Media en maatschappij: theorie WC 1 Mediatheorie
Leerdoelen:
1. Begrijpen waarom inzicht in de relatie tussen mens en massamedia belangrijk is voor
hbo-professionals
2. Begrijpen van de complexe en veranderende relatie aan de hand van tien
mediatheorieën
3. Begrijp je samenhang tussen de begrippen; wetenschap, onderzoek en theorie
Ø Toets op 22/1
Ø 36 meerkeuze + 2 open vragen
Inzicht hebben in de relatie tussen mens en maatschappij en waarom dit belangrijk is:
- Om in te kunnen spelen op de mensen en de maatschappij
- Dan wordt je later een betere professional
De komst van sociale media heeft wel degelijk een invloed over hoe mensen over elkaar
praten en denken.
Tijdlijn mediatheorie: (in de tijdperken komen 10 mediatheorieën voor)
1900 à Tijdperk almachtige media
1930 à Tijdperk beperkt machtige media
1950 à Tijdperk ontvanger
1965 à Tijdperk sturend machtige media
2000 à Informatietijdperk
,Mediatheorie: inzichten in wat media doen met mensen
Definitie volgens de Boer & Brennecke: theorieën die het verband tussen de inhoud van de
media, het gebruik van media en de effecten daarvan op individu en samenleving verklaren.
Wetenschap en theorie
- Wetenschappers doen onderzoek: desk en fieldresearch
- Maar ook fundamenteel onderzoek (onderzoek met als doel de theorie aan te
scherpen) vs praktijkgericht onderzoek (vraagstuk in de praktijk oplossen)
- Dit onderzoek leidt tot theorieën (stukjes onderwijs)
- Hbo-professionals gebruiken die theorieën
Internet is het product geweest van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek (onderzoek
doen om het onderzoek, weten om te weten)
Praktijkonderzoek: 3FM heeft hulp nodig bij een vraag. Wij gaan dat voor hun oplossen. Je
bent dan praktijkgericht bezig. à Je lost een vraagstuk op
, Media en maatschappij: theorie WC 2 War of the Worlds
Leerdoelen:
1. Je kan de one-step-flow theorie, two-step-flow theorie en de multi-step-flow theorie
uitleggen
2. Je begrijpt de relatie tussen mens en massamedia in de tijdperken van de almachtige
en beperkt machtige media.
3. Je kan uitleggen wat intermediërende factoren, opinieleiders en influentials zijn
Vijf fasen van theorievorming massacommunicatie
1. Almachtige media (vanaf ca. 1900)
2. Beperkt machtige media (vanaf ca. 1930)
3. Aandacht voor ontvangers (vanaf ca. 1950)
4. Sturende machtige media (vanaf ca. 1965)
5. Massamedia in informatietijdperk (vanaf 21e eeuw)
De tijden en de samenhang moet je weten op de toets!
Fase 1
Ø Almachtige media
Ø Vanaf ca. 1900
Ø One-step-flow theorie
Fase 2
Ø Beperkt almachtige media
Ø Vanaf ca. 1930
Ø Two-step-flow theorie
Ø Multi-step-flow theorie
Van media naar massamedia
Wanneer groeiden media uit tot massamedia? En waarom?
Ø Massamedia begon vanaf 1900 à vanaf toen was het op volle toeren
Ø Leerplicht en alfabetisering zorgde ervoor dat mensen konden lezen.
Ø 19e eeuw à eeuw van de industriële revolutie.
