1
Forensische psychopathologie
Week 1: Forensische psychopathologie + Diagnostiek
Wat is forensische psychopathologie?
Forensische psychopathologie is gebaseerd op 3 pijlers
1) Diagnostiek: DSM-5 diagnose (As-I en as-II)
2) Risicotaxatie: Risico- en beschermende factoren
3) Informatie over het delict: Ernst van de verwondingen, geslacht/leeftijd van het slachtoffer,
recidive in het verleden,… --> Delict gerelateerde risicofactoren
==> Deze 3 pijlers kunnen ons vertellen wat er met de persoon is = NEEDs van het RNR-model
Hoe implementeer je dit in een behandelproces?
1) Assessment of patient
Beginnen met de needs --> 3 pijlers
Uitvinden wat er mis is
2) Needs are known (Classyfing)
Aan de hand van de 3 pijlers kan je ze classificeren in patiëntprofielen --> Kapstokken om te
weten met welke patiënt je te maken hebt
Welke behandeling is nu interessant, nu je de needs en het patiëntenprofiel weet?
3) Treatment programs vanuit needs
Wat treffen we aan in de forensische psychiatrie (Co-morbiditeit)? – Van der Veeken
As-I problematiek = niveau van de symptomen
> Schizofrenie, mood disorders, anxiety disorders, SUD en parafiele stoornis
20-50%: Psychotische kwetsbaarheid
o Vaak geschiedenis van middelenmisbruik --> Vaak om rust in hoofd creëren of zelf-
medicatie (Moeite met het filteren van prikkels en daarom ervaren ze geen rust) MAAR
drugs kan ook psychoses uitlokken
50-60%: SUD
o Primaire verslaving = hoofddiagnose SUD
o Secundaire verslaving = verslaving aanwezig in co-morbiditeit met andere stoornissen
> Wat komt het meeste voor: SUD > Parafiele stoornis > Schizofrenie
As-II problematiek = niveau van de persoonlijkheid
> Cluster A PD, cluster B PD en cluster C PD
Cluster A PD = paranoïde, schizoïde, schizotypische
Cluster B PD = antisociaal, theatraal, borderline, narcistisch
Cluster C PD = afhankelijke, dwangmatige, ontwijkende
Moeilijker om risicofactoren te verlagen, op een gegeven moment is er geen vooruitgang
meer in de behandeling
> Wat komt het meeste voor: Cluster B PD
Bij elke stoornis heb je de categorie NAO = niet anders omschreven
ASS en ADHD: Komt veel voor in co-morbiditeit met andere stoornissen
Hoofd risicofactoren: Central 8
Forensische psychiatrie en delict factoren
Onderzoek PD
> PD is geassocieerd met een verhoogd risico op geweld
Onderzoek psychopathie
> Psychopathie is geassocieerd met een verhoogd risico op geweld
> Factor 2 van de PCL-R voorspelt geweld beter dan factor 1
Onderzoek psychose
> Psychose is geassocieerd met risico op geweld
> Hallucinaties en (hypo)manische symptomen zijn niet geassocieerd met het risico op geweld,
tenzij er sprake is co-morbiditeit met antisociale PD
> Paranoïde wanen is wel geassocieerd met het risico op geweld
> Positieve, negatieve en gedesorganiseerde symptomen zijn geassocieerd met het risico op
geweld (Positieve het meeste)
> Duur van de onbehandelde eerste psychose is geassocieerd met het risico op geweld
> Middelenmisbruik vergroot het risico op geweld bij patiënten met psychoses
Wanneer het behandelprogramma niet voltooit wordt is er een hogere kans op recidive
Behandeling, antipsychotica en stemmingsstabilisatoren zijn geassocieerd met reductie in delicten
Risicofactoren zijn geslachtsneutraal, behalve middelenmisbruik (Voorspelt beter bij vrouwen)
Statische factoren Dynamische factoren
,2
Forensische psychopathologie
Maternaal roken, vroege blootstelling aan Psychotische stoornissen, PD,
geweld, opvoeding en voorgeschiedenis middelenmisbruik, bipolaire stoornis,
geweld/criminaliteit therapietrouw, niet in behandeling zijn
(psychose) en afwijkende seksuele voorkeur
Artikel: A latent class analysis of risk and protective factors – Jankovic
RNR-model:
> Risicoprincipe = intensiteit van de behandeling moet aansluiten bij het recidive risico van de
dader
> Needprincipe = belang om criminogenic needs in kaart te brengen
> Responsiviteitsprincipe = behandeling moet aansluiten bij de motivatie, leerstijl en intellectuele
capaciteiten van de daders
Big four (Geschiedenis van antisociaal gedrag, antisociale persoonlijkheid, antisociale
cognities en antisociale vrienden) en moderate four (School/werk, familie/partnerrelaties,
