Hoofdstuk 6 Stollingsgesteente
Paragraaf 2 Smelten van gesteenten
Het smelten van gesteenten
Magma gevormd wanneer een heet gesteenten onder het aardoppervlakte
(gedeeltelijk smelt). Dit gebeurt bij: F6.4a blz. 164
Verlaging druk (decompressesmelting): het soort smelten dat optreedt wanneer
heet mantelgesteenten naar ondiepere diepte stijgt, zodat de druk afneemt
terwijl de temperatuur hetzelfde blijft F6.4b blz. 164
o Door de druk van bovenliggende lagen blijft het gesteenten in de mantel
vast, ondanks de hoge temperatuur. Bij afname van de druk kan het
gesteenten, bij dezelfde temperatuur, wel gaan smelten
o Gebeurt bij hotspots, spreidingsruggen en continentale riffen
Toevoeging “volatiles” (fluxsmelting): de tansformatie van hete vaste stof naar
vloeibaar die optreedt wanneer een vluchtig materiaal (bijv. water of CO2) in de
vaste stof wordt geïnjecteerd F6.5a blz. 165
o De toevoeging van bijvoorbeeld water zorgt voor het makkelijker afbreken
van chemische verbindingen in he gesteenten
o Gebeurt bij subductiezones
Verhitting (warmteoverdrachtssmelting): smelting die het gevolg is van de
overdracht van warmte van een heet magma naar een koeler gesteenten.
o Wanneer magma omhoog komt, zal het vaste gesteenten rondom ook gaan
smelten F6.5b blz. 165
o Gebeurt bij spreidingsruggen, subductiezones en hotspots
Let op! Magma komt omhoog door zijn lagere dichtheid en door druk veroorzaakt
door het gewicht van opliggende lagen.
Let op! Stollingsgesteente wordt dus gevormd van subductiezones,
spreidingsruggen, hotspots en continentale riffen F6.22 blz. 182
Paragraaf 5 Intrusief en extrusief milieu
Intrusief vs extrusief milieu
Stollingsgesteenten kunnen zich op twee plekken vormen:
Extrusief milieu: gesteenten wordt gevormd buiten het aardoppervlak
o Vorming van vulkanisch/uitvloeiingsgesteenten: gesteenten dat zich
vormt door het bevriezen van lava boven de grond, nadat het naar het
oppervlak is gestroomd of geëxplodeerd en in contact is gekomen met de
atmosfeer of oceaan
o Weinig tot geen kristalvorming: door de grote temperatuurverschillen
krijgen mineralen niet de tijd om samen te klonteren tot grote kristallen
Intrusief milieu: gesteenten wordt gevormd onder het aardoppervlak
o Vorming van dieptegesteenten --> snelheid is afhankelijk:
Diepte in de aardbodem
Grootte en vorm magmalichaam: zie volgend kopje
Grondwatercirculatie F6.9b blz. 168
o Kristalvorming: door de kleine temperatuurverschillen krijgen de
mineralen tijd om samen te klonteren tot grotere kristallen
Paragraaf 2 Smelten van gesteenten
Het smelten van gesteenten
Magma gevormd wanneer een heet gesteenten onder het aardoppervlakte
(gedeeltelijk smelt). Dit gebeurt bij: F6.4a blz. 164
Verlaging druk (decompressesmelting): het soort smelten dat optreedt wanneer
heet mantelgesteenten naar ondiepere diepte stijgt, zodat de druk afneemt
terwijl de temperatuur hetzelfde blijft F6.4b blz. 164
o Door de druk van bovenliggende lagen blijft het gesteenten in de mantel
vast, ondanks de hoge temperatuur. Bij afname van de druk kan het
gesteenten, bij dezelfde temperatuur, wel gaan smelten
o Gebeurt bij hotspots, spreidingsruggen en continentale riffen
Toevoeging “volatiles” (fluxsmelting): de tansformatie van hete vaste stof naar
vloeibaar die optreedt wanneer een vluchtig materiaal (bijv. water of CO2) in de
vaste stof wordt geïnjecteerd F6.5a blz. 165
o De toevoeging van bijvoorbeeld water zorgt voor het makkelijker afbreken
van chemische verbindingen in he gesteenten
o Gebeurt bij subductiezones
Verhitting (warmteoverdrachtssmelting): smelting die het gevolg is van de
overdracht van warmte van een heet magma naar een koeler gesteenten.
o Wanneer magma omhoog komt, zal het vaste gesteenten rondom ook gaan
smelten F6.5b blz. 165
o Gebeurt bij spreidingsruggen, subductiezones en hotspots
Let op! Magma komt omhoog door zijn lagere dichtheid en door druk veroorzaakt
door het gewicht van opliggende lagen.
Let op! Stollingsgesteente wordt dus gevormd van subductiezones,
spreidingsruggen, hotspots en continentale riffen F6.22 blz. 182
Paragraaf 5 Intrusief en extrusief milieu
Intrusief vs extrusief milieu
Stollingsgesteenten kunnen zich op twee plekken vormen:
Extrusief milieu: gesteenten wordt gevormd buiten het aardoppervlak
o Vorming van vulkanisch/uitvloeiingsgesteenten: gesteenten dat zich
vormt door het bevriezen van lava boven de grond, nadat het naar het
oppervlak is gestroomd of geëxplodeerd en in contact is gekomen met de
atmosfeer of oceaan
o Weinig tot geen kristalvorming: door de grote temperatuurverschillen
krijgen mineralen niet de tijd om samen te klonteren tot grote kristallen
Intrusief milieu: gesteenten wordt gevormd onder het aardoppervlak
o Vorming van dieptegesteenten --> snelheid is afhankelijk:
Diepte in de aardbodem
Grootte en vorm magmalichaam: zie volgend kopje
Grondwatercirculatie F6.9b blz. 168
o Kristalvorming: door de kleine temperatuurverschillen krijgen de
mineralen tijd om samen te klonteren tot grotere kristallen