Ø Mensen konden lezen
Ø Er was emancipatie (voor gewone man en vrouw)
Ø Medialandschap werd bepaald door pamflet, radio, krant, tijdschrift en film
1900: uitvinding van de massa
Van Naar Voorbeeld
Landbouw Massaproductie Industriële revolutie
Handwerk Machines/Elektra Stoomrotatiepers, film en radio
Platteland Stad Urbanisatie
Onwetendheid Kennis Schoolplicht, alfabetisering
Absolute monarchie Democratie Stemrecht, emancipatie
Oude elite Arbeiders Vakbonden, socialisme
Leerdoelen:
1. Begrijpen waarom inzicht in de relatie tussen mens en massamedia belangrijk is voor
hbo-professionals
2. Begrijpen van de complexe en veranderende relatie aan de hand van tien
mediatheorieën
3. Begrijp je samenhang tussen de begrippen; wetenschap, onderzoek en theorie
Ø Toets op 22/1
Ø 36 meerkeuze + 2 open vragen
Inzicht hebben in de relatie tussen mens en maatschappij en waarom dit belangrijk is:
- Om in te kunnen spelen op de mensen en de maatschappij
- Dan wordt je later een betere professional
De komst van sociale media heeft wel degelijk een invloed over hoe mensen over elkaar
praten en denken.
Tijdlijn mediatheorie: (in de tijdperken komen 10 mediatheorieën voor)
1900 à Tijdperk almachtige media
1930 à Tijdperk beperkt machtige media
1950 à Tijdperk ontvanger
1965 à Tijdperk sturend machtige media
2000 à Informatietijdperk
,Mediatheorie: inzichten in wat media doen met mensen
Definitie volgens de Boer & Brennecke: theorieën die het verband tussen de inhoud van de
media, het gebruik van media en de effecten daarvan op individu en samenleving verklaren.
Wetenschap en theorie
- Wetenschappers doen onderzoek: desk en fieldresearch
- Maar ook fundamenteel onderzoek (onderzoek met als doel de theorie aan te
scherpen) vs praktijkgericht onderzoek (vraagstuk in de praktijk oplossen)
- Dit onderzoek leidt tot theorieën (stukjes onderwijs)
- Hbo-professionals gebruiken die theorieën
Internet is het product geweest van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek (onderzoek
doen om het onderzoek, weten om te weten)
Praktijkonderzoek: 3FM heeft hulp nodig bij een vraag. Wij gaan dat voor hun oplossen. Je
bent dan praktijkgericht bezig. à Je lost een vraagstuk op
, Media en maatschappij: theorie WC 2 War of the Worlds
Leerdoelen:
1. Je kan de one-step-flow theorie, two-step-flow theorie en de multi-step-flow theorie
uitleggen
2. Je begrijpt de relatie tussen mens en massamedia in de tijdperken van de almachtige
en beperkt machtige media.
3. Je kan uitleggen wat intermediërende factoren, opinieleiders en influentials zijn
Vijf fasen van theorievorming massacommunicatie
1. Almachtige media (vanaf ca. 1900)
2. Beperkt machtige media (vanaf ca. 1930)
3. Aandacht voor ontvangers (vanaf ca. 1950)
4. Sturende machtige media (vanaf ca. 1965)
5. Massamedia in informatietijdperk (vanaf 21e eeuw)
De tijden en de samenhang moet je weten op de toets!
Fase 1
Ø Almachtige media
Ø Vanaf ca. 1900
Ø One-step-flow theorie
Fase 2
Ø Beperkt almachtige media
Ø Vanaf ca. 1930
Ø Two-step-flow theorie
Ø Multi-step-flow theorie
Van media naar massamedia
Wanneer groeiden media uit tot massamedia? En waarom?
Ø Massamedia begon vanaf 1900 à vanaf toen was het op volle toeren
Ø Leerplicht en alfabetisering zorgde ervoor dat mensen konden lezen.
Ø 19e eeuw à eeuw van de industriële revolutie.
Ø Mensen konden lezen
Ø Er was emancipatie (voor gewone man en vrouw)
Ø Medialandschap werd bepaald door pamflet, radio, krant, tijdschrift en film
1900: uitvinding van de massa
Van Naar Voorbeeld
Landbouw Massaproductie Industriële revolutie
Handwerk Machines/Elektra Stoomrotatiepers, film en radio
Platteland Stad Urbanisatie
Onwetendheid Kennis Schoolplicht, alfabetisering
Absolute monarchie Democratie Stemrecht, emancipatie
Oude elite Arbeiders Vakbonden, socialisme