Werkcollege 3
Reumatische ziekten; interne-gnk (blz.101-132)
Inleiding
Pijn in gewrichten kan veroorzaakt worden door een proces in het gewricht (articulair) of dicht bij het
gewricht (periarticulair)
- Articulair: pijn ter hoogte van gewrichtsspleet, gewrichtszwelling en beperkte bewegelijkheid
- Periarticulair: pijn lokaal aanwezig ter hoogte van het weefsel dat is aangetast. Pijn neemt toe bij druk en
bij beweging
Onderscheid in oorzaak: inflammatoir of mechanisch
- Inflammatoir= ontsteking: warmte, roodheid en zwelling
- Mechanisch (bv. Sportongeval): zwelling
Aanvullende onderzoeken
Gewrichtsvloeistof onderzoeken op bacteriën (infecties) of op kristallen (jicht)
Standaard röntgenfoto: pas in laat stadium geeft dit afwijkingen aan
Specifieke technieken: MRI of botscintigrafie
Algemeen bloedonderzoek
- Serologische onderzoek: onderzoek naar antistoffen (specifiek voor reuma)
- Wordt gezocht naar reumafactoren
o Antistoffen die gericht zijn tegen lichaamseigen stoffen. Reuma patienten hebben hier meer van
- En antinucleaire antistoffen
o Antilichamen tegen antigenen die in de kern cel aanwezig zijn
o Kunnen wijzen op het bestaan van bindweefselziekte
Analgetica
Pijn is meestal één van de hoofd klachten bij reumatische aandoeningen
Opioïden vallen vaak af, aangezien deze verslavend werken
- Deze mensen moeten het vaak voor langere tijd gebruiken
Paracetamol en aanverwanten, NSAID’s
Langzaam werkende antireumatica
Geneesmiddelen die de klachten verminderen of zelfs het ziekteproces geheel in remissie te brengen (dit
gebeurt op langere termijn 3-6mnd)
Tot deze groep behoren:
- Antimalariapreparaten (chloroquine)
- Goudverbindingen (auranofine)
- D-penicillamine
- Sulfasalazine
- Cytostatica (methotrexaat)
Vooral bij reumatoïde artritis
Corticosteroiden
Door de ontsteking remmende werking belangrijk bij reumatische aandoeningen
Nadeel: veel bijwerkingen
- Hangt wel af van de dosering en de termijn van de behandeling
Niet-medicamenteuze behandeling
Oefeningen afgewisseld met (bed)rust, vooral bij acute stadiums
- Doel: activiteit van ontstekingsproces te onderdrukken
Fysiotherapie:
- Bewegingstherapie: passieve bewegingen, zoveel mogelijk voorkomen van bewegingsbeperkingen
- Fysische therapie: lokale warmte/kou, kan met bewegingstherapie worden ondersteund en voor de pijn
Ergotherapie: ondersteuning van de beperkingen
Reuma- en wijkverpleegkundige, instrumentenmakers, psycholoog etc.
inflammatoire aandoeningen - Reumatoïde artritis
Oorzaak niet bekend en heeft een typische chronisch progressief verloop
- Wel erfelijke factoren
Begint vaak op jong volwassen leeftijd
Symptomen:
, Werkcollege 3
- Gewrichtsontstekingen (polyartritis), articulaire symptomen
Het verloop:
- De eerste veranderingen worden gezien in het gewrichtsslijmvlies (synovia). De hoeveelheid
gewrichtssmeer neemt toe, dit lijdt tot zwelling
o In gewrichtssmeer vrijwel altijd immuunglobulinen
o Deze immuuncomplexen (binding antistof met antigeen) activeren waarschijnlijk het
complementsysteem en veroorzaken vaatverwijding, waardoor fagocyterende cellen worden
aangetrokken. Dit zijn vooral granulocyten die de immuuncomplexen gaan fagocyteren. Na
verloop van tijd gaan deze granulocyten ten gronde, hierbij komt een stof vrij wat waarschijnlijk
de beschadiging optreedt van het kraakbeen.
