Blok A
Jaar 1
1. Wat is kerathose?
Abormale verharding van de huid
, 2. Wat is hyperkerathose?
Verdikking van het stratum corneum
3. Wat is parakeratose?
Het aanhouden van kernen in het stratum corneum
4. Wat is acanthose?
Toename van het aantal cellagen in de epidermis t.g.v. een vermeerdering van het aantal
keratinocyten in het stratum spinosum
5. Wat is hypergranulose?
Verdikking van het stratum granulosum
6. Celmembraan is van binnen lipofiel en van buiten hydrofiel
Juist
7. Celmembraan is ambipolair
juist
8. Wat zijn de functies van de organellen? + voorbeeld
Nuclea = opslag DNA en regeling van processen
Mitochondriën = energievoorziening, productie ATP
ER = transport van eiwiten naar de cel of golgiapparaat
Ribosomen = omzetten van mRNA in eiwitten, eiwitsynthese
Golgiapparaat = productie koolhydraten, opslag eiwitten
Centrosomen = functie bij celdeling
Lysosomen = opruimen van niet verteerbare stoffen/afvalstoffen
9. Gaat osmose via een semipermeabel membraan?
Ja
10. Gaat diffusie via een semipermeabel membraan?
Nee (permeabel)
11. Gaat osmose van hoge naar lage concentratie?
Nee, gaat van lage osmotische druk naar hoge osmotische druk (water gaan altijd naar
plekken waar meer eiwitten aanwezig zijn)
12. Gaat diffusie van lage naar hoge concentratie?
Nee, gaat van hoge naar lage concentratie.
13. Hoe ziet een isotoon, hypertoon en een hypotoon eruit? + voorbeeld
Isotoon (normaal, normale osmotische druk), hypertoon (krimpt, hoge osmotische druk),
hypotoon (zwelling, lage osmotische druk)