Belangrijke punten:
- In de thermodynamica heb je het over een systeem en een omgeving
- Een toestand van lage energie heef een hoge aarschijnlijkheid (denk aan VB met bal in
lucht of op tafel).
- Warmte deeltjes be egen sneller meer energie maar ook meer anorde
entropie dit leidt tot de vrije energie et (zie theorie)
- Hydrogen bonds/ aterstofruggen komen door elektronegatviteit en polariteit
positeve H en negateve O trekken elkaar aan. (H2OHHHOH2, H is aantrekking). Vaak met
N- en O-atomen.
- Kool aterstoffen CH zijn apolair, apolaire moleculen prefereren apolaire omgeving.
-
Learning achievements for this part - what you should know:
state variables such as (moeten e dan nog meer kennen?!) inner energy, entropy,
enthalpy, and free energy;
Inner energy H energie die een bepaald ding bevat Energie H iets at beschrijf hoeveel
erk een systeem kan verrichten of hoeveel armte een systeem kan produceren.
Entropy (randomness S) H orde/ anorde Hoge entropie H veel anorde H (meest)
aarschijnlijk
Enthalpy ( armte H) H armte inhoud ∆H H verandering armte inhoud door het
breken of maken van verbindingen of interactes.
Free energy ∆G = ∆H - T∆S bruikbare energie, geef aan of een reacte spontaan
verloopt (∆G = negatief = spontane reactie, ∆G = positief = energie nodig,
∆G = 0 = thermodynamisch evenwicht).
the frst and second la of thermodynamics;
∆U = Ub – Ua (reactie AB)
∆U = q + w (first law) Energie uit isselen met omgeving kan door erk ( ) of armte
(q).
∆U: verandering in energie
q: warmte
w: werk (arbeid)
The second law of thermodynamics states that spontaneously
occurring processes always increase the entropy of our universe:
ΔStotal > 0
∆Stotaal = ∆Ssysteem + ∆Somgeving ≥ 0 (second law)
Is niet negatief omdat een negatieve S betekend dat er geen spontane
reactie kan plaatsvinden.
,Cellen behouden hoge orde om dit te doen moeten ze constant vrije
energie omzetten in warmte hierdoor gaat entropie in omgeving
omhoog.
, ho changes in free energy govern the directon of a process;
Free energy ∆G = ∆H - T∆S
∆G = negatief = spontane reactie, ∆G = positief = energie nodig, ∆G = 0
= thermodynamisch evenwicht.
Denk hierbij aan voorbeeld met bal in lucht of op tafel van hoge vrije
energie (positief, bal in lucht) wil iets naar weinig/geen vrije energie (0 op
tafel). De ∆G is tijdens dit proces negatief en dus verloopt de reactie
spontaan.
Vragen komen over wat ∆G wordt en hoe:
ho polarity is invoked in molecules;
Electronegatviteit H hoe hard iets trekt aan een elektron zorgt voor oneven verdeling van
lading in een molecuul (zie plaatje) afhankelijk van groote,
afstand en lading.
(Omdat broom groter is en dus meer protonen heeft dan waterstof
trekt broom harder aan elektronen. Hierdoor is de kans/
waarschijnlijkheid dat elektronen aan de broom kant zitten groter
dan bij het waterstofatoom, dit zorgt voor polariteit)
hat the difference is bet een polarity and charges;
Polariteit is hierboven uitgelegd en is een verschil in lading ín het molecuul (verdeling
lading). Lading duidt op de positeve of negateve lading over het gehele molecuul.
hat characterises a covalent bond;
Een covalente binding is een daad erkelijke binding tussen atomen
(In moleculen) aarbij ze elektronen delen. Alle andere niet-
covalente ‘dingen’ zijn interactes. Covalente bindingen zijn over het
algemeen heel sterk. Bij het delen van elektronen streven atomen
naar een gevulde buitenste ‘orbit’.