Infrastructuur en beleid
Hoofdstuk 1: Sportverenigingen
Engelse sporten werden als eerste beoefend door jonge mannen uit hogere stedelijke niveaus. Zij
richten ook de eerste verenigingen op. De sport verspreidde zich later ook naar de bredere lagen van
de samenleving. De Amerikaanse- en Oosterse sportverenigingen waren in die tijd afwezig.
Onderwijzers, artsen en militairen namen het initiatief tijdens het oprichten van de
sportverenigingen.
Tijdens de verzuiling werden nieuwe verenigingen opgericht. De achturige werkdag en de vijfdaagse
werkweek speelden hier een belangrijke rol in. Ook de groeiende welvaart en het gestegen
opleidingsniveau speelde een rol. Ook de overheid was steeds meer aan het stimuleren. Het ging niet
altijd goed en daar waren de volgende redenen voor te geven:
- Het ontbreken van financiële middelen
- Kleinschalige verenigingen
- Geringe draagkracht van de leden
- Gebrek aan bekwame bestuurders
- Gemeenten/kerken dwarsboomden de oprichting
Naast ‘gezin’ en ‘school’ werd de ‘sportvereniging’ als ideaal derde milieu beschouwd. Hier moest je
jezelf aan de regels houden, verantwoordelijkheden dragen en samenwerken.
Sportverenigingen hebben in de laatste decennia te maken gehad met:
- Individualisering minder behoefte aan gezamenlijke activiteiten.
- Groeiend consumentisme ze zijn meer ‘klant’ dan ‘lid’. Ze betalen contributie en
verwachten daar een dienst voor terug te krijgen.
In de afgelopen decennia zijn steeds meer mensen gaan sporten, maar het aantal verenigingen zijn
wel afgenomen. De oorzaak hiervan is:
- Schaalvergroting er komen fuserende en samenwerkende verenigingen. Hierdoor daalt het
aantal verenigingen, maar er zijn meer mensen bij één vereniging betrokken.
Ondanks het feit dat de verenigingen afnemen, zijn zij nog steeds de belangrijkste sportaanbieders
van het land.
De functies die de sportverenigingen voor hun leden vervullen zijn:
- Aanbieden van sportbeoefening
- Creëren van mogelijkheden voor ontmoeting en gezelschap
- Bieden van mogelijkheden voor persoonlijke ontwikkeling
- Bieden van identificatiemogelijkheden
Binnen sportverenigingen heerst er sociale hegemonie. Dit betekent dat veel leden kenmerken als
inkomst, herkomst, opleiding en geloof met elkaar gemeen hebben.
Steeds meer verenigingen krijgen te maken met ondernemisering. Arbeid, kapitaal en kennis worden
gecombineerd om een product of dienst aan te bieden. Er wordt met elkaar geconcurreerd. Het gaat
hierbij bijvoorbeeld om kartbanen, klimhallen en fitnessscholen.
Als het gaat om de financiën, zijn er twee rijen op te stellen van inkomsten en uitgaven.
Inkomsten Uitgaven
Contributie + Entree Kantineopbrengsten Accommodatie Organisatiekosten
Sponsoring + Donateurs Subsidies Bondsafdrachten Loondienst
,Historie en ontwikkelingen (sheet)
Tijdens WOII was sporten alleen toegestaan bij sportverenigingen van een ‘goedgekeurde’ sportbond.
De verzuiling kwam ook in de sport terecht en er kwamen verschillende sportverenigingen.
Na WOII werden veel verenigingen opgericht. Dit kwam door de groeiende welvaart, toename van de
vrije tijd en door de sportstimulering van de overheid. De sportverenigingen werden gezien als ‘derde
milieu’ naast school en gezin. De sportverenigingen kregen een maatschappelijke betekenis.
Er werden speciale dingen verwacht van deze maatschappelijke sportverenigingen.
De verenigingen kregen te maken met problemen, de oorzaken waren hiervoor:
- Individualisering - Commercialisering
- Consumentisme - Concurrentie vrijetijdsactiviteiten
Ook werd er druk op de sportverenigingen uitgeoefend. Van buiten vanwege maatschappelijke claims
en concurrentie van commerciële initiatieven. Van binnenuit door de hogere eisen, normen en
verwachtingen.
De verenigingen gingen van een ‘voor-en-door-ledenorganisatie’ naar een dienstverlenende
organisatie met externe oriëntatie. De marktbewerking werd belangrijker dan het verenigen.
Er ontstaat een ondersteuningsstructuur. De verenigingsondersteuning wordt gedaan door
lokale/regionale sportserviceorganisaties, sportbonden en commerciële adviseurs. Ook
verenigingsadviseurs en combinatiefunctionarissen spelen hier een rol in.
De sportverenigingen gaan vitaliseren. Dit zorgt voor het:
- Versterken en moderniseren van sportverenigingen
- Opstellen van criteria waaraan ‘vitale’ sportverenigingen aan moeten voldoen
o Leden / sportaanbod / accommodatie / financiën / organisatie / beleid en strategie /
maatschappelijke rol / mate van samenwerken met andere partijen.
