WEEK 6
Raad van Europa:
EVRM
Protocol = Aanvullend verdrag
Europees Sociaal Handvest (ESH)
o EHRM Straatsburg (Europees Hof)
Kan bindende uitspraken doen voor Nederland
Er is individueel klachtrecht → iedereen kan zich beroepen, dit is ook
om tegen te gaan dat staten elkaar niet voor de rechter hoeven te
slepen, want ze willen de vrede bewaren
o Comité (kijkt toe op de naleving van het handvest)
In onze nationale grondrechtenbescherming mag de rechter geen wetten aan de Grondwet of
internationale verdragen toetsen (120 GW), hij mag ze daarnaast ook niet aan de
totstandkoming van de Grondwet (HR Van den Bergh) of het Statuut (HR Harmonisatiewet)
toetsen, en als laatste mogen de fundamentele rechtsbeginselen van onze eigen rechtsorde
(HR Harmonisatiewet) ook niet getoetst worden. Wetten mogen wel getoetst worden aan een
rechtstreeks werkend verdrag en lagere regelingen mogen wel getoetst worden aan de
Grondwet. Een APV kan worden getoetst aan de GW en ook aan het EVRM. Het College
voor de Rechten van de Mens mag wel toetsen aan de Grondwet. Het EVRM kan altijd als
een eenieder verbindend verdrag gezien worden, alle andere verdragen moeten getoetst
worden aan het HR Rookverbod. Als daaruit blijkt dat het de verdragsbepaling eenieder
verbindend is, schrijf dan op: “Op basis van artikel 93, 94 GW jo. HR Rookverbod is deze
bepaling van het (verdrag) eenieder verbindend.”
Mensenrechten worden je toegekend omdat je mens bent. Deze zijn te herkennen aan allen,
een ieder, mannen en vrouwen, elk kind, etc. Burgerrechten zijn gekoppeld aan je
burgerschap. Deze zijn te herkennen aan iedere Nederlander, burger, etc.
Klassieke grondrechten zijn grondrechten die primair zijn gericht op een staat die iets niet
doet, zich ergens van onthoudt, garanderen een staatsvrije sfeer. Sociale grondrechten zijn
grondrechten die primair zijn gericht op een staat die optreedt, de overheid moet iets
doen/regelen. Het gaat vaak om burgerrechten.
Bij blurring van grondrechten mag de overheid zich er niet mee bemoeien, maar de staat
moet wel iets voorzien.
Absolute grondrechten kunnen in beginsel niet worden beperkt. Relatieve
grondrechten zijn wel erkend, maar kunnen nog worden beperkt.
De beoordeling van een grondrechtencasus verloopt in twee stappen:
1. Eerst wordt bezien of het door de burger ingeroepen grondrecht van toepassing is. De
rechter interpreteert daartoe de reikwijdte van het grondrecht. Hij beziet of de
handeling of de vrijheid waarvoor de burger bescherming vraagt als een uitoefening
van het grondrecht bestempeld kan worden. Pas als het grondrecht toepasselijk blijkt,
komt de tweede stap in beeld.
Raad van Europa:
EVRM
Protocol = Aanvullend verdrag
Europees Sociaal Handvest (ESH)
o EHRM Straatsburg (Europees Hof)
Kan bindende uitspraken doen voor Nederland
Er is individueel klachtrecht → iedereen kan zich beroepen, dit is ook
om tegen te gaan dat staten elkaar niet voor de rechter hoeven te
slepen, want ze willen de vrede bewaren
o Comité (kijkt toe op de naleving van het handvest)
In onze nationale grondrechtenbescherming mag de rechter geen wetten aan de Grondwet of
internationale verdragen toetsen (120 GW), hij mag ze daarnaast ook niet aan de
totstandkoming van de Grondwet (HR Van den Bergh) of het Statuut (HR Harmonisatiewet)
toetsen, en als laatste mogen de fundamentele rechtsbeginselen van onze eigen rechtsorde
(HR Harmonisatiewet) ook niet getoetst worden. Wetten mogen wel getoetst worden aan een
rechtstreeks werkend verdrag en lagere regelingen mogen wel getoetst worden aan de
Grondwet. Een APV kan worden getoetst aan de GW en ook aan het EVRM. Het College
voor de Rechten van de Mens mag wel toetsen aan de Grondwet. Het EVRM kan altijd als
een eenieder verbindend verdrag gezien worden, alle andere verdragen moeten getoetst
worden aan het HR Rookverbod. Als daaruit blijkt dat het de verdragsbepaling eenieder
verbindend is, schrijf dan op: “Op basis van artikel 93, 94 GW jo. HR Rookverbod is deze
bepaling van het (verdrag) eenieder verbindend.”
Mensenrechten worden je toegekend omdat je mens bent. Deze zijn te herkennen aan allen,
een ieder, mannen en vrouwen, elk kind, etc. Burgerrechten zijn gekoppeld aan je
burgerschap. Deze zijn te herkennen aan iedere Nederlander, burger, etc.
Klassieke grondrechten zijn grondrechten die primair zijn gericht op een staat die iets niet
doet, zich ergens van onthoudt, garanderen een staatsvrije sfeer. Sociale grondrechten zijn
grondrechten die primair zijn gericht op een staat die optreedt, de overheid moet iets
doen/regelen. Het gaat vaak om burgerrechten.
Bij blurring van grondrechten mag de overheid zich er niet mee bemoeien, maar de staat
moet wel iets voorzien.
Absolute grondrechten kunnen in beginsel niet worden beperkt. Relatieve
grondrechten zijn wel erkend, maar kunnen nog worden beperkt.
De beoordeling van een grondrechtencasus verloopt in twee stappen:
1. Eerst wordt bezien of het door de burger ingeroepen grondrecht van toepassing is. De
rechter interpreteert daartoe de reikwijdte van het grondrecht. Hij beziet of de
handeling of de vrijheid waarvoor de burger bescherming vraagt als een uitoefening
van het grondrecht bestempeld kan worden. Pas als het grondrecht toepasselijk blijkt,
komt de tweede stap in beeld.