Samenvatting Hoofdstuk 15 Informate
15.1 Prijsmechanisme en informate
Prijsmechanisme = marktmechanisme = Veranderingen in vraag en/of aanbod hebben gevolgen voor de
evenwichtsprijs. Deze prijsveranderingen leiden op hun beurt tot veranderingen in de gevraagde,
respectievelijk aangeboden hoeveelheden.
Overheid gebruikt het om te sturen: subsidies en hogere accijnzen
Kunnen
In het keuzeproces van prioriteiten stellen geven prijsveranderingen een verschuiving van keuzes en
daarmee een verandering in de schaarste verhoudingen.
Bij een oligopolie (zoals de supermarkten) kan één van de oligopolisten besluiten tot een prijsverlaging =>
prijzenoorlog. Alle andere oligopolisten moeten meedoen en verlagen zo hun winstmarges. Dit heef
gevolg voor de consument (grotere koopkracht), voor de leveranciers (lagere prijzen), voor de
werknemers (minder arbeidsplaatsen of lagere lonen) en voor de oligopolisten waarvan sommigen failliet
zullen gaan.
15.2 Individuele en Collecteve goederen
Individuele goederen = goederen die wel leverbaar zijn in individueel leverbare goederen. (wel en wel)
Collecteve goederen = goederen die:
- niet splitsbaar zijn in individueel leverbare eenheden
- Niet rivaliserend zijn
- Niet uitsluitbaar zijn
(Niet-)rivaliserend goed = het gebruik van dit goed door de ene persoon gaat (niet) ten koste van het
gebruik door de andere.
(Niet-)uitsluitbare goederen = consumptie van dit goed kan (niet) worden uitgesloten voor bijvoorbeeld
niet-betalers, leefijdsgroepen etc.
Meelifer of free-rider = iemand die gebruikmaakt van een product of dienst zonder bij te dragen in de
productiekosten. Synoniem: klaploper, uitvreter.
Democratsch budgetmechanisme = de vraag welke collectieve goederen er worden geproduceerd, door
wie, hoeveel en hoe, wordt beantwoord in een democratisch proces waarbij er een budget wordt
toegekend aan de productie. Dit is in tegenstelling tot het vrije marktmechanisme.
Democratisch budgetmechanisme veronderstelt een volk dat zijn vertegenwoordigers kiest
Het budgetmechanisme functoneeet niet altjd optmaal want:
- de drie functies: beslisser, lastendrager en batenontvanger zijn bij het vrije marktmechanisme verenigd
in één en dezelfde persoon maar bij het budgetmechanisme in drie personen; de volksvertegenwoordiger,
de belastingbetaler en de gebruiker van de voorziening.
, - als de democratie niet voldoende functioneert zoals in geval van lobby- en pressiegroepen, dan worden
eenzijdige belangen gediend in plaats van maatschappelijke belangen.
15.3 Externe efecten
Externe efecten = Externaliteiten = onbedoelde gevolgen van het streven naar welvaart door de één voor
de welvaart van den ander. = Gevolgen die niet in de marktprijs verrekend zijn.
Private kosten = kosten die ondernemingen maken om een product te vervaardigen en op de markt te
brengen.
Maatschappelijke kosten = de kosten voor de maatschappij als geheel = de private kosten plus de kosten
van de negatieve externe efecten
Maatschappelijk optmum = De hoeveelheid Q die tot stand komt in het geval dat de aanbieders de
maatschappelijke kostprijs rekenen.
15.4 Theorema van Coase
Coase theorema = partijen die betrokken zijn bij negatieve externe efecten kunnen door
onderhandelingen een bevredigende Pareto-optimale oplossing vinden.
Pareto-optmaal = Geen enkele partij kan zijn positie verbeteren zonder dat dit ten koste gaat van de
andere partij.
Coase theoeema weekt alleen onder voorwaarde dat:
- eigendomseechten helder en eenduidig zijn vastgelegd
- de teansactekosten laag zijn
- de partijen over voldoende middelen beschikken om de andere partij te ‘af te kopen’ .
