Algemene economie samenvatting
MACRO-ECONOMISCHE VARIABELEN
Directe en indirecte invloed op bedrijfswinst:
Zowel aan opbrengstkant als aan kostenkant
CONJUNCTUUR
Invloed op :
Vraagkant
Conjunctuurgevoeligheid wordt bepaald door:
- aard van de producten
- kapitaalintensiteit productie zijn conjunctuur gevoeliger want hier kun je mensen ontslaan.
- plaats in bedrijfskolom hoe hoger je in de bedrijfskolom produceert hoe dichter bij de
oerproducent, hoe meer conjunctuur gevoeliger. Dit heeft te maken met de voorraad.
Aanbodkant
Prijsdalingen. Echter prijzen veelal star naar beneden (prijsrigiditeit)
WISSELKOERS
Met name de dollargevoeligheid speelt grote rol.
Evaluatie van kosten en opbrengsten in vreemde valuta en van de markt (met name de internationale
concurrentieverhoudingen)
OLIEPRIJS
Van belang:
energie-intensiteit
mogelijkheid energiebesparing
mogelijkheid doorberekening
bestedingseffecten
LONEN
Van belang is de AIQ= arbeidsinkomenquote totale loonsom: netto toegevoegde waarde.
Stijging AIQ bij stijging van reële loonkosten per eenheid product
Afhankelijk van Inflatie (consumentenprijsindex) en arbeidsproductiviteit
Loonruimte = inflatie + stijging arbeidsproductiviteit
Bedrijven die geconfronteerd worden met looneisen ter grote van de loonruimte komen in de
problemen als ze de gestegen kosten niet kunnen doorberekenen in de afzetprijzen.
Van belang in dit verband: AIQ per bedrijfstak
RENTE
Rentegevoeligheid afhankelijk van aard van het product en de balansverhoudingen van en bedrijf:
Solvabiliteit en liquiditeit!
Ook hier: kosteneffect en bestedingseffect
Macro-economische variabelen van invloed oa op keuze product-marktcombinaties.
, Hfst. 5
5.1
Collectieve waarden als een grote groep individuen in een samenleving bepaalde waarden
aanhangen.
In een economische gedrag spelen economische waarden een rol. Economische waarden zij bijv.
winstgevendheid en werkgelegenheid. Zedelijke waarden hebben te maken met opvattingen over het
menszijn, bv vrijheid, gelijkwaardigheid en gelijkheid.
Normen zijn regels die afgeleid zijn van de waarden. Normen kan men indelen in basisnormen en
situationeel bepaalde normen. Een basisnorm is bijv. dat mensen vrij zijn in handelen. Situationeel
bepaalde normen zijn minder abstract en geven in concrete situaties aan welk gedrag wenselijk is.
Bijv. verkeersgedrag en tafelmanieren.
Internationalisatieis het proces dat ertoe leidt dat individuen waarden en normen als een deel van
zichzelf gaan ervaren. Als normen en waarden niet geïnternaliseerd zijn, moet de motivatie voor het
naleven door een systeem van beloningen en straffen in het leven worden geroepen. In dat geval zijn
bepaalde sancties verbonden aan afkeurenswaardig gedrag.
Instituties de wet- en regelgeving en de instellingen die ze opstellen en uitvoeren. Instituties
bevorderen de voorspelbaarheid van het economische gedrag.
Een belangrijk kenmerk van de economische orde is de wijze waarop transacties tussen producenten
en afnemers plaatshebben en de wijze waarop informatie behoeften, prijzen en producten tussen
verschillende belanghebbenden uitgewisseld wordt.
Op markten beslissen kopers en verkopers over hoeveelheden en prijzen van producten. De
marktpartijen gebruiken informatie die zo over producten ontstaat weer bij hun economische
beslissingen in een volgende periode. Als het economische gedrag zich op deze wijze richt naar de
marktsituatie, spreek je van prijs- of marktmechanisme. Een economie waarin prijsmechanisme de
overhand heeft noemen we een markteconomie.
Planeconomie wanneer de overheid veel markten met regelgeving beheerst.
Ondernemingen die goederen aanbieden op makten waar geringe regelgeving is, produceren voor de
koopkrachtige vraag. Zij vinden alleen partijen tegen over zich die de goederen ook kunnen betalen.
Het marktmechanisme leidt vanwege de vrijheid van handelen tot grote mogelijkheid van individuele
ontplooiing. Marktpartijen kunnen zelf beslissingen nemen overeenkomstig hun voorkeuren. Zo
ontstaat een machtsbalans op markten. De partijen hoeven niet perse tot overeenstemming te komen.
Zij doen dit alleen als ze er voordeel bij hebben.
In een markteconomie is er een grote decentralisatie van informatie. Alle marktpartijen kunnen op de
hoogte zijn van productkenmerken en prijzen. Het marktmechanisme leidt tot effectieve productie
omdat de marktpartijen vraag en aanbod direct op elkaar afstemmen. Het marktmechanisme is
ondenkbaar zonder respect voor het bezit van anderen en voor het naleven van overeenkomsten.
5.2
Marktfalen als de markt goederen en diensten in het geheel niet kan voortbrengen. Bv. Wegen,
dijken, veiligheid. Dit is een overheidstaak. Dit zijn collectieven goederen.
Transacties die via het marktmechanisme verlopen kunnen alleen betrekking hebben op producten die
wel individueel gebruikt worden.
