ETNOGRAFISCHE SCHOLEN
Hollisme = empathie & identificatie met sociale groep nodig (doen/leven als locals)
Semiotisme = GEEN empathie nodig (woorden/beelden bestuderen)
Behaviourisme = filosofie achter de psychologie. 1) kritische etnografie = dialoog tussen etnograaf en
de onderzochten 2) auto-etnografie = onderzoeker gebruikt eigen ervaringen (werken voor
organisatie die je onderzoekt) 3) Netnografie = cultuur bestuderen via internet (virtuele etnografie)
TRIANGULATIE = meer dan 1 ding in onderzoek doen
1) Methoden triangulatie = combineren verschillende methoden van dataverzameling (open
interviews, observatie, verzamelen documenten)
2) Bronnen triangulatie = dezelfde methode dataverzameling, MAAR meerdere soorten bronnen
3) Onderzoekers triangulatie = met meerdere onderzoekers dezelfde waarneming doen en
hetzelfde materiaal analyseren en interpreteren
5 ELEMENTEN ACTIEONDERZOEK
1) Purpose&value choice = wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe kennis én praktische
probleemoplossing
2) Contextuele focus = focussen op bredere context
3) Change-based data and sense-making = data die consequenties trackt v.d. verandering
4) Participatie in het onderzoeksproces = probleemervaarders actief betrokken met onderzoeker
5) Knowledge diffusion = kennis verspreid volgens de kanalen v.d. geaccepteerde
wetenschappen
BENADERINGEN ACTIEONDERZOEK
1) Positivistisch (classical) = empirisch
- Actieonderzoek is sociaal experiment
- Methode om theorieën uit te testen in de echte wereld
- Validiteit & betrouwbaarheid, objectief waarneembare werkelijkheid
2) Interpretatief (contemporary) = betekenis geven aan iets
- Sociale werkelijkheid is sociale constructie (subjectieve werkelijkheid)
- Verschijnselen begrijpen door waarden die mensen eraan toekennen
- Betekenis geven aan realiteit d.m.v. taal
3) Kritisch = zelf reflectief onderzoek door participanten, de rationaliteit & rechtvaardigheid van
hun eigen doen te laten verbeteren
o Dubbele-hermeneutiek = actoren interpreteren communicatie handelingen (1 e
hermeneutiek, en sociale wetenschappers interpreteren deze interpretatie
(dubbele hermeneutiek)
o Kritisch realisme = de wereld wordt gezien als een bestaande onafhankelijkheid
door de kennis die wij erover hebben
4) Participerend = onderzoekers betrokken als onderzoeksonderwerpen & co-onderzoekers
5) Action science = verschil tussen wat mensen zeggen en doen (espoused theories). Verschil
tussen gedrag en overtuigingen van de beoefenaars
, Validiteit = gemeten wat je wilde meten?
Betrouwbaarheid = resultaten hetzelfde als je onderzoek
herhaalt?
Deductief = vanuit bestaande theorie naar verschijnsel
Inductief = vanuit verschijnsel naar bestaande theorie
Abductieve redenering = bepalen van best passende verklaring
Etnografie = inzichten in menselijke, sociale & organisatie
aspecten uit bedrijven. OOK diep begrip verkrijgen van mensen
en hun cultuur
3 METHODES DATA-ANALYSE
1) Hermeneutiek = betekenis van teksten begrijpen
2) Semiotiek = leer van tekens
3) Narratieve analyse = Eigen werkelijkheid creëren d.m.v. levensverhalen. OOK boodschappen
van mensen worden goed verteld
VORMEN VAN CONTACT LEGGEN
1) Face-to-face
2) Telefonische benadering
3) Brief schrijven
4) E-mail sturen
5) Contactpersoon inzetten
ONDERZOEKSSTRATEGIE
1) Casestudy = bestuderen van dragers van een sociaal verschijnsel gedurende een bepaalde
periode d.m.v. databronnen met uiteindelijke uitspraken over patronen & processen
- Enkelvoudige casestudy = bestuderen van 1 drager van een sociaal verschijnsel (e.g. 1
organisatie, 1 afdeling)
Idiosyncratisch = gericht op specifieke bijzonderheden & details
- Meervoudige casestudy = meerdere casussen in onderzoek betrokken
Methode van verschil (difference) = casussen lijken veel op elkaar m.u.v. het te verklaren
verschijnsel
Methode van overeenstemming (agreement) = casussen verschillen veel van elkaar, behalve
het te verklaren verschijnsel
2) Veldstudie (veldverslag, fieldnote) = participerende observatie centraal. Langdurig deel
uitmaken van gemeenschap, hierdoor verschijnsel van binnenuit kennen (emic perspective)
3) Interviewstudie = verschijnsel begrijpen d.m.v. kennis direct betrokkenen (inductief &
positivistisch)
Grounded-theory benadering = theorie ontwikkelen over een bepaald onderwerp of een
verzameling gerelateerde onderwerpen (nadruk op interviews, inductief)