vrijetijdsbesteding en middelenmisbruik) zijn de belangrijkste voorspellers van recidivisme
Good lives model (GLM): Op sterkte-gebaseerde benadering die probeert om het risico op recidive
te verlagen door daders te helpen een meer bevredigend en betekenisvol leven te verkrijgen
Individuele behandeluitkomsten in forensische patiënten omdat het een heterogene populatie is
met betrekking tot type en ernst van de gepleegde delicten, psychopathologie en risico- en
beschermende factoren voor recidive
Van Der Veeken 4 patiëntklasse gebaseerd op as-I en as-II diagnoses, type delict en risicofactoren
uit HKT-R
1) Antisocial class: Cluster B PD, SUD, verschillende delicten zoals moord en mishandeling,
een aantal hoge risicofactoren
2) Mixed class with multiple disorders: Cluster B PD, comorbide psychotische stoornis of SUD,
meeste delicten moord of mishandeling
3) Maladaptive disordered affective class: Pedofiele stoornissen en/of pervasieve
ontwikkelingsstoornissen en/of PDNOS, minste SUD of cluster B PD
4) Psychotic first offender class: Psychotische stoornissen, SUD en/of cluster A PD, C PD of
PDNOS, minder cluster B PD
Huidige studie: Onderzoeken of er patiëntklasse zijn gebaseerd op psychiatrische diagnoses en
eerder gepleegde delicten + Onderzoeken of er risico- en beschermende factoren (HKT-R) klasse-
specifiek zijn
> Hypothese: Zelfde patiëntklasse vinden als die van Van Der Veeken
Methode:
> Gepleegde delicten in 7 categorieën: (1) Niet gewelddadige delicten, (2) lichte/medium
gewelddadige delicten, (3) ernstige gewelddadige delicten, (4) seksuele delicten volwassenen,
(5) seksuele delicten minderjarige, (6) brandstichting met gevaar voor personen, (7) moord
> As-I problematiek in 6 categorieën: (1) Geen as-I diagnose, (2) stemmingsstoornis, (3) SUD,
(4) ontwikkelingsstoornis, (5) psychotische stoornis, (6) andere stoornissen
> As-II problematiek in 7 categorieën: (1) Geen as-II diagnose, (2) cluster A PD, (3) cluster B PD,
(4) cluster C PD, (5) PDNOS, (6) meerdere PD, (7) ID
> HKT-R klinische schaal in 7 risico en 7 beschermende factoren
Risico: (1) Psychotische symptomen, (2) verslaving, (3) impulsiviteit, (4) antisociaal gedrag,
(5) vijandigheid, (6) schending van voorwaarden, (7) invloed van netwerk
Beschermende: (1) Probleeminzicht, (2) sociale vaardigheden, (3) zelfredzaamheid, (4)
therapietrouw,
(5) verantwoordelijkheid indexdelict, (6) coping vaardigheden, (7) arbeidsvaardigheden
Resultaten
> Soorten klasse gevonden (Van groot naar klein)
1) Klasse met alleen as-II diagnose: Geen as-I diagnose, PDNOS diagnose, delicten 1 en 2, en
geschiedenis delicten 4 en 5
2) Klasse met meerdere problemen: SUD, stemmingsstoornissen en andere as-I diagnoses,
grootste kans op PDNOS en delicten 1 en 2
3) Antisociale klasse: Grootste kans op SUD, vaak een ‘andere’ diagnose, hoogste kans op
cluster B PD en delicten 1, 2, 3 en 7
4) Psychotische klasse: Grootste kans op psychtosiche stoornissen, geen as-II diagnose,
delicten 1 en 2, en grootste kans op delict 7
5) Verstandelijk beperkte klasse: Meeste kans op SUD, psychotische stoornis, verstandelijke
beperking, cluster A en C PD, grotere kans op delict 4 en 5, en grootste kans op delict 6
> Hoogste gemiddelde op risicofactoren: Klasse 3 > Klasse 4 > Klasse 2 > Klasse 5 > Klasse 1
> Hoogste gemiddelde op beschermende factoren: Klasse 2 > Klasse 3 > Klasse 1 > Klasse 4 >
Klasse 5
, 3
Forensische psychopathologie
Conclusie
> Verschillen met Van Der Veeken
Klasse 1: Geen as-I diagnose
Klasse 2: Meeste verschillen
Klasse 3: Hogere niveaus van risicofactoren
Klasse 4: Geen as-II diagnose --> Van Der Veeken had verstandelijke beperking niet
geïncludeerd
Deze studie vond 5 klasse i.p.v. 4: Van Der Veeken had verstandelijke beperking niet
geïncludeerd
> Beschermende factoren
Klasse 1, 2 en 3: Zelfredzaamheid
Klasse 2: Probleeminzicht
> Behandeling
Klasse 2: Focussen op risicofactoren
Klasse 3: Focussen op verslaving, antisociaal gedrag en impulsiviteit
Klasse 4: Focussen op psychotische symptomen, zelfredzaamheid en pro-sociale omgeving
Klasse 5: Focussen op zelfredzaamheid en inzicht
Hoe veranderd het over tijd?
