H29
Hoofdstuk 25
BBP: een maatstaaf voor de economische prestaties van een land, het geeft de waarde weer van
alle goederen en diensten die door een land in een bepaald jaar zijn voorgebracht.
Nationaal inkomen: opbrengst van de BBP; Ook wel alle beloningen van de productiefactoren à
inkomen van de gehele bevolking
Hierom kan je ook wel zeggen: BBP=nationaal inkomen
Reëel BBP
Indexcijfer reëel BBP= indexcijfer nominaal BBP/ indexcijfer algemeen prijspeil x 100
Dit is het (nominaal) bbp gecorrigeerd voor de inflatie. Men vindt de groei van het reële
bbp door het indexcijfer van het nominaal bbp te delen door het prijsindexcijfer. Deze
uitkomst geeft de groei van de koopkracht (gemeten in eigen valuta) weer ten opzichte
van het basisjaar dat voor de beide indexcijfers is genomen.
Bruto binnenlands product per capita
Dit is het bbp van een land gedeeld door het aantal inwoners van dat land.
Bruto binnenlands product tegen marktprijzen of tegen factorkosten
Als bij bbp geen verdere vermelding staat, wordt het bbp tegen marktprijzen bedoeld. Om
aan te geven welk deel uiteindelijk als primair inkomen bij de verschaffers
van productiefactoren terechtkomt wordt het bbp tegen factorkosten gebruikt. Dit vindt
men door van het bbp tegen marktprijzen het bedrag
aan kostprijsverhogende belastingen af te trekken en het bedrag aan (verkoopprijs)
verlagende subsidies op te tellen. Eigenlijk is de term kostprijsverhogende belastingen
onjuist. Het gaat hier om de invoerrechten, accijnzen en btw. Deze verhogen niet de
kostprijs, maar de verkoopprijs.
Bruto nationaal inkomen
Dit is het bruto binnenlands product plus de door de inwoners van het eigen land in het
buitenland verdiende primaire inkomens minus de door buitenlanders in het betreffende
land verdiende primaire inkomens. Samengevat betekent 'binnenlands' hier
verdiend/geproduceerd binnen de landsgrenzen en 'nationaal' verdiend/geproduceerd
door de staatsburgers van een land.
Netto binnenlands product
Dit is het bruto binnenlands product minus de door de particuliere sector en de overheid
gedane afschrijvingen ter financiering van vervangingsinvesteringen. Deze term is minder
gebruikelijk omdat per land de regels met betrekking tot afschrijvingen verschillen.
Internationale vergelijking wordt hierdoor moeilijker. Netto heeft hier dus de bijzondere
betekenis van exclusief afschrijvingen.
Economische groei
= sprake wanneer op langere termijn het reëel BBP per capita toeneemt.
,