Tilburg University 2017-2018
Femke van Leth
Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 (31-1)....................................................................................................................2
Inleiding en hoofdstuk 1.........................................................................................................2
Hoorcollege 2 (2-2)......................................................................................................................3
Hoofdstuk 2.............................................................................................................................3
Hoorcollege 3 (7-2)......................................................................................................................7
Hoofdstuk 3.............................................................................................................................7
Hoorcollege 4 (9-2)......................................................................................................................9
Hoofdstuk 4.............................................................................................................................9
Hoorcollege 5 (14-2)....................................................................................................................9
Hoofdstuk 4.............................................................................................................................9
Hoofdstuk 5...........................................................................................................................10
Hoorcollege 6 (16-2).................................................................................................................12
Hoofdstuk 5...........................................................................................................................12
Hoofdstuk 6...........................................................................................................................13
Hoorcollege 8 (23-2).................................................................................................................14
Hoofdstuk 7...........................................................................................................................14
Hoofdstuk 8...........................................................................................................................15
Hoorcollege 9 (28-2).................................................................................................................17
Hoofdstuk 9 -> belangrijk!.....................................................................................................17
Zien....................................................................................................................................18
Hoorcollege 10 (2-3).................................................................................................................21
Hoofdstuk 10.........................................................................................................................21
Hoofdstuk 11.........................................................................................................................23
Hoorcollege 11 (7-3).................................................................................................................23
Hoofdstuk 11.........................................................................................................................23
Subcorticale structuren.....................................................................................................25
Het somato-sensorische systeem.....................................................................................25
Hoorcollege 12 (9-3).................................................................................................................26
Hoofdstuk 12.........................................................................................................................26
,Hoorcollege 13 (14-3)...............................................................................................................30
Hoofdstuk 13.........................................................................................................................30
Hoorcollege 14 (16-3)...............................................................................................................33
Hoofdstuk 14.........................................................................................................................33
Hoorcollege 16 (23-3)...............................................................................................................35
Hoofdstuk 16.........................................................................................................................35
Hoorcollege 1 (31-1)
Inleiding en hoofdstuk 1
- 40 goed bij het tentamen = een 6
o Goede manier om te studeren -> goed kijken naar de plaatjes in het boek
o Neuroanatomie -> heel belangrijk! -> waarschijnlijk veel vragen op tentamen
- Hersenen zijn een orgaan (belangrijkste orgaan), een fysiek object en levend weefsel
- Gedrag is actie, niet fysiek, maar het is wel vaak te observeren
o In dit vak is de relatie tussen hersenen en gedrag heel belangrijk
Hoe breng je iets tastbaars in verband met iets niet-tastbaars?
Dit vak gaat niet over de hersenen alleen (neurologie -> zieke
hersenen), maar over de rol die de hersenen spelen in ons gedrag
Dit vak: zieke hersenen? -> focussen op de gedragsproblemen
- Ons lichaam bestaat uit organen -> weefsel -> cellen
o Onze hersenen zijn een orgaan -> hersen-/zenuwweefsel -> zenuwcellen
o Onze hersenen zijn een deel van ons zenuwstelsel -> bestaat uit:
Centraal zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg -> 1 systeem)
Perifeer zenuwstelsel (verbindt het brein en het ruggenmerg met de
rest van het lichaam -> sensorische connecties, motorische connecties
en autonome connecties met de organen in het lichaam)
Bestaat uit het somatische (zenuwen in je arm) en autonome
zenuwstelsel (verantwoordelijk voor onbewuste bewegingen)
- Ons brein bestaat uit twee hemisferen (links en rechts)
- Kwabben zijn brede onderverdelingen van de cortex van het cerebrum
o Frontal lobe (frontaalkwab), parental lobe (pariëtale kwab), temporal lobe
(temporale kwab), occipital lobe (occipitale kwab)
- De vouwingen in de oppervlakte van het brein worden gyri genoemd -> deze gyri
ontstaan omdat onze schedel eigenlijk te klein is voor de on-opgevouwen hersenen
o Bij iedereen is deze structuur hetzelfde -> anders is er iets mis
o Elke groef (elke gyrus) heef een naam
o De buitenste laag om de hersenen (grijze stof -> dood -> cellen) wordt de
cortex (schors) genoemd -> de grijze cellen komen samen in vezels
o Gaten in de hersenen: hersenkamers met vloeistof -> ventrikels
- Algemene (onbruikbare) defnitie van gedrag: patronen in de tijd (bewegingen,
spraak, houding, blozen (kleurverandering) en ook gedachten?)