Artikel: The long-term changes in dynamic risk and protective factors over time in a
nationwide sample of dutch forensic psychiatric patients – Jankovic
Potentiële veranderbare karakteristieken van individuen en hun omgeving die de waarschijnlijkheid
van recidive na vrijlating doen
> Toenemen: Risicofactoren
> Afnemen: Beschermende factoren
Essentieel voor de forensische praktijk: Doelen opstellen om recidive te verminderen,
vooruitgang richting de doelen bepalen en informeren risicomanagement strategieën
Testen aan de hand van HKT-R
Herhaalde metingen beter dan duale tijdspunten (Voor en na behandeling)
> Weinig onderzoek naar omdat het verblijf lang is --> Intensief en tijdrovend
> Lineaire afname in dynamische HKT-R risicofactoren
Huidige studie: Onderzoeken van veranderingen in de HKT-R factoren tijdens de behandeling door
het verloop van de klinische schaal en de risico- en beschermende sub schalen te onderzoeken
> Hypothesen
1) Klinische schaal neemt significant af van opname tot vrijlating
2) Patiënten met SUD, psychotische stoornissen en cluster B PD laten een mindere afname in
risicofactoren en een mindere toename van beschermende factoren zien over tijd dan
patiënten zonder deze stoornissen
3) Psychotische en cluster B PD patiënten met comorbide SUD hebben een slechter
behandelresultaat dan psychotische en cluster B PD patiënten zonder SUD
Methode: 5 metingen; T1 (Opname) --> T2 --> T3 --> T4 --> T5 (Vrijlating)
> Fase 1: T1-T3 Fase 2: T3-T5 Veranderpunt: T3
Conclusie hypothese 1
> Significante afname van de klinische schaal op elk tijdstip tijdens de eerste fase
> Tweede fase ook een afname maar langzamer
Afname is dus niet constant gedurende het hele verblijf
> Risico subschaal: Beide fasen afname maar in tweede langzamer
> Beschermende vaardigheden subschaal: Beide fasen toename maar in tweede langzamer
> Vanaf het moment dat onbegeleid verlof (T3) werd verleend was er niet meer veel verandering
te zien
--> Kan komen omdat de grootste vooruitgang al geboekt was in de eerste fase
Conclusie hypothese 2 en 3
> Patiënten met SUD vs patiënten zonder SUD
SUD voorspelt het verloop over tijd enkel voor de beschermende vaardigheden subschaal in
de eerste fase: Niveau nam meer toe in vergelijking met patiënten zonder SUD
o Verbetering omdat door de zware beveiliging de kans op alcohol en drugs lager is dan
in de buitenwereld en ze ontvangen verslavingsbehandeling
o Behandeling is intensiever in de eerste fase
> Patiënten met psychotische stoornissen vs patiënten zonder psychotische stoornissen
Psychotische stoornissen voorspelde het verloop van de klinische schaal significant in de
eerste fase: Niveau nam meer af in vergelijking met patiënten zonder psychotische stoornis
Psychotische stoornissen voorspelde significant het verloop van de risico subschaal in de
eerste fase: Niveau nam meer af in vergelijk met patiënten zonder psychotische stoornissen
Psychotische stoornissen voorspelde significant het verloop van de beschermende
vaardigheden subschaal in de eerste fase: Niveau nam meer toe in vergelijking met
patiënten zonder psychotische stoornissen
Forensische psychopathologie
Week 1: Forensische psychopathologie + Diagnostiek
Wat is forensische psychopathologie?
