6.1 De landelijke aanpak bij kindermishandeling en huiselijk geweld: de ketenaanpak
6.1.1 Wat houdt de ketenaanpak in?
Doel: zo snel en goed mogelijk de juiste hulp inzeten.
Samenwerking tussen diverse instantes en beroepskrachten met name beroepsmatg betrokkenen
die signaleren, doorverwijzen en melden, hulp opstarten, leveren en evalueren.
Gemeenten hebben afspraken en protocollen gemaakt met betrokken instantes over aanpak en
samenwerking bv korte lijn maken tussen polite en Veilig Thuis, afspraken over doorverwijzing en
terugkoppeling tussen polite, hulpverlening, reclassering en justte.
6.1.2 Verdeling binnen de ketenaanpak
3 fasen:
1. Signalering: wie kan kindermishandeling of huiselijk geweld signaleren iedereen die in
contact komt met de persoon of gezin, in het bijzonder beroepsmatg bv zorgverleners,
leraren, BSO, …
Taak: alert zijn op signalen en indien nodig handelen open houding, verkennen situate,
gesprek aangaan met betrokkenen, doorverwijzen, melding doen
2. ‘frontoffice’: plek waar een melding van vermoeden van huiselijk geweld of
kindermishandeling binnenkomt, waar inventarisate van de situate en benodigde hulp
plaatsvindt: polite, Veilig Thuis, GGD, Spoedeisende Hulp (SEH).
Ouderenmishandeling kan gemeld worden bij de Inspecte voor de Gezondheidszorg.
Veilig Thuis valt onder verantwoordelijkheid van gemeenten. Veilig Thuis bestaat zelfstandig
ofwel aangesloten bij een andere instante bv GGD, vrouwenopvang of algemeen
maatschappelijk werk.
3. ‘backoffice’: daadwerkelijke hulpverlening, toepassen van (straf)maatregelen jeugdhulp,
jeugdbescherming, algemeen maatschappelijk werk, GGZ, vrouwenopvang, polite,
(jeugd)reclassering, OM
6.1.3 De ketenaanpak in de praktjk
Samenwerking tussen instantes is in de praktjk niet altjd makkelijk haalbaar: communicate,
terugkoppeling en navolgen van gemaakte afspraken zijn aandachtspunten.
Ook onbekendheid met protocollen, tjd, mankracht spelen een rol.
Instantes kunnen moeite hebben met aanpak van huiselijk geweld i.v.m. onbekendheid, belangen
van betrokkenen, schending van vertrouwen en beroepsgeheim terughoudendheid in melden en
bespreken van vermoedens.
Daarom is in 2013 de verplichte meldcode geïmplementeerd: protocol van handelen dat elke zorg-
en hulpverleningsinstante dient te hebben en toe te passen. Het is geen meldplicht! Het is verplicht
voor de sectoren gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, jeugdzorg, maatschappelijke
ondersteuning (welzijn) en justte.
,6.1.4 Ontwikkelingen in de landelijke aanpak
Komende tjd landelijk aan de slag met:
Acteplan Aanpak kindermishandeling
Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik
Implementate van gespecialiseerde Kinder- en Jeugdtrauma Centra (KJTC)
Sinds 2015: gemeenten verantwoordelijk voor jeugdzorg, jeugdbescherming,
jeugdreclassering en een aantal taken binnen de WMO.
6.2 Gebieden waarop hulpverlening wordt ingezet
Bij de aanpak van huiselijk geweld wordt op 3 gebieden hulp ingezet:
1. Preventeve hulp
2. Hulp wanneer er sprake is van huiselijk geweld
3. Nazorg
6.2.1 Preventeve hulp
Voorlichtng over huiselijk geweld en kindermishandeling
Programma’s om taboe op praten over huiselijk geweld te doorbreken (zeker binnen
sommige buitenlandse culturen) en mentaliteit over het gebruik van geweld te veranderen.
