SCHWITTERS, CONTRACT EN SOCIALE CONTEXT
Na lezing van de tekst ‘Contract en sociale context’ van Schwitters
• Weet u de betekenis van het contract voor de bevrijding uit traditionele verhoudingen naar
waarde te schatten;
Voor het bestaan van het contract stond de overdracht van goederen en diensten
voornamelijk onder de regie van traditionele normen en waarden. Voor de komst van het
contract waren rechten en plichten ingebed in een veelheid van wederzijdse rechten en
plichten, die de status van de hele persoonlijkheid omvatten. Kenmerkend voor vroegere
samenlevingen was het idee van reciprociteit: wederzijdse betrekking waarbij hetgeen ieder
toekomt, en aan elkaar verplicht is, gebaseerd is op een persoonlijke bekendheid gefundeerd
vertrouwen. De ruil van goederen en diensten heeft een ‘gift’ karakter, waarbij de overdracht
van diensten niet in precies op basis van prestatie en tegenprestatie afgebakend is. Bij
reciprociteit gaat het niet zozeer om het concrete goed, maar vooral om de bevestiging van
de onderlinge relatie. In tegenstelling tot reciprociteit, zijn het bij een contract gefundeerde
ruil, wederzijdse prestaties, precies gedefinieerd. Bij een contract gefundeerde ruil gaat het
om de prestaties en niet zozeer om de onderlinge band verschil met reciprociteit. De
band is niet geheel onbelangrijk maar heeft een meer eendimensionaal karakter. Pesser
typeert dit als mutualiteit: een naar tijd, omvang en kwaliteit duidelijk bepaalde ruil, waarbij
partijen zich laten leiden door hun eigen belang. Mensen zien elkaar niet langer als
buitenstaanders, maar erkennen elkaar als mensen die het toegestaan is hun eigen belang na
te streven (mutualiteit). Kortom: het contract had een bevrijdende werking omdat het
mogelijk werd voor mensen om zich te onttrekken aan de druk van feodaal en traditioneel
bepaalde plichten, gebaseerd op ongelijke status from status to contract. Het recht om
op basis van persoonlijke preferenties bindende afspraken te maken vormde één van de
belangrijkste bouwstenen van vrijheid en autonomie. De bevrijdende werking van het recht is
gelegen in het feit dat het zonder aanziens des persoons kan worden toegepast. Daarnaast lag
er een idee van gelijkheid in besloten: ruil werd afhankelijk gesteld van wat mensen ervoor
bereid waren te betalen en niet van verwantschapsverhoudingen en statusverschillen
besloten voorschriften.
• Heeft u inzicht in het verband tussen de grote betekenis van het contract in de negentiende
eeuw en het toen dominante laissez faire-liberalisme;
Het op de vrije wilsbestemming gefundeerde contract heeft vanaf de 17e eeuw model gestaan
voor de inrichting van de politieke en sociale verhoudingen. Het contract vormde ook de
grondslag voor de laissez faire- liberalisme: dominant denken in de 19e eeuw dat de vrije
wilsbestemming van individuen postuleerde en tot grondslag maakte van wederzijdse rechten
en plichten. Deze stroming is van grote invloed geweest op de inrichting van ons huidige recht
omdat het toen werd gecodificeerd. In geen andere periode dan de 19e eeuw was de
gedachte zo dominant dat mensen vrije contracten moesten kunnen sluiten. Hierbij werd
uitsluitend gericht op de vrije wilsvorming van individuen en de intentie van de partijen,
ongeacht de uitkomst of de redelijkheid van de afspraken. Rechters waren dan ook
terughoudend met het interpreteren van contractuele afspraken. Er werd aangenomen dat
partijen zelf in staat waren voor de realisering van hun eigen belangen. In de 19e eeuw
heerste ook de gedachte van het formeel rationeel recht: het recht biedt een raamwerk
waarbinnen autonome burgers in vrijheid kunnen handelen. Het model van rationeel recht
gaat samen met een overheid die zich tot het allernoodzakelijkste taken beperkt.
• Weet u welke omstandigheden ertoe hebben geleid dat vanaf het einde van de negentiende
eeuw de wetgever en de rechter in het vrije contract zijn gaan ingrijpen;