Huiswerkopdrachten week 6
Vraag 1
Pieternel Blok (38) heeft recht op een uitkering op grond van de Participatiewet.
Ze heeft een dochter, Fietje (17 jaar). Fietje heeft een baantje als
baliemedewerkster bij een autoverhuurbedrijf. Zij verdient daarmee €500 per
maand. Als Fietje 18 jaar wordt gaat zij Antropologie studeren aan de universiteit
en krijgt daarvoor studiefnanciering. Ze blijft thuis wonen.
a. Kunnen de inkomsten van Fietje (salaris en/of studiefnannierinn) nevolnen
hebben voor de uitkerinn van Pieternel, als zij
1) 17 jaar is,
Studiefnanciering van een minderjarig kind behoort tot de middelen van het
gezin dus wordt wel in mindering gebracht. Inkomsten uit arbeid van een
minderjarig kind zijn niet van invloed op de bijstand van Pieternel. Art. 31 lid 2
sub h Pw.
2) 18 jaar wordt, of
Blijft Pieternel alleenstaande? Als ongehuwden met elkaar samenwonen kunnen
ze gelijk worden gesteld met gehuwden maar dat geldt niet als het een
aanverwant of en bloedverwant in de eerste graad is. Dus niet aangemerkt als
gehuwd. Art. 4 Pw: ongehuwden die geen tot zijn last komende kinderen heeft en
geen gezamenlijke huishouding voert tenzij eerste graad aanverwant. Bij tweede
graad wordt extra eis gesteld dat er dan een zorgbehoefte moet zijn. Dat heeft
tot gevolg dat de middelen van Fietje meetellen voor de uitkering van Pieternel.
Art. 31: ze moet wel over de middelen kunnen beschikken.
3) 21 jaar wordt?
Vanaf 21 geldt kostendelersnorm. De inkomsten van alle gezinsleden zijn dan
van belang voor recht op bijstand. Inkomsten stuf worden er niet bij opgeteld.
Wel mag Fietje niet meer dan 1060 per maand verdienen, dan wordt wel gekort.
Wat je zou moeten toetsen op het moment dat ze 21 wordt is of er sprake is van
kostendeler. Dat volgt uit art. 19 en 21a Pw. Dan zie je ook dat een uitzondering
wordt gemaakt voor een persoon die onderwijs volgt en stuf wordt ontvangen
19a lid 1 sub d. Dus niet als kostendeler aangemerkt.
Als Fietje een paar jaar heeft gestudeerd krijgt ze door dat met de studie
Antropologie nauwelijks banen te vinden zijn. Zij wordt hiervan zo depressief dat
zij niet meer in staat is om aan haar studieverplichtingen te voldoen. Op advies
van haar huisarts stopt zij op 21-jarige leeftijd met haar studie en vraagt een
Participatiewet-uitkering aan.
b. Zet uiteen aan de hand van welke normen het renht op en de hoonte van de
uitkerinn van Pieternel en Fietje nu vastnesteld wordt.
Recht op bijstand art 11 Pw, uitsluitingsgronden art 13 Pw.
Vraag 1
Pieternel Blok (38) heeft recht op een uitkering op grond van de Participatiewet.
Ze heeft een dochter, Fietje (17 jaar). Fietje heeft een baantje als
baliemedewerkster bij een autoverhuurbedrijf. Zij verdient daarmee €500 per
maand. Als Fietje 18 jaar wordt gaat zij Antropologie studeren aan de universiteit
en krijgt daarvoor studiefnanciering. Ze blijft thuis wonen.
a. Kunnen de inkomsten van Fietje (salaris en/of studiefnannierinn) nevolnen
hebben voor de uitkerinn van Pieternel, als zij
1) 17 jaar is,
Studiefnanciering van een minderjarig kind behoort tot de middelen van het
gezin dus wordt wel in mindering gebracht. Inkomsten uit arbeid van een
minderjarig kind zijn niet van invloed op de bijstand van Pieternel. Art. 31 lid 2
sub h Pw.
2) 18 jaar wordt, of
Blijft Pieternel alleenstaande? Als ongehuwden met elkaar samenwonen kunnen
ze gelijk worden gesteld met gehuwden maar dat geldt niet als het een
aanverwant of en bloedverwant in de eerste graad is. Dus niet aangemerkt als
gehuwd. Art. 4 Pw: ongehuwden die geen tot zijn last komende kinderen heeft en
geen gezamenlijke huishouding voert tenzij eerste graad aanverwant. Bij tweede
graad wordt extra eis gesteld dat er dan een zorgbehoefte moet zijn. Dat heeft
tot gevolg dat de middelen van Fietje meetellen voor de uitkering van Pieternel.
Art. 31: ze moet wel over de middelen kunnen beschikken.
3) 21 jaar wordt?
Vanaf 21 geldt kostendelersnorm. De inkomsten van alle gezinsleden zijn dan
van belang voor recht op bijstand. Inkomsten stuf worden er niet bij opgeteld.
Wel mag Fietje niet meer dan 1060 per maand verdienen, dan wordt wel gekort.
Wat je zou moeten toetsen op het moment dat ze 21 wordt is of er sprake is van
kostendeler. Dat volgt uit art. 19 en 21a Pw. Dan zie je ook dat een uitzondering
wordt gemaakt voor een persoon die onderwijs volgt en stuf wordt ontvangen
19a lid 1 sub d. Dus niet als kostendeler aangemerkt.
Als Fietje een paar jaar heeft gestudeerd krijgt ze door dat met de studie
Antropologie nauwelijks banen te vinden zijn. Zij wordt hiervan zo depressief dat
zij niet meer in staat is om aan haar studieverplichtingen te voldoen. Op advies
van haar huisarts stopt zij op 21-jarige leeftijd met haar studie en vraagt een
Participatiewet-uitkering aan.
b. Zet uiteen aan de hand van welke normen het renht op en de hoonte van de
uitkerinn van Pieternel en Fietje nu vastnesteld wordt.
Recht op bijstand art 11 Pw, uitsluitingsgronden art 13 Pw.