- Ontwikkelen van meetinstrumenten (om vitaliteit te meten)
De sportverenigingen worden vervolgens gesegmenteerd.
- Op basis van (gemeten) vitale criteria
- Ondersteuning en subsidiëring op basis van indeling
De schaalvergroting, minder verenigingen met meer leden, is de belangrijkste oorzaak voor het
afnemen van het aantal sportverenigingen.
Activiteiten (sheet)
De basisfuncties / kerntaken van een sportvereniging zijn:
- Beschikbaar stellen van accommodaties en faciliteiten
- Verzorgen van instructie en trainingen
- Organiseren van wedstrijden, competities en toernooien
- Begeleiden van sporters tijdens sportontmoetingen
De bijkomende functies zijn:
- Creëren mogelijkheden voor ontmoeting en gezelschap
- Bieden mogelijkheden voor persoonlijke ontwikkeling
- Bieden van identificatiemogelijkheden
, Organisatie (sheet)
De verenigingsstructuur is opgebouwd uit de ALV, het bestuur en de verschillende commissies die
elke vereniging heeft.
Vrijwilligersorganisaties hebben te maken met beperkte professionalisering. Er wordt echter wel
vaker gebruik gemaakt van kennis, inzichten en methoden op het gebied van bestuur en
management. Er wordt dus wel kwalitatief beter gewerkt.
Binnen sportvereniging is er sprake van differentiatie. Er is sprake van hybridisering.
Sportverenigingen worden hybride organisaties en dat komt door:
- Ondernemisering commerciële tennis- en voetbalscholen
- (andere) organisatie van topsportactiviteiten
o Stijging sponsorbudgetten / slagvaardigheid / minder risico’s
- (andere) exploitatie en onderhoud van sportcomplexen
o Verantwoordelijk voor beheer / ondergebracht in aparte stichtingen
Financiën (sheet)
De financiën van de sportverenigingen staat genoteerd in de sportaanbiedersmonitor. Voorheen was
dit de verenigingsmonitor. De inkomsten van de sportverenigingen zijn hieronder van groot naar klein
weergegeven:
- Contributies van leden en bijdragen van donateurs
- Overige inkomsten
- Kantineopbrengsten
- Sponsoring en reclame
- Subsidies
De uitgaven van de sportvereniging zijn ook van groot naar klein weergegeven:
- Accommodatie
- Overige uitgaven
- Kader (wel of niet in loondienst)
- Organisatiekosten
- Bondsafdrachten
Hoofdstuk 1: Sportverenigingen
Engelse sporten werden als eerste beoefend door jonge mannen uit hogere stedelijke niveaus. Zij
richten ook de eerste verenigingen op. De sport verspreidde zich later ook naar de bredere lagen van
de samenleving. De Amerikaanse- en Oosterse sportverenigingen waren in die tijd afwezig.
Onderwijzers, artsen en militairen namen het initiatief tijdens het oprichten van de
sportverenigingen.
Tijdens de verzuiling werden nieuwe verenigingen opgericht. De achturige werkdag en de vijfdaagse
werkweek speelden hier een belangrijke rol in. Ook de groeiende welvaart en het gestegen
opleidingsniveau speelde een rol. Ook de overheid was steeds meer aan het stimuleren. Het ging niet
altijd goed en daar waren de volgende redenen voor te geven:
- Het ontbreken van financiële middelen
- Kleinschalige verenigingen
- Geringe draagkracht van de leden
- Gebrek aan bekwame bestuurders
- Gemeenten/kerken dwarsboomden de oprichting
Naast ‘gezin’ en ‘school’ werd de ‘sportvereniging’ als ideaal derde milieu beschouwd. Hier moest je
jezelf aan de regels houden, verantwoordelijkheden dragen en samenwerken.
Sportverenigingen hebben in de laatste decennia te maken gehad met:
- Individualisering minder behoefte aan gezamenlijke activiteiten.
- Groeiend consumentisme ze zijn meer ‘klant’ dan ‘lid’. Ze betalen contributie en
verwachten daar een dienst voor terug te krijgen.
In de afgelopen decennia zijn steeds meer mensen gaan sporten, maar het aantal verenigingen zijn
wel afgenomen. De oorzaak hiervan is:
- Schaalvergroting er komen fuserende en samenwerkende verenigingen. Hierdoor daalt het
aantal verenigingen, maar er zijn meer mensen bij één vereniging betrokken.
Ondanks het feit dat de verenigingen afnemen, zijn zij nog steeds de belangrijkste sportaanbieders
van het land.
De functies die de sportverenigingen voor hun leden vervullen zijn:
- Aanbieden van sportbeoefening
- Creëren van mogelijkheden voor ontmoeting en gezelschap
- Bieden van mogelijkheden voor persoonlijke ontwikkeling
- Bieden van identificatiemogelijkheden
Binnen sportverenigingen heerst er sociale hegemonie. Dit betekent dat veel leden kenmerken als
inkomst, herkomst, opleiding en geloof met elkaar gemeen hebben.
