OPENBAAR BESTUUR
Beleid, organisate en politek
,Inhoudsopgave
H1. De wereld van het openbaar bestuur................................................................................2
Wat is openbaar bestuur?....................................................................................................2
Openbaar bestuur op verschillende niveaus........................................................................3
Openbaar bestuur als good governance..............................................................................4
Een veranderend openbaar bestuur....................................................................................6
H2. Beleid en sturing............................................................................................................... 7
Maatschappelijke sturing en beleid......................................................................................7
Sturen op publieke waarde..................................................................................................7
Drie wegen voor publieke waarde creatie............................................................................8
Argumenten voor publieke waardecreatie door de overheid................................................8
Mengvormen: Hybride sturingsvormen................................................................................9
H3 De beleidsomgeving........................................................................................................10
Beleid om de omgeving te sturen......................................................................................10
De wisselwerking tussen beleid en omgeving....................................................................10
Omgevingsfactoren: contexten van beleid.........................................................................11
Externe omgevingsfactoren...............................................................................................11
Beleid en de interne omgeving..........................................................................................12
H4 Beleidsprocessen............................................................................................................ 13
De fasen van beleid........................................................................................................... 13
Twee perspectieven op beleidsprocessen: analyse versus politiek...................................14
Analytisch én politiek: Barrières en stromen......................................................................15
H5 Organisatie en omgeving.................................................................................................16
De omgeving van organisaties: achtergrond en theorieën.................................................16
De opbouw van publieke organisaties...............................................................................17
Organisatievormen in het openbaar bestuur......................................................................17
H6. Managementbenaderingen.............................................................................................19
Management via technische beheersing: structuur, regels en planning.............................19
Management via sociale beheersing: sociale steun, betrokkenheid en autonomie............20
Overzicht van de managementbenaderingen....................................................................20
H9. Politiek-ambtelijke verhoudingen....................................................................................21
Het politiek ambtelijk partnerschap....................................................................................21
Scheiding en verwevenheid van de politieke en ambtelijke werelden................................21
De omgang tussen politici en ambtenaren.........................................................................23
Politisering van ambtenaren, verambtelijking van politici...................................................25
1
, H1. De wereld van het openbaar bestuur
Leerdoelen van dit hoofdstuk:
- Het openbaar bestuur definiëren en beargumenteerd afbakenen;
- Een beeld schetsen van hoe het openbaar bestuur in Nederland opgebouwd is;
- Aangeven waarom het openbaar bestuur veelvormig en vaak complex is;
- Uitleggen welke uitdagingen de veelvormigheid en complexiteit van het openbaar
bestuur met zich meebrengt;
- Criteria benoemen en uitleggen die gehanteerd worden om de kwaliteit van het
openbaar bestuur te beoordelen;
- Aangeven hoe de criteria onderling strijdig kunnen zijn;
- Een overzicht geven van de historische ontwikkeling van het openbaar bestuur en
aangeven hoe die ontwikkelingen het huidige openbaar bestuur gevormd heeft.
Wat is openbaar bestuur?
‘Bestuur’ kan globaal gesproken drie betekenissen hebben:
1. De activiteiten van het besturen;
2. Een specifieke groep van personen die samen besturen;
3. Geheel van personen, instellingen, organisaties, activiteiten en procedures van
besturing in brede zin.
Openbaar bestuur = het geheel van organisaties en activiteiten die primair gericht zin op de
besturing van de maatschappij. Het openbaar bestuur kent twee opvattingen:
- Beperkte opvatting van openbaar bestuur: ‘de staat’ of ‘de overheid’.
- Ruime opvatting van openbaar bestuur: omvat ook organisaties die niet tot de
overheid behoren, maar wél een publieke taak vervullen of op een andere manier
mede sturing geven aan de maatschappij.
De staat is er om het algemeen belang te dienen, de markt om de producten en diensten op
commerciële grond te leveren, en het middenveld richt zich op doelstellingen ie niet op winst
maken gericht zijn, maar ook niet binnen de sfeer van de overheid vallen.
'DE STAAT' MIDDENVELD 'D
Publiek domein Privaat domein
Private Private
Zelfstandige organisates organisates
Overheid publieke met (deels) zonder B
organisates publieke winstoog-
taken merk
Politek Ambtelijk
Overheidsorganisaties bestaan uit een politieke leiding en ambtenaren. De politieke leiding
van de overheid omvat gezagsdragers die voor hun functioneren direct of indirect
verantwoording schuldig zijn aan democratisch gekozen vertegenwoordigende organen.
