1. Welke bronnen van zorgplicht zijn er zoal?
Publiekrecht
- Wft
o Afdeling 4.2.3 en art. 4:90 e.v. Wft
o Art. 4:34 Wft
- Bgfo
o Hoofdstuk 8
Privaatrecht
- Burgerlijk Wetboek
o Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)
Maatschappelijke betamelijkheid
Aanspreken derden (vermogensrechtelijke relatie met cliënt)
Ook precontractueel mogelijk
o Overeenkomst van opdracht (art. 7:400/401 BW)
o Aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW)
2. Waar staan in de wet algemene zorgplichten geformuleerd? Noem drie voorbeelden.
Art. 3:8 Wft (staat niet in de bundel) bevat een zorgplicht die wordt gehandhaafd door tuchtrecht. Zie
art. 4:24a Wft, de algemene zorgplicht voor financiële dienstverleners. Voor beleggingsondernemers
art. 4:90 Wft. Ook art. 7:400 Wft bevat een algemene zorgplicht.
3. In de krant van afgelopen week staat het volgende bericht over verstrekkers van
hypothecaire leningen. Op haar website verwijst de AFM naar het Bgfo, maar zij
specificeert niet de desbetreffende bepaling. Op welke bepaling baseert de AFM dit?
Art. 4:20 Wft bevat de verplichting tot informatieverstrekking voor financiële dienstverleners. Zie art.
4:22 Wft. Ga terug naar art. 1:1 Wft; kredietverstrekking is een financieel product, dus ga naar de
Bgfo. Zie daar art. 53 lid 9. Onder sub a staat dat de snelheid waarmee het krediet wordt verstrekt niet
mag worden genoemd in reclame.
Als je krediet aanbiedt aan een consument, geldt art. 4:34 Wft.
4. Janssen N.V. wil gaan adviseren over derivaten. Zij vraagt daarvoor een vergunning aan.
1