MACRO-ECONOMISCHE VARIABELEN
Directe en indirecte invloed op bedrijfswinst:
Zowel aan opbrengstkant als aan kostenkant
CONJUNCTUUR
Invloed op :
Vraagkant
Conjunctuurgevoeligheid wordt bepaald door:
- aard van de producten
- kapitaalintensiteit productie zijn conjunctuur gevoeliger want hier kun je mensen ontslaan.
- plaats in bedrijfskolom hoe hoger je in de bedrijfskolom produceert hoe dichter bij de
oerproducent, hoe meer conjunctuur gevoeliger. Dit heeft te maken met de voorraad.
Aanbodkant
Prijsdalingen. Echter prijzen veelal star naar beneden (prijsrigiditeit)
WISSELKOERS
Met name de dollargevoeligheid speelt grote rol.
Evaluatie van kosten en opbrengsten in vreemde valuta en van de markt (met name de internationale
concurrentieverhoudingen)
OLIEPRIJS
Van belang:
energie-intensiteit
mogelijkheid energiebesparing
mogelijkheid doorberekening
bestedingseffecten
LONEN
Van belang is de AIQ= arbeidsinkomenquote totale loonsom: netto toegevoegde waarde.
Stijging AIQ bij stijging van reële loonkosten per eenheid product
Afhankelijk van Inflatie (consumentenprijsindex) en arbeidsproductiviteit
Loonruimte = inflatie + stijging arbeidsproductiviteit
Bedrijven die geconfronteerd worden met looneisen ter grote van de loonruimte komen in de
problemen als ze de gestegen kosten niet kunnen doorberekenen in de afzetprijzen.
Van belang in dit verband: AIQ per bedrijfstak
RENTE
Rentegevoeligheid afhankelijk van aard van het product en de balansverhoudingen van en bedrijf:
Solvabiliteit en liquiditeit!
Ook hier: kosteneffect en bestedingseffect
Macro-economische variabelen van invloed oa op keuze product-marktcombinaties.
, Hfst. 5
5.1
Collectieve waarden als een grote groep individuen in een samenleving bepaalde waarden
aanhangen.
In een economische gedrag spelen economische waarden een rol. Economische waarden zij bijv.
winstgevendheid en werkgelegenheid. Zedelijke waarden hebben te maken met opvattingen over het
menszijn, bv vrijheid, gelijkwaardigheid en gelijkheid.
Normen zijn regels die afgeleid zijn van de waarden. Normen kan men indelen in basisnormen en
situationeel bepaalde normen. Een basisnorm is bijv. dat mensen vrij zijn in handelen. Situationeel
bepaalde normen zijn minder abstract en geven in concrete situaties aan welk gedrag wenselijk is.
Bijv. verkeersgedrag en tafelmanieren.
Internationalisatieis het proces dat ertoe leidt dat individuen waarden en normen als een deel van
zichzelf gaan ervaren. Als normen en waarden niet geïnternaliseerd zijn, moet de motivatie voor het
naleven door een systeem van beloningen en straffen in het leven worden geroepen. In dat geval zijn
bepaalde sancties verbonden aan afkeurenswaardig gedrag.
Instituties de wet- en regelgeving en de instellingen die ze opstellen en uitvoeren. Instituties
bevorderen de voorspelbaarheid van het economische gedrag.
Een belangrijk kenmerk van de economische orde is de wijze waarop transacties tussen producenten
en afnemers plaatshebben en de wijze waarop informatie behoeften, prijzen en producten tussen
verschillende belanghebbenden uitgewisseld wordt.
Op markten beslissen kopers en verkopers over hoeveelheden en prijzen van producten. De
marktpartijen gebruiken informatie die zo over producten ontstaat weer bij hun economische
beslissingen in een volgende periode. Als het economische gedrag zich op deze wijze richt naar de
marktsituatie, spreek je van prijs- of marktmechanisme. Een economie waarin prijsmechanisme de
overhand heeft noemen we een markteconomie.
Planeconomie wanneer de overheid veel markten met regelgeving beheerst.
Ondernemingen die goederen aanbieden op makten waar geringe regelgeving is, produceren voor de
koopkrachtige vraag. Zij vinden alleen partijen tegen over zich die de goederen ook kunnen betalen.
Het marktmechanisme leidt vanwege de vrijheid van handelen tot grote mogelijkheid van individuele
ontplooiing. Marktpartijen kunnen zelf beslissingen nemen overeenkomstig hun voorkeuren. Zo
ontstaat een machtsbalans op markten. De partijen hoeven niet perse tot overeenstemming te komen.
Zij doen dit alleen als ze er voordeel bij hebben.
In een markteconomie is er een grote decentralisatie van informatie. Alle marktpartijen kunnen op de
hoogte zijn van productkenmerken en prijzen. Het marktmechanisme leidt tot effectieve productie
omdat de marktpartijen vraag en aanbod direct op elkaar afstemmen. Het marktmechanisme is
ondenkbaar zonder respect voor het bezit van anderen en voor het naleven van overeenkomsten.
5.2
Marktfalen als de markt goederen en diensten in het geheel niet kan voortbrengen. Bv. Wegen,
dijken, veiligheid. Dit is een overheidstaak. Dit zijn collectieven goederen.
Transacties die via het marktmechanisme verlopen kunnen alleen betrekking hebben op producten die
wel individueel gebruikt worden.