o Simpelere defnitie: elke vorm van beweging in een levend organisme
Dit is te observeren en meetbaar
, - Hersenen en gedrag zijn gerelateerd -> hoe? -> mind-body probleem:
o Dualistische (interactie?) versus monistische stelsels
o Spiritualistische versus materialistische stelsels
Dit heef ook te maken met persoonlijke levensovertuiging -> als je
geloof (in bijv. het Christendom) geloof je vaak in het dualisme
De wetenschap gaat over de (monistische en) materialistische stelsels
- Fylogenetische ontwikkeling: ontwikkeling van hogere diersoorten uit lagere
o De mens wordt hier vaak gezien als de ‘hoogste’ diersoort
- Ontogenetische ontwikkeling: ontwikkeling van de individuele mens (zaad-/eicel)
o Dit heef te maken met een ander groot debat: nature versus nurture
- Wij stammen niet van apen af, maar delen een gemeenschappelijke voorouder met
hen -> de Australopithecus
o Mensen en chimpansees hebben een gemeenschappelijke voorouder
o Mensen: dieren (rijk) -> chordates (stam -> gewervelden) -> zoogdieren
(klasse) -> primaten (orde) -> homonidae (familie -> mensachtigen) ->
mens/Homo (geslacht) -> sapiens (soort -> moderne mens -> Homo sapiens)
o Hominidae: primaten die rechtop lopen -> alle mensachtigen stammen
hiervan af, ook uitgestorven soorten
o Australopithecus (zuidelijke aap) -> homo habilis (handige mens) -> homo
erectus (rechtopstaande mens) -> homo sapiens (wetende mens)
Ze komen bijna allemaal uit Afrika
- De groote van het menselijk brein (als je er mee gaat rekenen) is speciaal onder
Hersengewicht
verschillende diersoorten -> encephalisatie uotiënt (EQ)
Verwacht hersengewicht
o Ons hersengewicht is enorm toegenomen door:
Leefwijze (fruit zoeken = moeilijk)
Hersenkoeling (nodig door hoog metabolisme = veel energie nodig)
Neotenie: rijpingsvertraging (ouderen behouden kinderkenmerken)
- Is een groter brein ook een beter brein (vergelijking binnen de soort)?
o Nee -> het gaat misschien meer om het (aantal) neuronale verbindingen +
veel gedrag is niet aangeboren, maar wordt cultureel bepaald
Hoorcollege 2 (2-2)
Hoofdstuk 2
- Neuroanatomie = belangrijk!
- Tien functies van de hersenen en het zenuwstelsel (boek) = niet belangrijk
- Gyrus (γϋρος -> Gyri) in het brein = bocht -> oppervlakte van de winding -> rond
- Sulcus (Latijn -> Sulci) in het brein = groeven in het brein
o Ontstaan omdat de hersenen opgevouwen ziten in de schedel
- Cerebrum -> betekent niet meer dan ‘hersenen’
- Bulbus olfactorius = uitstulping van de hersenen gespecialiseerd in het ruiken -> dit
hebben allerlei diersoorten, maar de mens heef dit niet (of maar heel klein)
, - Je hersenen zijn geen statisch orgaan waarmee je de rest van je leven moet doen ->
je hersenen zijn fexibel = neurale plasticiteit -> delen van de hersenen die je veel
gebruikt of veel beoefent worden groter
o Je hersenen veranderen op basis van leren (het vormen van nieuwe
connecties tussen allerlei neuronen in je neuronale netwerk)
- Belangrijkste functies van de hersenen (erg algemeen):
o Perceptie (waarneming)
o Integratie van informatie (het maken van een perceptuele wereld)
o Actie (gedrag)
- Speciale terminologie over de locaties in het brein:
o Voorkant hersenen = anterior
Kant van de snavel bij vogels = rostral
o Achterkant hersenen = posterior
Kant van de staart bij vogels = caudal
o Bovenkant hersenen = superior (dorsal)
Kant van de rug bij dieren die op 4 poten lopen = dorsal
o Onderkant hersenen = inferior (ventral)
Kant van de buik bij dieren die op 4 poten lopen = ventral
Dit moet je uit je hoofd kennen!
- Speciale terminologie over doorsnijdingen van het brein:
o Coronale sectie = parallel aan het lichaam van boven naar onder
Een frontal view blijf over
o Horizontale (transversale) sectie = een deel van je schedel horizontaal
doorsnijden van voor naar achter -> dorsal view blijf over (van boven)
o Sagitale (longitudinale) sectie = van boven door het midden doorsnijden
(tussen de twee hemisferen door) -> een medial view blijf over
- Afferent = naar een structuur toe (input)
- Efferent = van een structuur weg (output)
- De hersenen zijn kwetsbaar, dus ze zijn goed verpakt:
o Skull (schedel) -> meninges: de hersenvliezen (dura mater (harde moeder) ->
arachnoid layer (spinnenwebvlies) -> subarachnoid space met cerebro-
(hersenen)-spinal-(ruggenmerg) fuid (CSF) -> pia mater (zachte moeder))
Als je een ontsteking hebt aan je hersenvliezen wordt dit menegites
genoemd -> dit is heel gevaarlijk -> kan overspringen op de hersenen
- De hersenen vanaf de buitenkant van hoog naar laag:
o Grote hersenen = cerebrum
o Kleine hersenen = cerebellum
o Hersenstam -> loopt over in het ruggenmerg -> houdt ons in leven
(onbewuste functies -> hartslag, waak/slaap ritme, ademhaling)
Limbisch systeem om de hersenstam heen -> emoties
Tumoren lager in de hersenen -> veel gevaarlijker
Hoe hoger een structuur fysiek in de hersenen ligt, des te
‘hoger’ (cognitiever) functie -> heel erg algemeen principe
o Klopt niet, maar het is nutg om in je hoofd te hebben
- De hersenen werken op 02 en suiker (glucose) -> komt uit ons bloed
o Hart -> hartslagader -> nekslagader -> onder het oor splitst deze zich in: