r
2017-2018
Trimester 2
, Voorraadbeheer trimester 2
College 1
Voorraadbeheer niet hetzelfde als warehouse
1. Beslissing over of en wanneer en hoeveel je bestelt/op voorraad houdt
2. Waarbij je productbeschikbaarheid afweegt (de servicegraad)
3. Tegen de laagste kosten
Vier manieren voorraad indeling
Grondstof/onderdeel/halffabricaat
Voorraad eindproducten
Onderhanden werk
Pijplijn voorraad
Waarom voorraad?
Wel voorraad houden o.a.:
Customer service (in/extern) (kunnen leveren en nee-verkoop vermijden) klant
Schaalvoordelen (grotere producties batches) bedrijf
Afweging tussen voorraad en transportkosten kan leiden tot meer voorraad opbouw en
minder transportbewegingen bedrijf
Niet voorraad houden o.a.:
Kosten: ze verbruiken het werkkapitaal van een bedrijf, dat je elders beter kan inzetten.
Bederf, veroudering
Geïsoleerd beslissingen: voorraad in iedere apart deel van de schakel leidt tot suboptimale
beslissingen en bijvoorbeeld keten effecten.
Kosten relevant voor voorraadbeheer:
A. Inkoopkosten
A versus B
B. Kosten houden van voorraad
B versus C
C. Out – of – stock kosten
A versus B versus C
Deze drie kostengroepen zijn in conflict met elkaar: het is een trade-off.
D
Bestelkosten= ∗S
Q
D: vraag (stuks/jaar)
Q: bestelhoeveelheid (stuks)
S: kosten per order (euro/order)
Q
Voorraadkosten=IC
2
I: kosten van voorraadhouden (percentage van de waarde van een artikel/jaar); RRR
C: waarde van het artikel (euro/stuk)
Q: bestelhoeveelheid (stuks)
Formule van Camp EOQ=
D: vraag (stuks/jaar)
√ 2 DS
IC
1
, Voorraadbeheer trimester 2
S: kosten per order (euro/order)
I: kosten van voorraadhouden (percentage van de waarde van een artikel/jaar); RRR
C: waarde van het artikel (euro/stuk)
Formule van Camp is robuust
De formule is relatief ongevoelig voor afwijkingen van de EOQ/Q* omvang.
Als de EOQ iets afwijkt is het gevolg voor de totale kosten beperkt.
Formule van Camp kent nadelen
Vraag bekend en constant
Beschikbaar vermogen beperkt
Beschikbare ruimte onbeperkt
2
, Voorraadbeheer trimester 2
Vraag 1: voorraad definities
a) Grondstof/onderdeel/halffabricaat schoenen waar nog logo en veters in moeten
Voorraad eindproducten schoenen
Onderhanden werk
Pijplijn voorraad
b) Bestelde voorraad
Beschikbare voorraad
Gereserveerde voorraad
Economische voorraad
Technische of fysieke voorraad
Effectieve voorraad
c) Seizoen voorraad
Restantpartijen
Incourante voorraden
Afgekeurde producten
Vraag 2: kosten voorraad algemeen
Rente: bankrente, investeren in bedrijf ipv in een vast product (voorraad).
Ruimte: niet alleen ruimtekosten m2 maar ook gas, water, elektra en beveiliging.
Risico: kan je het verkopen, kans op schade, derving, kwijtraken, diefstal en brand.
Vraag 3: bestelkosten
D 24000
a) Bestelkosten= ∗S= ∗175=€ 8400
Q 500
D = 12*2000 = 24000
Q = 500
S = €175
b) Administratiekosten, personeelsinzet
Q 0,3∗12∗500
c) Voorraadkosten=IC = =900 euro/ jaar
2 2
I = 30% = 0,3!!
C = 12 euro per stuk
Q = 500 stuks/bestelling
d) Rente van bank op spaarrekening, ROI investeren in project Blokko, rente kort langlopende
rente.
Ruimte fysieke ruimte, gas water elektra, beveiliging.
Risico: kan je het verkopen, kans op schade, derving, kwijtraken, diefstal en brand. Inhuur
beveiliging, kosten camera’s etc.
Vraag 4: overview
a) Inkoopkosten wil je zoveel mogelijk in 1 keer bestellen, zodat je veel korting krijgt, maar dat
betekent hoge voorraadkosten en grote kans out-of-stock.
b) Rente, ruimte en risico
€100,- RRR beginnen met ruimte!
Ruimte: 1m2 gas, water, licht etc. €10,- dus 10%
c) Afweging tussen Neeverkopen en inkoopkosten.
d) EOQ=
√
D = 750 stuks
2 DS
IC √
=
2∗750∗50
0,25∗35
=93
3