Vraag 1
Kees Klaver werkt als boekhouder gedurende 40 uur per week tegen een salaris
van € 4.500 bruto per maand. Door een reorganisatie raakt hij zijn baan kwijt
met ingang van 1 december 2017. De vaststellingsovereenkomst is getekend op
25 september van dat jaar, de wettelijke opzegtermijn bedraagt drie maanden.
a. Wat is de eerste werkloosheidsdag?
Eerste werkloosheidsdag is de eerste dag waarop sprake is van relevant
urenverlies in de kalenderweek waarin zich een situatie voordoet als bedoeld in
art. 16 lid 1 WW: 5 arbeidsuren minder dan gemiddeld en beschikbaar om te
werken. Loonverlies moet ermee gepaard gaan. 26 december is de opzegtermijn
geëindigd dus geldt deze datum als eerste werkloosheidsdag.
Als je kijkt naar de werkloosheidswet zie je dat hoofstuk 2 betrekking heeft op
de uitkering werkloosheid. In paragrafen kan je goed het verschil zien tussen het
recht op uitkering en het geldend maken van het recht op uitkering.
Voorwaarden art 15 t/m 21. Par. 2 het geldend maken. Als gevraagd wordt om
het recht van uitkering moet je je daartoe beperken. Of het recht geldend wordt
gemaakt is een andere vraag.
Het recht op uitkering gaat in stappen:
1) is iemand werkloos? art. 16 WW: relevant arbeidsurenverlies +
beschikbaar zijn. Op dit moment raakt hij zijn arbeidsuren kwijt dus
werkloos is hij op 1 december. Definitie arbeidsuren in art. 1a WW. Uur
waarover (recht op) inkomen uit arbeid ontvangen. 1 december geen
inkomen uit arbeid. Opzegtermijn is 3 maanden, hij heeft ingestemd met
een kortere opzegtermijn. Zal vast een flink bedrag tegenover staan. Is
rechtsgeldig.
2) voldoet hij aan de wekeneis?
3) is er sprake van een uitsluitingsgrond? art. 19 WW: er ontstaat dan geen
recht. Lid 3: geen uitkering als wettelijke opzegtermijn nog niet is
verstreken en arbeidsovk is geëindigd door opzegging.
Vaststellingsovk getekend op 25 oktober, vanaf dat moment 3 maanden tellen.
Kom je op 25 december. Art. 7:672 BW lid 1 schrijft dan voor dat opzegging
tegen het einde van de maand geschiedt. Dus als niets is gezegd in de casus
over een andere opzegdatum dat het tegen het einde van de maand is. Als
datum waarop de dienstbetrekking wordt geacht te zijn opgezegd geldt de
datum waarop beëindiging schriftelijk is overeengekomen. Mondeling telt niet.
Uitsluitingsgrond in derde lid bepaalt dat uitkering niet eerder kan ingaan dan 1
januari. Wat doet dit met de wekeneis? Kijken naar art. 17 WW, met name het
tweede lid. Daar staat dat in afwijking van het eerste lid (als 19 lid 3 vtp is) het
recht op uitkering ontstaat als 26 van 36 weken gewerkt is voordat
arbeidsurenverlies intrad. Dat was 1 december. Dan kijken of 26 weken is