Programma’s aan (potentile) plegers om ontstaan of herhaling van geweld te voorkomen.
Programma’s voor scholen waarin relates en geweld besproken worden en
weerbaarheidstraining aangeboden wordt.
Bewustwording en deskundigheidsbevordering bij professionals, gebruik van protocol- en
risicotaxate-instrumenten, verkleinen van de afstand en drempel tussen hulpverlening en
degenen die hulp of advies nodig hebben.
6.2.2 Hulp wanneer er sprake is van huiselijk geweld
Hulp om het geweld te stoppen, ervaring te verwerken en te zorgen dat er geen herhaling
plaatsvindt.
Hulp voor slachtofer(s), dader en koppel of gezin als geheel (systeemtherapie). Het kan individueel
of in groepsverband, of een combinate hiervan.
Hulp voor het slachtofer
Aandacht voor de gevolgen van geweld, verwerken van trauma en negateve herinneringen
Versterken van weerbaarheid, zelfvertrouwen en autonomie
Volwassenen: Aandacht voor verkrijgen van meer inzicht in de relate, eigen geschiedenis en
de geweldsdynamiek omdat het slachtofer gedragskenmerken kan laten zien die bijdragen
aan het escaleren van de situate.
Kinderen: aandacht voor loyaliteit, gemengde gevoelens, schuldgevoelens, nachtmerries,
veilig boos zijn, oorzaken en efecten van geweld, moeten missen van een ouder of familielid
en omgaan met andere gevolgen bv verhuizing of (tjdelijke) uithuisplaatsing.
Hulp voor de dader
Veranderen van gedrag: cogniteve gedragstherapie (inzicht, geschiedenis, ontstaan van
geweld, relate en geweldsdynamiek) en controle over het eigen gedrag.
, Bewustwording van gevolgen van geweld
Verantwoording nemen voor eigen gedrag en alternateve manieren aanleren
Signalen van confict, woede en controleverlies bij zichzelf leren herkennen en hoe hierop te
reageren bv instellen van een ‘tme-out’ eerst tot rust komen en daarna verder praten
Relate- en gezinstherapie
Aandacht voor de geschiedenis van beide partners, omtrent ontstaan en gebruik van geweld
Aandacht voor de relate, geweldsdynamiek, oorzaken en gevolgen van geweld (ook voor de
kinderen), onderlinge interacte en communicate bv beter leren ruzie maken, positeve
manier van omgaan, herstellen van vertrouwen en relates
Wie is er betrokken bij het geweld en hoe kan de situate veranderd worden, evt. met
betrekking van familie, school.
De Waag is een instante die een compleet hulpaanbod biedt, voor dader, slachtofer en
gezin.
Blijf-van-m’n-lijfuizen: hulpverlening aan vrouwen, mannen en kinderen die te maken
hebben met huiselijk geweld.
6.2.3 Nazorg
Punt van aandacht, gebeurt in de praktjk niet altjd.
Toch belangrijk, zeker als partners/ gezin besluiten weer samen te wonen onzekerheid, risico’s
Met ondersteuning kan de positeve vooruitgang beter gewaarborgd en voortgezet worden.
Evalueren, bijsturen en ingrijpen is dan mogelijk.
Kennis van een ‘vangnet’ maakt verdere groei mogelijk.
6.2.4 Andere hulp
Kijken wat factoren zijn die bijgedragen hebben aan het ontstaan van geweld bv geldproblemen,
werkloosheid, overlijden, psychiatrische- of verslavingsproblematek, onvoldoende pedagogische
kennis hierop hulp inzeten bv doorverwijzing naar schuldhulpverlening, GGZ, jeugdhulpverlening,
opvoedondersteuning, gezinsbegeleiding.
6.3 Cultuursensitef werken
6.3.1 Belangrijke cultuurgerelateerde verschillen/ aandachtspunten
Taalbarrière: moeite om uit te leggen wat er speelt en welke hulp nodig is. Hulpverleners
kunnen zich laten tegen houden om gesprek aan te gaan door de te verwachten taalbarrière.
