Identiteitsontwikkelingi en leellingieegieleidingi.
1. De Bigi Five kent vijf dimensies. Welke van de ondergenoemde is NIET correct.
a. Extraversie - omgeving gericht vs. Binnen gericht
b. Altruïsme - eerlijkheid vs. oneerlijkheid
c. Zorgvuldigheid - ordelijk vs. wanordelijk
d. Emotonele stabiliteit - rust vs. onrust
e. Openheid ervaring/ideeën - vernieuwend vs. behoudend.
2. Welke uitspraak over de dynamische stluctuul van Fleud is correct?
a. Bij het Super-Ego gaat het om de lustervaring en de drang die de mens van nature heef.
b. Bij Id gaat het over het geweten. Dit is cultureel en gaat om wat je als goed heb leren
kennen en juist als niet goed.
c. Ego hangt tussen Super-Ego en Id in en reguleert impulsen volgens het realiteitsprincipe.
3. Wat houdt hebt hebben van een identiteitsgievoel in?
a. De ervaring van jezelf als uniek persoon die zich herkenbaar onderscheidt van anderen.
b. Een identteit aannemen en je daarnaar gaan gedragen.
c. De kennis en ideeën die we in de loop van de tjd in de omgang met anderen en onszelf
vergaard hebben.
4. Er zijn vier aspecten aan het gievoel van identiteit. Welke is NIET correct?
a. Het besef van contnuïteit.
b. Het besef van herkenning en erkenning.
c. Het besef van een zinvolle toekomst.
d. Het besef van vrijheid en afankelijkheid.
e. Het besef van opvoeding en afomst.
5. “Alles wat groeit heef een basisschema en alle delen komen hieruit voort. Ieder op zijn eigen
tjd, totdat alle delen samen een goed functonerend geheel kunnen vormen. Hoe noemen
we dit?
a. Epigenetsch principe
b. Levensloopschema
c. De acht ontwikkelingsfasen
6. Een ‘ontwikkelingistaak’ is?
a. Het verwerven van een niveau van functoneren
b. De taak die binnen het doel van functoneren hoort
c. Het uiteindelijke doel bij een fase in de ontwikkeling
7. Wat is niet juist wanneer we het hebben over een ontwikkelingisclisis?
a. Ze zijn fasegebonden
b. Het doorstaan zorgt voor vitale vermogens
c. Het doorstaan ondersteunt de persoonlijkheidsontwikkeling
d. Het zijn zowel innerlijke als uiterlijke conficten
e. Het heef geen bijdrage bij het tot stand komen van levenscompetentes.
8. Welke uitspraken over identiteitsvelwallingi zijn juist (er zijn er meerdere mogelijk)
a. Bij biseksuele verwarring zoekt de adolescent uit of hij/zij voorkeur heef aan jongens of
juist aan meisjes.
b. Bij verwarring van waarden passen de waarden en idealen uit de samenleving niet in de
levensstjl van de adolescent.