AANTEKENINGEN COLLEGE 1 T/M 8
COLLEGE 1: diagnostssch syslus: klascthn- hn roollhhaanalysh
We gaan het er over hebben wat er gebeurd als je als klinische aan het werk gaat. Dit is één van de
vakken waarbij we kijken naar de klinische praktjk. Wat doe je als een kind met gedragsproblemen
bij jou in de praktjk komt? Hoe ga je met dit soort vragen om? Welke stappen neem je dan? Welke
methoden en instrumenten kan je inzeten om vragen te beantwoorden? Alles wat je in dit blok leert
wordt volgend jaar toegepast in de praktjk.
Dit whht jh al
- Plaats van diagnostek in het algemene hulpverleningsproces (klinische cyclus)
- Kennis van de normale en afwijkende ontwikkeling
- Kennis van theorieën over verklarende factoren over opvoedings-, ontwikkelings- en
leerproblemen
Er wordt veronderstelt dat wij, de studenten, deze kennis hebben.
En dit (whllisct) nog niht
- Het verloop (de stappen) van het diagnostsch proces
- De voornaamste theoretsche kaders waarbinnen onderzoeksvragen/-hypothesen worden
geplaatst (Hoe snel je een verklarende hypothese op?)
- Methoden en middelen van diagnostsch onderzoek en de achterliggende theoretsche
uitgangspunten
- Instrumentkeuze op basis van problematek en domeinen
Tohghrast
Toegepast op wat we gaan doen. Stel je hebt een kind dat opstandige gedragsstoornissen laat zien,
welke stappen zet je dan in de diagnostek? Hoe stel je hypothesen op? Hoe kom je van deze
hypothesen naar toetsbare beweringen? Welke afwegingen maak je daarbij en hoe kom je
uiteindelijk tot je conclusie?
Collhghohhks
De eerste twee colleges zijn heel erg theoretsch en saai, maar dit vormt het begin voor de andere
colleges. Dit is echt de basis.
Olshovath
MKD gaat erover welke instrumenten we in kunnen zeten in het diagnostsche proces. Welke
instrumenten kan je altjd inzeten als je het diagnostsche proces ingaat, ongeacht in welke fase je
zit? Jezelf. Jij bent het instrument dat je altjd in kunt zeten. Hoe zet je jezelf in? Je voert gesprekken
en je observeert. Observate is een heel belangrijk instrument dat we inzeten voor diagnostek.
Gesprekken voeren en observeren zijn hele belangrijke aspecten. Wat heel erg in casuïstek naar
voren komt is dat je jezelf inzet als instrument. Is dat klinische oordeel dan voldoende om vragen van
ouders te beantwoorden? Mevrouw Barneveld denkt van niet, maar gespreksvoering en observate
zijn wel belangrijke middelen. Het is niet voldoende. Waarom het niet voldoende is wordt in dit
college besproken.
,Rodh doaad
Mevrouw Barneveld denkt dat het belangrijk is om diagnostsch onderzoek te doen aan de hand van
de diagnostsche cyclus. Waarom is zo’n cyclus nou nodig? Zsie het voorbeeld hieronder.
Vooolhhld + lias
Marieke houdt van reizen en luistert graag naar Afrikaanse muziek. Het ligt voor de hand dat zij …
studeert:
A) Psychologie
B) Cultuohlh antoorologih
In principe is de manier waarop wij denken dat je denkt in prototypes. Als iemand van Afrikaanse
culturen houdt en veel naar Afrikaanse muziek luistert is het voor de hand liggend dat je culturele
antropologie studeert. Maar daarbij houd je er geen rekening mee dat veel meer mensen
psychologie studeren dan culturele antropologie. Dus hier is sprake van een bias. In de klinische
praktjk kan er ook snel sprake zijn van bias. Wat is nou gedrag dat past bij kinderen op een bepaalde
leefijd? Hoe kunnen we daar kritsch naar kijken?
En ook …
De gedragsproblemen van Johan worden veroorzaakt door een permissieve opvoedingsstjl ouders.
De ouders hebben een losse opvoeding en regels zijn niet belangrijk. Zse zijn eerder toegeefijk dan
dat ze heel erg strikt zijn. Als je deze hypothese wilt onderzoeken is een middel dat je kunt gebruiken
een vragenlijst over opvoedingsstjlen. it de vragenlijst blijkt inderdaad dat er sprake is van een
permissieve opvoedstjl. Waren dan de gedragsproblemen waar Johan in het dagelijks leven
tegenaan loopt veroorzaakt door de opvoedstjl? Nee, dit hoef niet per se. Het wordt wel bevestgd
in de vragenlijst, maar je moet daarbij wel onthouden dat hoge scores op de schaal ook voorkomen
bij ouders met kinderen zónder gedragsproblemen.
Of … + En wat als …
Er wordt bij Erik een autsmespectrumstoornis vermoed. Observate op het kinderdagverblijf laat zien
dat Erik nauwelijks reageert op anderen. Hij reageert niet wanneer hij geroepen wordt en spreekt
nauwelijks. Is er nou sprake van een autsmespectrumstoornis (ASS)? Nee, hoef niet per se want hij
kan ook doof zijn. Het profel/de beschrijving past heel goed bij kinderen met ASS, maar bij Erik is er
sprake van slechthorendheid. De verklaring voor het gedrag van Erik is dan heel anders dan de
verklaring bij ASS.
Fouthn diagnostsus I + II
Er zijn allerlei fouten waar een diagnostcus in kan trappen.
