Hoofdstuk 1:
Public health:
Gezondheidszorg is er om ziekte te bestrijden of, gezondheidszorg te herstellen (Boot)
Vakgebied dat zich bezighoudt met de volksgezondheid en collectieve maatregelen om de
volksgezondheid te verbeteren. Definitie: ‘de wetenschap en kunst van het voorkomen van ziekte,
het verlangen van het leven en het bevorderen van de gezondheid door de georganiseerde
inspanningen van de samenleving’ (Acheson 1988). Public health in Nederland: GGD en sociale
geneeskunde: richt zich op de wisselwerking tussen mensen en hun materiële en immateriële milieu
(Mackenbach,2016).
Daling sterftecijfer → gevolg → daling geboortecijfer (leidde tot bevolkingstoename en toename
levensverwachting)
3 ideeën:
1. Gezondheidsproblemen zijn terug te voeren op blootstelling aan ongunstige
omgevingsinvloeden en dus vatbaar voor preventie
2. Problemen in de volksgezondheid zijn op te lossen door collectieve maatregelen
3. Kwantitatieve onderzoeksmethoden zijn geschikt op volksgezondheidsproblemen te
bestuderen en oplossingen te ontwerpen en evalueren (Mackenbach,2016)
Demografische transitie: overgang van hoog sterfte- en geboortecijfer naar laag sterfte- en
geboortecijfer. Eerst is er een daling van het sterftecijfer en daarna een daling van het geboortecijfer.
Het duurt namelijk even voordat mensen voortplantingspatroon hadden aangepast aan de hogere
overlevingskansen van kinderen (Mackenbach,2016).
Epidemiologische transitie: daling van het sterftecijfer berust op een verschuiving in het
doodsoorzakenpatroon (Mackenbach,2016). → 3 tijdperken:
1. Tijdperk van epidemieën en hongersnood (tot 1850):
Epidemie= een ziekte die optreedt bij een groot aantal mensen in hetzelfde demografische
gebied en zich snel verspreid.
Sterfte hoog, vooral door infectieziektes. Hongersnood en veelvoorkomende epidemieën
zorgen voor maagdarminfectie (cholera) en heftige fluctuaties in sterfteniveau. Mortaliteit
hoog en hoge en variabele levensverwachting.
2. Tijdperk van afnemende pandemieën (1875-1920):
Pandemie= epidemie verspreid over landgrenzen. De sterfte en infectieziekte dalem en
maken plaats voor kanker, hart- en vaatziekten en ongevalsletsel. Mortaliteit daalt,
levensverwachting stijgt langzaam→ populatie groeit.
3. Tijdperk van degeneratieve en met leefstijl samenhangende aandoeningen (1950-1970):
proces van tijdperk 2 zet zich voort, doodoorzaak wordt door hart- en vaatziekten en niet-
infectieziekten gedomineerd (Mackenbach,2016). Een toename van welvaartsziekten.
Mortaliteit daalt verder en stabiliseert, levensverwachting stijgt verder, vruchtbaarheid is een
cruciale factor in de populatiegroei.
Daling sterftecijfers komt door een daling van de infectieziekten, hierbij speelt de omgeving een grote
rol: hygiënische maatregelen, zoals drinkwaterleidingen en riolering, verbetering in de
,volkshuidvesting en arbeidsomstandigheden. De verhoging van de welvaart heeft nog geleid tot een
verbeterde voedseltoestand. Later kwamen ook nog medische interventies, zoals: antibiotica (1945-
1950) en vaccinaties (1950) (Mackenbach).
Nieuwe fase epidemiologische transitie (1970): forse daling in sterfte aan ongevalsletstel en hart- en
vaatziekten, aandoeningen uitgesteld naar latere leeftijd, infectie teruggekeerd door resistentie van
micro-organismen tegen antibiotica en infectieziekten. Tijdperk van delayed degenerative diseases
(1970-heden) (Brug).
Compressie van morbiditeit= toegenomen levensverwachting en het verschuiven van beperkingen
naar hogere leeftijden → aantal jaren in goede gezondheid neemt toe, aantal jaren in slechte
gezondheid blijft constant en wordt naar achteren in het leven verschoven (Brug).
Public health is ontstaan tussen 1830 en 1875 als ‘sanitaire beweging’: artsen besluiten door
epidemiologisch onderzoek dat er iets moet gebeuren aan de oorzaken van de slechte
gezondheidstoestand in de bevolking. De oorzaken zijn: slechte arbeids- en woonomstandigheden,
armoede, uitbuiting, drinkwatervoorzieningen en vuilafvoer. Aanpak (Edwin Chadick): een gesloten
systeem om ontlasting af te voeren en een drinkwatersysteem. Sanitary movement = hygiënisten
Toename van de chronisch zieken komt door de vergrijzing en de verbeterde diagnostische
mogelijkheden en de behandelmethoden. Belangrijkste doodsoorzaken: longkanker, coronaire
hartziekten, dementie en beroerte, vanaf 45 jaar: hartfalen en COPD en tussen 25 en 44 jaar:
borstkanker, verkeersongevallen en suïcide.
VTV (volksgezondheid toekomst verkenning) verschijnt iedere 4 jaar en wordt opgesteld door het
RIVM, gemeenten volgen in de lokale nota’s de kaders en prioriteiten op zoals die landelijk zijn
opgesteld.
Beleidscyclus bestaat uit totstandkoming,
uitvoering, evaluatie en bijstellen van het
beleid. 4 fasen:
Meer gezondheid en ziekte:
levensverwachting stijgt, beleefd in goede
gezondheid. Aantal mensen met chronische
ziekte neemt toe, omdat ze de aandoening
overleven door betere behandelingen.
Leefstijl en leefomgeving hebben invloed op
gezondheid: ongezond gedrag is mede
verantwoordelijk voor ziektelast.
Verschuiving van hart- en vaatziekten naar
dementie
, -Trendscenario: beschrijven groot aantal ontwikkelingen die opgaven voor de toekomstige
volksgezondheid en zorg met zich meebrengen. Bevat cijfers over levensverwachting,
gezondheid, aandoeningen, leefstijl, zorguitgaven en gezondheidsverschillen.
-Themaverkenning: beschrijven groot aantal ontwikkelingen die opgaven voor de
toekomstige volksgezondheid en zorg met zich meebrengen. Beschrijvend van aard en gaan
over belangrijke veranderingen in de zorgvraag in Nederland en de invloed van de bredere
determinanten van gezondheid (leefomgeving, arbeid en onderwijs) en technologie op
volksgezondheid en zorg.
-Handelingsopties: voor de 3 belangrijkste opgaven wordt dit uitgewerkt, deze gaan over
hart- en vaatziekten en kanker, zelfstandig wonende ouderen en mentale druk bij jongeren.
-Synthese: schetst een beeld van de belangrijkste bevindingen uit het trendscenario,
themaverkenningen en de handelingsopties.
• Disease: aantoonbare medisch-
biologische afwijking.
• Illness: ziekte-ervaring: het niet wel
voelen (je ‘ervaart’ je ziek)
• Sickness: men gedraagt zich als patiënt
en dat wordt ook erkend door de omgeving.
Model van LaLonde (1974):
Risicofactoren voor ziekte
of ongezondheid
(pathogenese) aanpakken.
Gezonde omgeving en
gezond gedrag stimuleren
(salutogenesis)
, Preventie= interventies die tot doel hebben de gezondheid te bevorderen en beschermen
door ziekte en gezondheidsproblemen te voorkomen.
- Primaire preventie= leidt tot een lagere incidentie, prevalentie en sterfte
- Secundaire preventie= opsporing en vroeg behandelen van aandoeningen
- Tertiaire preventie= verkleinen van negatieve gevolgen wordt de incidentie niet verlaagd,
de sterfte wordt uitgesteld.
➔ Secundaire en tertiaire preventie leiden tot lagere sterfte maar hogere prevalentie.
Prevalentiecijfer= voorkomen van aandoeningen. De cijfers meten het aantal mensen dat een tijdstip
lijkt aan een aandoening.
Determinanten ziekte: leefstijl, omgeving, persoonsgebonden, preventie, zorgsector, beleid
- Levensverwachting= verwachtte leeftijd vanaf je geboorte
- Sterftecijfer= tijdseenheid en populatie
- Incidentie= aantal nieuwe zieken
Determinanten:
- Endogene determinanten: in het lichaam → genen en kwetsbaarheid zijn vaak erfelijk.
Bijv. bloeddruk, glucose- en cholesterolwaarden.
- Exogene determinanten: buiten het lichaam → gedrag, leefstijl en omgeving.
- Persoonsgebonden factoren: genetisch of verworven (stocatisch). Genetische
kwetsbaarheid, somatisch, geslacht, leeftijd, SES, bloeddruk, gewicht, immuunsysteem.
- Leefstijlfactoren: BRAVOD = Bewegen, Roken, Alcohol, Voeding, Ontspanning, Drugs
- Omgevingsfactoren: van buiten inwerken op de gezondheid.
o Fysieke omgeving: binnenmilieu, buitenmilieu, aanbod en beschikbaarheid
o Sociale omgeving: opvoedstijl, hechting, sociale invloed, steun, eenzaamheid en
isolatie.
Relatief risico (RR): verhouding tussen het risico op een aandoening bij aanwezigheid van een
risicofactor ten opzichte van het risico in afwezigheid van het risico.
Populatie attributief risico (PAR): gezondheidsverlies in populatie is toe te schrijven aan een
risicofactor. Frequentie waarmee de determinant in populatie voorkomt. Door uitschakeling van de
risicofactor kan het probleem worden voorkomen.
➔ Gezondheidsverlies hangt af van RR en PAR
DALY (disability adjusted life years)= het aantal gezonde levensjaren dat een populatie verlies door
ziekten, opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren
geleefd met gezondheidsproblemen (ziekte), gewogen voor de ernst hiervan
(ziektejaarsequivalenten). 2 componenten:
o YLL (verloren levensjaren door vroegtijdige sterfte)
o YLD (jaren geleefd met ziekte)