Taboe rondom huiselijk geweld en kindermishandeling, minder gebruikelijk om problemen
buiten de familie te bespreken gesprek en hulpverlening kan moeilijker verlopen en meer
tjd kosten.
Nieuwkomers kennen de weg naar hulp en zorg nog niet, zijn niet bekend met de
Nederlandse gedachte over huiselijk geweld en kindermishandeling, leven in sociaal
isolement (enkel contact met mensen uit eigen cultuur)
In sommige culturen is er een tolerante t.o.v. de corrigerende tk en eergerelateerd geweld
Soms patriarchale machtscultuur: minder vrijheid, meer onderdrukking en spanningen die
niet uitgesproken kunnen worden of waar niet naar geluisterd wordt.
Soms strenge collecteve cultuur: ingaan tegen de familie is niet mogelijk
, Spanningen tussen generates: oudere generate houdt meer vast aan gebruiken van het land
van oorsprong, jongere generate wil westerse cultuur eigen maken.
6.3.2 Omgaan met cultuurgerelateerde aandachtspunten binnen de hulpverlening
Bij het aanbieden van voorlichtng, advies, preventeve hulp, hulpverlening en behandeling aan niet-
westerse doelgroepen wordt opgemerkt dat ze een andere of aanvullende hulpvraag hebben en een
oplossing zoeken die past binnen de eigen culturele normen en waarden
zo veel mogelijk erkennen en respecteren.
Hulpverlener moet ook uitspreken dat geweld niet geaccepteerd wordt, in geen enkel land
(Rechten van de Mens/ Rechten van het Kind).
Preventeve hulp zo veel mogelijk in eigen taal
Binnen de hulpverlening tjd nemen om een vertrouwensband op te bouwen zodat de drempel om
te praten langzaam verdwijnt en het accepteren van hulp makkelijker wordt.
Inzeten van een hulpverlener met dezelfde achtergrond kan helpen. Soms is dit nadelig, omdat de
hulpverlener uit dezelfde gemeenschap komt waardoor groepsbelangen groepsdruk mee kan spelen.
Inlichtngen over eigen situate in eigen taal geven bv over geweld, mishandeling, hulp- en
strafmogelijkheden, opzeten van een sociaal en professioneel steunnetwerk en
opvangmogelijkheden.
6.4 Aanpak eergerelateerd geweld in Nederland
Ook een ketenaanpak: samenwerking tussen polite, migrantenorganisates, hulpverlenende
organisates (Jeugdzorg, maatschappelijk werk en vrouwenopvang), Veilig Thuis, OM
Eergerelateerd geweld of een vermoeden daarvan kan gemeld worden bij Veilig Thuis, Polite of
specifeke meldpunten eergerelateerd geweld (vaak onderdeel van vrouwenopvang)
6.4.1 LEC EGG en polite
Landelijk Expertse Centrum Eer Gerelateerd Geweld (LEC EEG):
doet onderzoek naar de omvang van eergerelateerd geweld in Nederland, goede preventeve
maatregelen, goede manieren van de polite om in te grijpen, goede benaderingen door
hulpverleners, goede therapiein.
Biedt advies, voorlichtng en training aan politefunctonarissen en hulpverleners
Ontstaan 2008:
sindsdien meer bewustwording en deskundigheid bij de polite (signalering en handelen)
elke regionale polite-eenheid beschikt over een expertse aanspreekpunt eergerelateerd
geweld.
Sinds 2010 wordt bij de polite gewerkt met methode ‘LEC EGG’ om gestructureerd in te
kunnen schaten of er sprake is van eergerelateerd geweld o.a. Gebruik van checklist, aan de
hand daarvan wordt de situate ingeschaald en een plan van aanpak gemaakt. Tijdens dit
proces kan de polite advies vragen aan het regionaal aanspreekpunt, dat evt. weer advies
kan vragen bij het LEC.