Forensische psychopathologie is gebaseerd op 3 pijlers
1) Diagnostiek: DSM-5 diagnose (As-I en as-II)
2) Risicotaxatie: Risico- en beschermende factoren
3) Informatie over het delict: Ernst van de verwondingen, geslacht/leeftijd van het slachtoffer,
recidive in het verleden,… --> Delict gerelateerde risicofactoren
==> Deze 3 pijlers kunnen ons vertellen wat er met de persoon is = NEEDs van het RNR-model
Hoe implementeer je dit in een behandelproces?
1) Assessment of patient
Beginnen met de needs --> 3 pijlers
Uitvinden wat er mis is
2) Needs are known (Classyfing)
Aan de hand van de 3 pijlers kan je ze classificeren in patiëntprofielen --> Kapstokken om te
weten met welke patiënt je te maken hebt
Welke behandeling is nu interessant, nu je de needs en het patiëntenprofiel weet?
3) Treatment programs vanuit needs
Wat treffen we aan in de forensische psychiatrie (Co-morbiditeit)? – Van der Veeken
As-I problematiek = niveau van de symptomen
> Schizofrenie, mood disorders, anxiety disorders, SUD en parafiele stoornis
20-50%: Psychotische kwetsbaarheid
o Vaak geschiedenis van middelenmisbruik --> Vaak om rust in hoofd creëren of zelf-
medicatie (Moeite met het filteren van prikkels en daarom ervaren ze geen rust) MAAR
drugs kan ook psychoses uitlokken
50-60%: SUD
o Primaire verslaving = hoofddiagnose SUD
o Secundaire verslaving = verslaving aanwezig in co-morbiditeit met andere stoornissen
> Wat komt het meeste voor: SUD > Parafiele stoornis > Schizofrenie
As-II problematiek = niveau van de persoonlijkheid
> Cluster A PD, cluster B PD en cluster C PD
Cluster A PD = paranoïde, schizoïde, schizotypische
Cluster B PD = antisociaal, theatraal, borderline, narcistisch
Cluster C PD = afhankelijke, dwangmatige, ontwijkende
Moeilijker om risicofactoren te verlagen, op een gegeven moment is er geen vooruitgang
meer in de behandeling
> Wat komt het meeste voor: Cluster B PD
Bij elke stoornis heb je de categorie NAO = niet anders omschreven
ASS en ADHD: Komt veel voor in co-morbiditeit met andere stoornissen
Hoofd risicofactoren: Central 8
Forensische psychiatrie en delict factoren
Onderzoek PD
> PD is geassocieerd met een verhoogd risico op geweld
Onderzoek psychopathie
> Psychopathie is geassocieerd met een verhoogd risico op geweld
> Factor 2 van de PCL-R voorspelt geweld beter dan factor 1
Onderzoek psychose
> Psychose is geassocieerd met risico op geweld
> Hallucinaties en (hypo)manische symptomen zijn niet geassocieerd met het risico op geweld,
tenzij er sprake is co-morbiditeit met antisociale PD
> Paranoïde wanen is wel geassocieerd met het risico op geweld
> Positieve, negatieve en gedesorganiseerde symptomen zijn geassocieerd met het risico op
geweld (Positieve het meeste)
> Duur van de onbehandelde eerste psychose is geassocieerd met het risico op geweld
> Middelenmisbruik vergroot het risico op geweld bij patiënten met psychoses
Wanneer het behandelprogramma niet voltooit wordt is er een hogere kans op recidive
Behandeling, antipsychotica en stemmingsstabilisatoren zijn geassocieerd met reductie in delicten
Risicofactoren zijn geslachtsneutraal, behalve middelenmisbruik (Voorspelt beter bij vrouwen)
Statische factoren Dynamische factoren
,2
Forensische psychopathologie
Maternaal roken, vroege blootstelling aan Psychotische stoornissen, PD,
geweld, opvoeding en voorgeschiedenis middelenmisbruik, bipolaire stoornis,
geweld/criminaliteit therapietrouw, niet in behandeling zijn
(psychose) en afwijkende seksuele voorkeur
Artikel: A latent class analysis of risk and protective factors – Jankovic
RNR-model:
> Risicoprincipe = intensiteit van de behandeling moet aansluiten bij het recidive risico van de
dader
> Needprincipe = belang om criminogenic needs in kaart te brengen
> Responsiviteitsprincipe = behandeling moet aansluiten bij de motivatie, leerstijl en intellectuele
capaciteiten van de daders
Big four (Geschiedenis van antisociaal gedrag, antisociale persoonlijkheid, antisociale
cognities en antisociale vrienden) en moderate four (School/werk, familie/partnerrelaties,