15.5 Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen= een ondernemersstrategie die op lange termijn streef
naar optimale combinatie van het economisch rendement, de gevolgen voor de mens binnen en buiten de
onderneming en de efecten op het natuurlijk leefmilieu. = “People, Planet and Proftt
15.1 Prijsmechanisme en informate
Prijsmechanisme = marktmechanisme = Veranderingen in vraag en/of aanbod hebben gevolgen voor de
evenwichtsprijs. Deze prijsveranderingen leiden op hun beurt tot veranderingen in de gevraagde,
respectievelijk aangeboden hoeveelheden.
Overheid gebruikt het om te sturen: subsidies en hogere accijnzen
Kunnen
In het keuzeproces van prioriteiten stellen geven prijsveranderingen een verschuiving van keuzes en
daarmee een verandering in de schaarste verhoudingen.
Bij een oligopolie (zoals de supermarkten) kan één van de oligopolisten besluiten tot een prijsverlaging =>
prijzenoorlog. Alle andere oligopolisten moeten meedoen en verlagen zo hun winstmarges. Dit heef
gevolg voor de consument (grotere koopkracht), voor de leveranciers (lagere prijzen), voor de
werknemers (minder arbeidsplaatsen of lagere lonen) en voor de oligopolisten waarvan sommigen failliet
zullen gaan.
15.2 Individuele en Collecteve goederen
Individuele goederen = goederen die wel leverbaar zijn in individueel leverbare goederen. (wel en wel)
Collecteve goederen = goederen die:
- niet splitsbaar zijn in individueel leverbare eenheden
- Niet rivaliserend zijn
- Niet uitsluitbaar zijn
(Niet-)rivaliserend goed = het gebruik van dit goed door de ene persoon gaat (niet) ten koste van het
gebruik door de andere.
(Niet-)uitsluitbare goederen = consumptie van dit goed kan (niet) worden uitgesloten voor bijvoorbeeld
niet-betalers, leefijdsgroepen etc.
Meelifer of free-rider = iemand die gebruikmaakt van een product of dienst zonder bij te dragen in de
productiekosten. Synoniem: klaploper, uitvreter.
Democratsch budgetmechanisme = de vraag welke collectieve goederen er worden geproduceerd, door
wie, hoeveel en hoe, wordt beantwoord in een democratisch proces waarbij er een budget wordt
toegekend aan de productie. Dit is in tegenstelling tot het vrije marktmechanisme.
Democratisch budgetmechanisme veronderstelt een volk dat zijn vertegenwoordigers kiest
Het budgetmechanisme functoneeet niet altjd optmaal want:
- de drie functies: beslisser, lastendrager en batenontvanger zijn bij het vrije marktmechanisme verenigd
in één en dezelfde persoon maar bij het budgetmechanisme in drie personen; de volksvertegenwoordiger,
de belastingbetaler en de gebruiker van de voorziening.
, - als de democratie niet voldoende functioneert zoals in geval van lobby- en pressiegroepen, dan worden
eenzijdige belangen gediend in plaats van maatschappelijke belangen.
15.3 Externe efecten
Externe efecten = Externaliteiten = onbedoelde gevolgen van het streven naar welvaart door de één voor
de welvaart van den ander. = Gevolgen die niet in de marktprijs verrekend zijn.
Private kosten = kosten die ondernemingen maken om een product te vervaardigen en op de markt te
brengen.
Maatschappelijke kosten = de kosten voor de maatschappij als geheel = de private kosten plus de kosten
van de negatieve externe efecten
Maatschappelijk optmum = De hoeveelheid Q die tot stand komt in het geval dat de aanbieders de
maatschappelijke kostprijs rekenen.
15.4 Theorema van Coase
Coase theorema = partijen die betrokken zijn bij negatieve externe efecten kunnen door
onderhandelingen een bevredigende Pareto-optimale oplossing vinden.
Pareto-optmaal = Geen enkele partij kan zijn positie verbeteren zonder dat dit ten koste gaat van de
andere partij.
Coase theoeema weekt alleen onder voorwaarde dat:
- eigendomseechten helder en eenduidig zijn vastgelegd
- de teansactekosten laag zijn
- de partijen over voldoende middelen beschikken om de andere partij te ‘af te kopen’ .
15.5 Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen= een ondernemersstrategie die op lange termijn streef
naar optimale combinatie van het economisch rendement, de gevolgen voor de mens binnen en buiten de
onderneming en de efecten op het natuurlijk leefmilieu. = “People, Planet and Proftt