Week 1
Socrates stond bekend als de verloskundige van de ziel. Op een marktplein in
Griekenland ging hij in gesprek met personen over lastige kwesties. Hij had een “ik
weet het niet” houding. Sommige discussies duurden meerdere dagen. Mensen
zagen hem als een horzel, en vonden hem een irritante man.
Ethiek gaat over de morele kant van:
- Jullie persoonlijk functioneren
- Omgang met cliënten, patiënten, burgers, inwoners, bewoners
- De gevolgen hiervan instellingen, woonwijk, buurt en de algemene opvattingen over
het welzijnswerk en gezondheidzorg.
Een moreel uitgangspunt is een omschrijving van iets dat op zichzelf
nastrevenswaardig is betreffende menselijk samenleven.
Het moreel vertoog is het geheel aan communicatie en interactie waarin mensen hun
morele oordelen, en daarmee hun moraal, vormen en op elkaar afstemmen.
Moraal is het geheel van gedeelde morele oordelen van een groep dat ontstaat in
een gesprek. Het is het geheel van morele regels waarvan wij onszelf en anderen in
redelijkheid gehouden achten.
Ethiek is de wetenschap die moraal bestudeert en die tracht de moraal verder te
helpen door nieuwe argumenten te ontwikkelen en te gebruiken in afwegingen.
Een moreel oordeel is een waardering van menselijk gedrag aan de hand van morele
uitgangspunten.
1. Gaat over menselijk gedrag
2. Overstijgt het individuele (is veralgemeniseerbaar: het universaliteitsprincpe)
3. Is normatief (schrijft voor hoe het hoort)
4. Is gericht op het goede
5. Kan morele verontwaardiging veroorzaken
Morele vragen beginnen met MOET of MAG.
Er zijn drie manieren van spreken
Wat doe je? Resultaat van Centrale vraag
omgang
Feiten Je spreekt over de Objectieve feiten Wat is waar?
beschrijven objectieve
buitenwereld
Oordelen over… je verbindt jezelf Normatieve Wat is juist?
met anderen oordelen
Gevoelens uiten je spreekt over Subjectieve Hoe voel ik me?
jouw eigen emoties
subjectieve
binnenwereld
ONS
, 2Ethiek aantekeningen
Week 2
Een norm is een ongeschreven gedragsregel over hoe je vindt dat andere mensen
met elkaar om horen te gaan. Het is een uitwerking van een waarde.
Een waarde eindigt altijd op ‘’heid’’ en kun je koppelen aan de norm. Het is een
ideaal, hoe ik zou willen dat de wereld is.
Deugd:
Karaktereigenschap wat voor jezelf nastrevenswaardig (het midden: roekeloos
– dapper – voorzichtig) is.
Hoe moet ik zijn om een goed mens te zijn?
Een goede karaktereigenschap betreffende goed samenleven.
Een houding die onze handelingen en waarnemingen bepaalt.
De deugd is een houding die het midden weet te vinden tussen twee
negatieve extremen.
Deontologische-ethiek:
Deos = plicht
Plichtenethiek
Wat is de intentie waarin we wat doen?
Normen zijn de uitgangspunten
Ik mag niet liegen, dus ik vertel altijd de waarheid.
Je bent goed als je dus niet liegt.
Gevolg: je hebt een onderduiker verraden.
Teleologische-ethiek:
Gevolgenethiek
Het gevolg van een actie / handeling bepaald of iets goed of fout is.
Ik mag best liegen, want dan kan ik een leven redden.
Als je kind een crimineel wordt, dan is dat de schuld van de ouders, want die
zijn de opvoeders.
Deugden-ethiek:
Wat draagt bij tot het zijn van een goed mens?
Wat draagt bij aan de ontwikkeling van mijn deugden?
Het vergt moed om iets te doen.
Een morele norm is een zelf opgelegde regel die gedrag voorschrijft betreffende
goed samenleven.
Een morele waarde is een ideaal, een principe betreffende goed samenleven dat we
proberen te realiseren door middel van ons gedrag.