vrijetijdsbesteding en middelenmisbruik) zijn de belangrijkste voorspellers van recidivisme
Good lives model (GLM): Op sterkte-gebaseerde benadering die probeert om het risico op recidive
te verlagen door daders te helpen een meer bevredigend en betekenisvol leven te verkrijgen
Individuele behandeluitkomsten in forensische patiënten omdat het een heterogene populatie is
met betrekking tot type en ernst van de gepleegde delicten, psychopathologie en risico- en
beschermende factoren voor recidive
Van Der Veeken 4 patiëntklasse gebaseerd op as-I en as-II diagnoses, type delict en risicofactoren
uit HKT-R
1) Antisocial class: Cluster B PD, SUD, verschillende delicten zoals moord en mishandeling,
een aantal hoge risicofactoren
2) Mixed class with multiple disorders: Cluster B PD, comorbide psychotische stoornis of SUD,
meeste delicten moord of mishandeling
3) Maladaptive disordered affective class: Pedofiele stoornissen en/of pervasieve
ontwikkelingsstoornissen en/of PDNOS, minste SUD of cluster B PD
4) Psychotic first offender class: Psychotische stoornissen, SUD en/of cluster A PD, C PD of
PDNOS, minder cluster B PD
Huidige studie: Onderzoeken of er patiëntklasse zijn gebaseerd op psychiatrische diagnoses en
eerder gepleegde delicten + Onderzoeken of er risico- en beschermende factoren (HKT-R) klasse-
specifiek zijn
> Hypothese: Zelfde patiëntklasse vinden als die van Van Der Veeken
Methode:
> Gepleegde delicten in 7 categorieën: (1) Niet gewelddadige delicten, (2) lichte/medium
gewelddadige delicten, (3) ernstige gewelddadige delicten, (4) seksuele delicten volwassenen,
(5) seksuele delicten minderjarige, (6) brandstichting met gevaar voor personen, (7) moord
> As-I problematiek in 6 categorieën: (1) Geen as-I diagnose, (2) stemmingsstoornis, (3) SUD,
(4) ontwikkelingsstoornis, (5) psychotische stoornis, (6) andere stoornissen
> As-II problematiek in 7 categorieën: (1) Geen as-II diagnose, (2) cluster A PD, (3) cluster B PD,
(4) cluster C PD, (5) PDNOS, (6) meerdere PD, (7) ID
> HKT-R klinische schaal in 7 risico en 7 beschermende factoren
Risico: (1) Psychotische symptomen, (2) verslaving, (3) impulsiviteit, (4) antisociaal gedrag,
(5) vijandigheid, (6) schending van voorwaarden, (7) invloed van netwerk
Beschermende: (1) Probleeminzicht, (2) sociale vaardigheden, (3) zelfredzaamheid, (4)
therapietrouw,
(5) verantwoordelijkheid indexdelict, (6) coping vaardigheden, (7) arbeidsvaardigheden
Resultaten
> Soorten klasse gevonden (Van groot naar klein)
1) Klasse met alleen as-II diagnose: Geen as-I diagnose, PDNOS diagnose, delicten 1 en 2, en
geschiedenis delicten 4 en 5
2) Klasse met meerdere problemen: SUD, stemmingsstoornissen en andere as-I diagnoses,
grootste kans op PDNOS en delicten 1 en 2
3) Antisociale klasse: Grootste kans op SUD, vaak een ‘andere’ diagnose, hoogste kans op
cluster B PD en delicten 1, 2, 3 en 7
4) Psychotische klasse: Grootste kans op psychtosiche stoornissen, geen as-II diagnose,
delicten 1 en 2, en grootste kans op delict 7
5) Verstandelijk beperkte klasse: Meeste kans op SUD, psychotische stoornis, verstandelijke
beperking, cluster A en C PD, grotere kans op delict 4 en 5, en grootste kans op delict 6
> Hoogste gemiddelde op risicofactoren: Klasse 3 > Klasse 4 > Klasse 2 > Klasse 5 > Klasse 1
> Hoogste gemiddelde op beschermende factoren: Klasse 2 > Klasse 3 > Klasse 1 > Klasse 4 >
Klasse 5
, 3
Forensische psychopathologie
Conclusie
> Verschillen met Van Der Veeken
Klasse 1: Geen as-I diagnose
Klasse 2: Meeste verschillen
Klasse 3: Hogere niveaus van risicofactoren
Klasse 4: Geen as-II diagnose --> Van Der Veeken had verstandelijke beperking niet
geïncludeerd
Deze studie vond 5 klasse i.p.v. 4: Van Der Veeken had verstandelijke beperking niet
geïncludeerd
> Beschermende factoren
Klasse 1, 2 en 3: Zelfredzaamheid
Klasse 2: Probleeminzicht
> Behandeling
Klasse 2: Focussen op risicofactoren
Klasse 3: Focussen op verslaving, antisociaal gedrag en impulsiviteit
Klasse 4: Focussen op psychotische symptomen, zelfredzaamheid en pro-sociale omgeving
Klasse 5: Focussen op zelfredzaamheid en inzicht
Hoe veranderd het over tijd?
