alcohol
Leerdoelen les
1. Je legt uit hoe alcohol in het lichaam wordt afgebroken en welke factoren van invloed zijnop de
snelheid van afbraak.
2. Je benoemt de positieve en negatieve effecten van alcohol in het lichaam en legt uit waardoor
deze ontstaan.
3. Je benoemt de aanbevelingen m.b.t. alcohol volgens de Gezondheidsrad en legt ui wat hier de
onderbouwing voor is.
4. Voldoet Nederland aan deze richtlijnen?
Alcohol
Alcohol = ethanol = ethyl alcohol
- Enige drinkbare vorm van alcohol
- Energetische waarde; 7 kcal/gram
Methanol = methyl alcohol (met OH-groep eraan wordt het al alcohol
genoemd)
Methanol kan ontstaan als je zelf alcohol gaat maken.
- Toxisch!
Hoeveel alcohol in een glas?
- Een alcoholische drank bevat ongeveer 10 gram alcohol er consumptie
- De portiegrootte en het volume percentage alcohol verschilt
Standaardglas bier: 250ml
Standaardglas wijn: 100ml
Standaardglas sterke drank: 35ml
Levert globaal 100 kcal per consumptie
Bloed Alcohol Gehalte: promillage
Promillage alcohol per
consumptie bij de man:
0,2 promillage.
Promillage alcohol per
consumptie bij de vrouw:
0,3 promillage
Je mag bij promillage van
0,5 niet meer rijden
Wat wilt promillage zeggen? Hoeveelheid alcohol per kg bloed (lichaamswater)
Hoeveel promille levert 1 glas alcohol?
Met welk promillage mag je van de wet nog autorijden? Niet hoger dan 0,5 promille
Hoeveel drankjes zijn dat maximaal?
, Terminologie alcoholgebruik
Matig alcoholgebruik:
- 1-2 glazen/dag voor vrouwen
- 1-3 glazen/dag voor mannen
Overmatig alcohol gebruik:
- >2 glazen/dag voor vrouwen
- >3 glazen/dag voor mannen
Zwaar alcoholgebruik:
- minstens 1 keer per week 4 (vrouwen) of 6 (mannen) of meer glazen alcohol op een dag
Binge drinken:
- minstens 5 glazen bij een gelegenheid
Alcohol afhankelijkheid/verslaafd
Alcohol afhankelijkheid: DSM-IV criteria (bij minstens 3)—> kun je de definitie vinden van alcohol
verslaving.
1. Tolerantie, de behoefte aan steeds meer drinken of afnemend effect van dezelfde hoeveelheid
drank.
2. Aanwezigheid van onthoudingsverschijnselen of dreiging ervan.
3. Drinken in grotere hoeveelheden of langer dan vooraf de bedoeling was.
4. Aanhoudende wens of mislukte poging om met drinken te stoppen.
5. Steken van veel tijd in drank (kopen, drinken, herstellen).
6. Belangrijke activiteiten (sociaal, werk, vrije tijd) hebben onder het drinken te lijden.
7. Doorgaan met drinken tegen beter weten in.
Als je aan 3 of meer punten voldoet spreek je van alcohol afhankelijkheid/verslaving.
Volgens het NIGZ: Nederlands Instituut voor Gezondheidszorg
DSM criteria: psychische aandoeningen
Alcoholafhankelijkheid