- Anscooing/roiaasy hfhst
o Het in de oordeelsvorming bevoordelen van informate die het eerst wordt
verkregen. Zsodra je van een kind allereerst de vragenlijst binnenkrijgt waarin naar
voren komt dat het kind mogelijk ADHD heef dan wordt het heel moeilijk om van
het idee af te stappen en dan blijf je telkens ADHD symptomen herkennen in
bijvoorbeeld het verhaal van de ouders.
, - Exshssivh data sollhston
o Het verzamelen van veel meer (en vaak overbodige/overtollige) gegevens dan nodig
is.
- Confioaaton lias
o De neiging om op zoek te gaan naar informate die de eigen veronderstelling
ondersteunt. Dit is een veel voorkomende bias in het menselijk denken. Je hebt een
bepaalt beeld in je hoofd en telkens ga je op zoek naar bevestgingen hiervan.
- Foaaing
o Neiging om symptomen te interpreteren op basis van de wijze waarop het is
gepresenteerd. Als ouders heel erg negatef ergens over praten dan heb je al snel het
idee dat het ook heel negatef is. Er is bijvoorbeeld een verschil tussen of je zegt dat
een kind heel druk is en nooit op zijn stoel kan blijven ziten of dat je zegt dat hij heel
onderzoekend is. Het eerste klinkt veel negatever dan het tweede. De manier
waarop je over een kind praat heef dus invloed op hoe je over een kind denkt.
- Availalility lias
o Neiging om het eerste dat in je opkomt als waarheid te zien (onder andere door een
eerdere cliënt) of informate die het meest opvalt. Stel dat je net een kind met ASS
hebt gezien dan denk je al sneller dat het volgende kind dat de praktjk binnen komt
ook ASS heef.
- Cultuohlh lias
o Verkeerd interpreteren van culturele aspecten. In westerse samenlevingen is het
bijvoorbeeld heel normaal om iemand aan te kijken als je met hem/haar praat. In
andere samenlevingen wordt het aankijken van iemand als brutaal gezien. Stel dat
het kind dan terecht komt in een westerse samenleving dan kan er gedacht worden
dat er sprake is van een ASS, terwijl dit dus gewoon met de cultuur te maken heef.
Mht andhoh wooodhn…
Er zijn allerlei verschillende soorten bias, waardoor je fouten kan maken tjdens het diagnostsche
proces. Daarmee moeten we dus heel erg opleten. De klinische blik is niet zomaar te vertrouwen. Je
hebt een model nodig om naar problemen binnen de klinische setng te kijken.
Bhsliskundh linnhn sosialh sonthxt
Bhsliskundh = het systematsch beschrijven van een beslissingsprobleem en het methodisch vinden
van een correcte oplossing daarvan.
Je kan een vraag van ouders over een kind met een probleem zien als een probleem, maar je moet
eerst systematsch beschrijven wat het probleem is en vervolgens methodes vinden om tot een
correcte oplossingen te komen. Daardoor zal de bias minder worden.
Diagnostssch syslus (dh Bouyn)
De diagnostsch cyclus van De Bruyn is een voorbeeld van een empirische (wetenschappelijke) cyclus
die is uitgebouwd tot een hypothese toetsend model.
, Er zijn vier belangrijke stappen binnen deze cyclus:
1. Wat is de hulpvraag (klachtenanalyse)?
2. Wat is er aan de hand/hoe ernstg is het (probleemanalyse)?
3. Hoe is het zo gekomen/hoe kunnen we de gedragsproblemen verklaren (verklaringsanalyse)?
4. Wat moeten we doen (indicateanalyse)?
Diagnostssch vs. klinissch (tchoarhutssch/inthovhnth) syslus
Er bestaat een verschil tussen de diagnostsche cyclus en de klinische (therapeutsche/intervente)
cyclus.
Diagnostssch syslus = echt kijken wat er aan de hand is en opzoek gaan naar welke factoren de
problemen verklaren. Dit komt uiteindelijk uit in de indicatestelling. Je gaat een advies opstellen
omdat je weet wat een kind nodig heef en je gaat kijken wat er dan voor het kind aangeboden
wordt. De indicatestelling is dan weer het begin van de therapeutsche cyclus. Dat is een schakelpunt
tussen de diagnostsche en klinische cyclus.
Klinissch syslus = de klinische cyclus begint met de indicatestelling die voortgekomen is uit de
diagnostsche cyclus. Je gaat plannen wat er gedaan moet worden, vervolgens ga je het uitvoeren en
tot slot wordt er gekeken of de behandeling efectef is geweest.
In het plaatje hieronder zie je dus dat de twee cyclussen naast elkaar staan en elkaar opvolgen. De
indicatestelling is het schakelpunt tussen de twee cyclussen.
Thn orziscth van intuïth
We gaan niet alleen af op oordeel, maar we gaan de diagnostsche cyclus toepassen omdat we
wetenschappelijke theorieën expliciet gaan uitwerken. We gaan door de diagnostsche cyclus de
denkstappen vastleggen. Dan ga je keurig stap voor stap het proces door. We gaan onderzoek doen
naar de waarde van een theorie en het efect van interventes. Tot slot gaan we kijken wat de
resultaten zijn. De resultaten maak je heel helder en meetbaar en deze resultaten worden getoetst.
Hoe dat allemaal in zijn werk gaat komt allemaal nog aan bod.
Kwalithit
Als je diagnostek toetst kan je kijken van nou doe ik het goed of niet. De kwaliteit hangt af van hoe je
het proces hebt doorlopen. Niet per se het product is allereerst het belangrijkste (uiteindelijk wel
natuurlijk), maar het gaat om het proces. Het is belangrijk om te refecteren op je eigen proces,
kritsch naar je eigen handelen te kijken en overleg te plegen met multdisciplinair team.