Artikel: The long-term changes in dynamic risk and protective factors over time in a
nationwide sample of dutch forensic psychiatric patients – Jankovic
Potentiële veranderbare karakteristieken van individuen en hun omgeving die de waarschijnlijkheid
van recidive na vrijlating doen
> Toenemen: Risicofactoren
> Afnemen: Beschermende factoren
Essentieel voor de forensische praktijk: Doelen opstellen om recidive te verminderen,
vooruitgang richting de doelen bepalen en informeren risicomanagement strategieën
Testen aan de hand van HKT-R
Herhaalde metingen beter dan duale tijdspunten (Voor en na behandeling)
> Weinig onderzoek naar omdat het verblijf lang is --> Intensief en tijdrovend
> Lineaire afname in dynamische HKT-R risicofactoren
Huidige studie: Onderzoeken van veranderingen in de HKT-R factoren tijdens de behandeling door
het verloop van de klinische schaal en de risico- en beschermende sub schalen te onderzoeken
> Hypothesen
1) Klinische schaal neemt significant af van opname tot vrijlating
2) Patiënten met SUD, psychotische stoornissen en cluster B PD laten een mindere afname in
risicofactoren en een mindere toename van beschermende factoren zien over tijd dan
patiënten zonder deze stoornissen
3) Psychotische en cluster B PD patiënten met comorbide SUD hebben een slechter
behandelresultaat dan psychotische en cluster B PD patiënten zonder SUD
Methode: 5 metingen; T1 (Opname) --> T2 --> T3 --> T4 --> T5 (Vrijlating)
> Fase 1: T1-T3 Fase 2: T3-T5 Veranderpunt: T3
Conclusie hypothese 1
> Significante afname van de klinische schaal op elk tijdstip tijdens de eerste fase
> Tweede fase ook een afname maar langzamer
Afname is dus niet constant gedurende het hele verblijf
> Risico subschaal: Beide fasen afname maar in tweede langzamer
> Beschermende vaardigheden subschaal: Beide fasen toename maar in tweede langzamer
> Vanaf het moment dat onbegeleid verlof (T3) werd verleend was er niet meer veel verandering
te zien
--> Kan komen omdat de grootste vooruitgang al geboekt was in de eerste fase
Conclusie hypothese 2 en 3
> Patiënten met SUD vs patiënten zonder SUD
SUD voorspelt het verloop over tijd enkel voor de beschermende vaardigheden subschaal in
de eerste fase: Niveau nam meer toe in vergelijking met patiënten zonder SUD
o Verbetering omdat door de zware beveiliging de kans op alcohol en drugs lager is dan
in de buitenwereld en ze ontvangen verslavingsbehandeling
o Behandeling is intensiever in de eerste fase
> Patiënten met psychotische stoornissen vs patiënten zonder psychotische stoornissen
Psychotische stoornissen voorspelde het verloop van de klinische schaal significant in de
eerste fase: Niveau nam meer af in vergelijking met patiënten zonder psychotische stoornis
Psychotische stoornissen voorspelde significant het verloop van de risico subschaal in de
eerste fase: Niveau nam meer af in vergelijk met patiënten zonder psychotische stoornissen
Psychotische stoornissen voorspelde significant het verloop van de beschermende
vaardigheden subschaal in de eerste fase: Niveau nam meer toe in vergelijking met
patiënten zonder psychotische stoornissen