Ambtenaren zijn de benoemde functionarissen die ondergeschikt zijn aan de politieke
2
Beleid, organisate en politek
,Inhoudsopgave
H1. De wereld van het openbaar bestuur................................................................................2
Wat is openbaar bestuur?....................................................................................................2
Openbaar bestuur op verschillende niveaus........................................................................3
Openbaar bestuur als good governance..............................................................................4
Een veranderend openbaar bestuur....................................................................................6
H2. Beleid en sturing............................................................................................................... 7
Maatschappelijke sturing en beleid......................................................................................7
Sturen op publieke waarde..................................................................................................7
Drie wegen voor publieke waarde creatie............................................................................8
Argumenten voor publieke waardecreatie door de overheid................................................8
Mengvormen: Hybride sturingsvormen................................................................................9
H3 De beleidsomgeving........................................................................................................10
Beleid om de omgeving te sturen......................................................................................10
De wisselwerking tussen beleid en omgeving....................................................................10
Omgevingsfactoren: contexten van beleid.........................................................................11
Externe omgevingsfactoren...............................................................................................11
Beleid en de interne omgeving..........................................................................................12
H4 Beleidsprocessen............................................................................................................ 13
De fasen van beleid........................................................................................................... 13
Twee perspectieven op beleidsprocessen: analyse versus politiek...................................14
Analytisch én politiek: Barrières en stromen......................................................................15
H5 Organisatie en omgeving.................................................................................................16
De omgeving van organisaties: achtergrond en theorieën.................................................16
De opbouw van publieke organisaties...............................................................................17
Organisatievormen in het openbaar bestuur......................................................................17
H6. Managementbenaderingen.............................................................................................19
Management via technische beheersing: structuur, regels en planning.............................19
Management via sociale beheersing: sociale steun, betrokkenheid en autonomie............20
Overzicht van de managementbenaderingen....................................................................20
H9. Politiek-ambtelijke verhoudingen....................................................................................21
Het politiek ambtelijk partnerschap....................................................................................21
Scheiding en verwevenheid van de politieke en ambtelijke werelden................................21
De omgang tussen politici en ambtenaren.........................................................................23
Politisering van ambtenaren, verambtelijking van politici...................................................25
1
, H1. De wereld van het openbaar bestuur
Leerdoelen van dit hoofdstuk:
- Het openbaar bestuur definiëren en beargumenteerd afbakenen;
- Een beeld schetsen van hoe het openbaar bestuur in Nederland opgebouwd is;
- Aangeven waarom het openbaar bestuur veelvormig en vaak complex is;
- Uitleggen welke uitdagingen de veelvormigheid en complexiteit van het openbaar
bestuur met zich meebrengt;
- Criteria benoemen en uitleggen die gehanteerd worden om de kwaliteit van het
openbaar bestuur te beoordelen;
- Aangeven hoe de criteria onderling strijdig kunnen zijn;
- Een overzicht geven van de historische ontwikkeling van het openbaar bestuur en
aangeven hoe die ontwikkelingen het huidige openbaar bestuur gevormd heeft.
Wat is openbaar bestuur?
‘Bestuur’ kan globaal gesproken drie betekenissen hebben:
1. De activiteiten van het besturen;
2. Een specifieke groep van personen die samen besturen;
3. Geheel van personen, instellingen, organisaties, activiteiten en procedures van
besturing in brede zin.
Openbaar bestuur = het geheel van organisaties en activiteiten die primair gericht zin op de
besturing van de maatschappij. Het openbaar bestuur kent twee opvattingen:
- Beperkte opvatting van openbaar bestuur: ‘de staat’ of ‘de overheid’.
- Ruime opvatting van openbaar bestuur: omvat ook organisaties die niet tot de
overheid behoren, maar wél een publieke taak vervullen of op een andere manier
mede sturing geven aan de maatschappij.
De staat is er om het algemeen belang te dienen, de markt om de producten en diensten op
commerciële grond te leveren, en het middenveld richt zich op doelstellingen ie niet op winst
maken gericht zijn, maar ook niet binnen de sfeer van de overheid vallen.
'DE STAAT' MIDDENVELD 'D
Publiek domein Privaat domein
Private Private
Zelfstandige organisates organisates
Overheid publieke met (deels) zonder B
organisates publieke winstoog-
taken merk
Politek Ambtelijk
Overheidsorganisaties bestaan uit een politieke leiding en ambtenaren. De politieke leiding
van de overheid omvat gezagsdragers die voor hun functioneren direct of indirect
verantwoording schuldig zijn aan democratisch gekozen vertegenwoordigende organen.
Ambtenaren zijn de benoemde functionarissen die ondergeschikt zijn aan de politieke
2