- Daarna wordt bot en kraakbeen slechter, er treedt deformiteit (vervormingen) op
Symptomen
Voorteken of prodormale verschijnselen: algemene malaise, koorts en gewichtsverlies
- Klamme handen/voeten, prikkeling extremiteiten en fenomeen Raynaud
Geleidelijk aan meer specifieke verschijnselen: symmetrische zwellingen van
vinger- en teen gewrichten
Pijn vooral in de ochtend aanwezig (ochtendstijfheid)
In een later stadium vervormingen van gewrichten
Andere verschijnselen (dan de gewrichten):
- Erythema palmare (rode verkleuring van de handpalm), pleuritis (longvliesontsteking), pericarditis
(ontsteking hartzakje), noduli in onderhuids bindweefsel, longen en hart
- Soms: syndroom van Sjorgen
Onderzoek
Belangrijk om reumafactoren aan te tonen
- Kunnen vermoeden op RA bevestigen
Röntgenonderzoek is in verder stadia te zien
ACR-criteria
- Vier vereist voor definitieve RA
- De eerste vier moeten 6 weken aanwezig zijn
Basisbehandeling
Rust en andere leefregels
- Algemene lichamelijke rust (bedrust)
- Bewegingsbeperking van aangedane
gewrichten
- Dieet samengesteld: visolie lijkt gunstige
invloed te hebben (pijn, zwelling en stijfheid
neemt af)
Oefentherapie
- Om beweeglijkheid van gewrichten te
behouden
- Fysiotherapeut/ergotherapeut
Ontstekingsremmende pijnstillers (antiflogistische
analgetica)
- Salicylaten: duidelijk effect op juiste dosering,
oorsuizen/maagklachten is overdosering
- NSAID’s: ibuprofen, diclofenac en indometacine
Specifiek medicamenteuze therapie
Indien gewrichtsontsteking langer dan 6 weken aanhoudt. In de vorm van langzaam werkende antireumatica. Deze
middelen verlagen algehele activiteit van het ziektebeeld; zelden een remissie
Chloroquinederivaten (antimalariamiddelen)
- Bij milde verlopende vormen in lage dosering
Goudzouten
- Bi 60% effect, werking niet bekend
Corticosteroiden
- Nauwelijks enige invloed op progressieve beloop van de ziekte
- Veel ernstige bijwerkingen
Cytostatica
- Zoals methotrexaat, bij ernstige vormen
Reumatische ziekten; interne-gnk (blz.101-132)
Inleiding
Pijn in gewrichten kan veroorzaakt worden door een proces in het gewricht (articulair) of dicht bij het
gewricht (periarticulair)
- Articulair: pijn ter hoogte van gewrichtsspleet, gewrichtszwelling en beperkte bewegelijkheid
- Periarticulair: pijn lokaal aanwezig ter hoogte van het weefsel dat is aangetast. Pijn neemt toe bij druk en
bij beweging
Onderscheid in oorzaak: inflammatoir of mechanisch
- Inflammatoir= ontsteking: warmte, roodheid en zwelling
- Mechanisch (bv. Sportongeval): zwelling
Aanvullende onderzoeken
Gewrichtsvloeistof onderzoeken op bacteriën (infecties) of op kristallen (jicht)
Standaard röntgenfoto: pas in laat stadium geeft dit afwijkingen aan
Specifieke technieken: MRI of botscintigrafie
Algemeen bloedonderzoek
- Serologische onderzoek: onderzoek naar antistoffen (specifiek voor reuma)
- Wordt gezocht naar reumafactoren
o Antistoffen die gericht zijn tegen lichaamseigen stoffen. Reuma patienten hebben hier meer van
- En antinucleaire antistoffen
o Antilichamen tegen antigenen die in de kern cel aanwezig zijn
o Kunnen wijzen op het bestaan van bindweefselziekte
Analgetica
Pijn is meestal één van de hoofd klachten bij reumatische aandoeningen
Opioïden vallen vaak af, aangezien deze verslavend werken
- Deze mensen moeten het vaak voor langere tijd gebruiken
Paracetamol en aanverwanten, NSAID’s
Langzaam werkende antireumatica
Geneesmiddelen die de klachten verminderen of zelfs het ziekteproces geheel in remissie te brengen (dit
gebeurt op langere termijn 3-6mnd)
Tot deze groep behoren:
- Antimalariapreparaten (chloroquine)
- Goudverbindingen (auranofine)
- D-penicillamine
- Sulfasalazine
- Cytostatica (methotrexaat)
Vooral bij reumatoïde artritis
Corticosteroiden
Door de ontsteking remmende werking belangrijk bij reumatische aandoeningen
Nadeel: veel bijwerkingen
- Hangt wel af van de dosering en de termijn van de behandeling
Niet-medicamenteuze behandeling
Oefeningen afgewisseld met (bed)rust, vooral bij acute stadiums
- Doel: activiteit van ontstekingsproces te onderdrukken
Fysiotherapie:
- Bewegingstherapie: passieve bewegingen, zoveel mogelijk voorkomen van bewegingsbeperkingen
- Fysische therapie: lokale warmte/kou, kan met bewegingstherapie worden ondersteund en voor de pijn
Ergotherapie: ondersteuning van de beperkingen
Reuma- en wijkverpleegkundige, instrumentenmakers, psycholoog etc.
