Les 6: Voedingsvezels
Leerdoelen les
1. Je legt uit wat vezels zijn en benoemt de verschillende typen vezels.
2. Je legt uit wat gun functie in het lichaam is en welke gezondheidseffecten ze in het lichaam
kunnen hebben.
3. Je legt uit wat de achtergrond is van de richtlijn voor vezels.
Vraag 1:
Vezels komen zowel in dierlijke als plantaardige producten voor?
Nee, alleen in plantaardige producten, een kleine uitzondering hierop. Chitine: komt voor in het
skelet van in het skelet van kreeften, krabben en garnalen en wordt ook tot de vezels gerekend.
Vraag 2:
Van bananen raak je verstopt.
Fabel: bananen veel vezels —> trekt water aan —> groter volume van de faeces —> minder snel
verstopping.
Want vezels trekken vocht aan, dus wordt het makkelijker om naar wc te gaan. Maar je moet dus
wel meer drinken als je meer vezels gaat eten.
Vraag 3:
In donker brood zit meer vezel dan in licht brood.
Nee, in donker brood zit niet meer vezels. Donkere delen van de graankorrel zijn de kiem en
zemel. Maar veel bruinbrood wordt bruin gemaakt met mout.
1. Je legt uit wat vezels zijn en benoemt de verschillende typen vezels.
Voedingsvezels: definitie
‘koolhydraten, verbindingen analoog aan koolhydraten, en lignine en daaraan verwante stoffen die
in de dunne darm van de mens niet worden verteerd of opgenomen’.
- Onverteerbaar voor spijsverteringsenzymen van de mens.
- Fermentatie door bacteriën in de dikke darm.
Er bestaan veel verschillende soorten vezels, ze verschillen in het soort monosaccharide dat ze
bevatten en in de bevindingen hiertussen.
, Verschillende soorten
1. Cellulose:
- Lineair glucose-polymeer (tot 10.000) (Dit stofje lijkt op zetmeel). Onze enzymen kunnen de
glucose eenheden er niet afknippen dus alles gaat door naar de dikke darm.
- Belangrijkste component celwanden
- Waterstofbruggen, stevige vezels. Hierdoor krijg je stevige bindingen van cellulose
- In granen, fruit, groenten en noten
Vezels zitten dus voornamelijk in de celwand van plantencellen, dierlijke cellen hebben geen
celwand en dus geen vezels.
Cellulose
Zetmeel —> kunnen enzymen wel doorknippen,
maar niet verteren
Cellulose —> kunnen enzymen niet doorknippen,
en niet verteren
Hydrogen bond= waterstofbruggen
Cel—> celwand—> cellulose—> glucan ketens —> waterstofbruggen —> houden glucose
moleculen bij elkaar.