Steeds meer verenigingen krijgen te maken met ondernemisering. Arbeid, kapitaal en kennis worden
gecombineerd om een product of dienst aan te bieden. Er wordt met elkaar geconcurreerd. Het gaat
hierbij bijvoorbeeld om kartbanen, klimhallen en fitnessscholen.
Als het gaat om de financiën, zijn er twee rijen op te stellen van inkomsten en uitgaven.
Inkomsten Uitgaven
Contributie + Entree Kantineopbrengsten Accommodatie Organisatiekosten
Sponsoring + Donateurs Subsidies Bondsafdrachten Loondienst
,Historie en ontwikkelingen (sheet)
Tijdens WOII was sporten alleen toegestaan bij sportverenigingen van een ‘goedgekeurde’ sportbond.
De verzuiling kwam ook in de sport terecht en er kwamen verschillende sportverenigingen.
Na WOII werden veel verenigingen opgericht. Dit kwam door de groeiende welvaart, toename van de
vrije tijd en door de sportstimulering van de overheid. De sportverenigingen werden gezien als ‘derde
milieu’ naast school en gezin. De sportverenigingen kregen een maatschappelijke betekenis.
Er werden speciale dingen verwacht van deze maatschappelijke sportverenigingen.
De verenigingen kregen te maken met problemen, de oorzaken waren hiervoor:
- Individualisering - Commercialisering
- Consumentisme - Concurrentie vrijetijdsactiviteiten
Ook werd er druk op de sportverenigingen uitgeoefend. Van buiten vanwege maatschappelijke claims
en concurrentie van commerciële initiatieven. Van binnenuit door de hogere eisen, normen en
verwachtingen.
De verenigingen gingen van een ‘voor-en-door-ledenorganisatie’ naar een dienstverlenende
organisatie met externe oriëntatie. De marktbewerking werd belangrijker dan het verenigen.
Er ontstaat een ondersteuningsstructuur. De verenigingsondersteuning wordt gedaan door
lokale/regionale sportserviceorganisaties, sportbonden en commerciële adviseurs. Ook
verenigingsadviseurs en combinatiefunctionarissen spelen hier een rol in.
De sportverenigingen gaan vitaliseren. Dit zorgt voor het:
- Versterken en moderniseren van sportverenigingen
- Opstellen van criteria waaraan ‘vitale’ sportverenigingen aan moeten voldoen
o Leden / sportaanbod / accommodatie / financiën / organisatie / beleid en strategie /
maatschappelijke rol / mate van samenwerken met andere partijen.
- Ontwikkelen van meetinstrumenten (om vitaliteit te meten)
De sportverenigingen worden vervolgens gesegmenteerd.
- Op basis van (gemeten) vitale criteria
- Ondersteuning en subsidiëring op basis van indeling
De schaalvergroting, minder verenigingen met meer leden, is de belangrijkste oorzaak voor het
afnemen van het aantal sportverenigingen.
Activiteiten (sheet)
De basisfuncties / kerntaken van een sportvereniging zijn:
- Beschikbaar stellen van accommodaties en faciliteiten
- Verzorgen van instructie en trainingen
- Organiseren van wedstrijden, competities en toernooien
- Begeleiden van sporters tijdens sportontmoetingen
De bijkomende functies zijn:
- Creëren mogelijkheden voor ontmoeting en gezelschap
- Bieden mogelijkheden voor persoonlijke ontwikkeling
- Bieden van identificatiemogelijkheden
, Organisatie (sheet)
De verenigingsstructuur is opgebouwd uit de ALV, het bestuur en de verschillende commissies die
elke vereniging heeft.
Vrijwilligersorganisaties hebben te maken met beperkte professionalisering. Er wordt echter wel
vaker gebruik gemaakt van kennis, inzichten en methoden op het gebied van bestuur en
management. Er wordt dus wel kwalitatief beter gewerkt.
Binnen sportvereniging is er sprake van differentiatie. Er is sprake van hybridisering.
Sportverenigingen worden hybride organisaties en dat komt door:
- Ondernemisering commerciële tennis- en voetbalscholen
- (andere) organisatie van topsportactiviteiten
o Stijging sponsorbudgetten / slagvaardigheid / minder risico’s
- (andere) exploitatie en onderhoud van sportcomplexen
o Verantwoordelijk voor beheer / ondergebracht in aparte stichtingen
Financiën (sheet)
De financiën van de sportverenigingen staat genoteerd in de sportaanbiedersmonitor. Voorheen was
dit de verenigingsmonitor. De inkomsten van de sportverenigingen zijn hieronder van groot naar klein
weergegeven:
- Contributies van leden en bijdragen van donateurs
- Overige inkomsten
- Kantineopbrengsten
- Sponsoring en reclame
- Subsidies
De uitgaven van de sportvereniging zijn ook van groot naar klein weergegeven:
- Accommodatie
- Overige uitgaven
- Kader (wel of niet in loondienst)
- Organisatiekosten
- Bondsafdrachten