inflammatoire aandoeningen - Reumatoïde artritis
Oorzaak niet bekend en heeft een typische chronisch progressief verloop
- Wel erfelijke factoren
Begint vaak op jong volwassen leeftijd
Symptomen:
, Werkcollege 3
- Gewrichtsontstekingen (polyartritis), articulaire symptomen
Het verloop:
- De eerste veranderingen worden gezien in het gewrichtsslijmvlies (synovia). De hoeveelheid
gewrichtssmeer neemt toe, dit lijdt tot zwelling
o In gewrichtssmeer vrijwel altijd immuunglobulinen
o Deze immuuncomplexen (binding antistof met antigeen) activeren waarschijnlijk het
complementsysteem en veroorzaken vaatverwijding, waardoor fagocyterende cellen worden
aangetrokken. Dit zijn vooral granulocyten die de immuuncomplexen gaan fagocyteren. Na
verloop van tijd gaan deze granulocyten ten gronde, hierbij komt een stof vrij wat waarschijnlijk
de beschadiging optreedt van het kraakbeen.
- Daarna wordt bot en kraakbeen slechter, er treedt deformiteit (vervormingen) op
Symptomen
Voorteken of prodormale verschijnselen: algemene malaise, koorts en gewichtsverlies
- Klamme handen/voeten, prikkeling extremiteiten en fenomeen Raynaud
Geleidelijk aan meer specifieke verschijnselen: symmetrische zwellingen van
vinger- en teen gewrichten
Pijn vooral in de ochtend aanwezig (ochtendstijfheid)
In een later stadium vervormingen van gewrichten
Andere verschijnselen (dan de gewrichten):
- Erythema palmare (rode verkleuring van de handpalm), pleuritis (longvliesontsteking), pericarditis
(ontsteking hartzakje), noduli in onderhuids bindweefsel, longen en hart
- Soms: syndroom van Sjorgen
Onderzoek
Belangrijk om reumafactoren aan te tonen
- Kunnen vermoeden op RA bevestigen
Röntgenonderzoek is in verder stadia te zien
ACR-criteria
- Vier vereist voor definitieve RA
- De eerste vier moeten 6 weken aanwezig zijn
Basisbehandeling
Rust en andere leefregels
- Algemene lichamelijke rust (bedrust)
- Bewegingsbeperking van aangedane
gewrichten
- Dieet samengesteld: visolie lijkt gunstige
invloed te hebben (pijn, zwelling en stijfheid
neemt af)
Oefentherapie
- Om beweeglijkheid van gewrichten te
behouden
- Fysiotherapeut/ergotherapeut
Ontstekingsremmende pijnstillers (antiflogistische
analgetica)
- Salicylaten: duidelijk effect op juiste dosering,
oorsuizen/maagklachten is overdosering
- NSAID’s: ibuprofen, diclofenac en indometacine
Specifiek medicamenteuze therapie
Indien gewrichtsontsteking langer dan 6 weken aanhoudt. In de vorm van langzaam werkende antireumatica. Deze
middelen verlagen algehele activiteit van het ziektebeeld; zelden een remissie
Chloroquinederivaten (antimalariamiddelen)
- Bij milde verlopende vormen in lage dosering
Goudzouten
- Bi 60% effect, werking niet bekend
Corticosteroiden
- Nauwelijks enige invloed op progressieve beloop van de ziekte
- Veel ernstige bijwerkingen
Cytostatica
- Zoals methotrexaat, bij ernstige vormen