Hoorcollege stem week 2.1
Casus Hellen
Studente Hellen is 20 jaar en zit in het derde jaar van de theaterschool. Omdat ze
beginnende stemplooinoduli (verdikkingen van de stemplooien en zit aan 1 kant en
wordt veroorzaakt door overbelasting van de stem) heeft, is haar geadviseerd om
logopedie te volgen. Ze gaat naar de logopedist voor een stemonderzoek.
Inhoud
1. Coblenzer
2. Accentmethode Svend Smith
3. Nasaleermethode J. Pahn
4. Resonans
5. Lax vox
6. Wat kies je nu?
1. Coblenzer
Grondlegger: Horst coblenzer, Wenen
Natuurlijk en economisch stemgebruik zo min mogelijk verlies van energie.
Samenhang tussen lichaam en geest in relatie tot spreken en zingen.
Wat je ook denkt en hoe je je voelt het heeft altijd invloed op hoe je beweegt en wat
je spierspanning is.
Es spricht nicht nur der Kehlkopf, es spricht der Mensch. Der Mensch ist das
Instrument het is de mens die spreekt, niet alleen een klein strottenhoofdje wat
aan de gang is maar je gebruikt je hele lichaam en je geest.
Coblenzer principes
Oorzaak stemprobleem: verstoring van ritme door tijdgebrek, angst, stress,
hoge prestatiedrang. Het kan zich uiten in mensen die te hoog spreken door te
veel spanning of te snel spreken.
Doel: hervinden van het evenwicht. Bijvoorbeeld evenwicht in spierspanning
om goed rechtop te staan, evenwicht n de spanning van de larynx.
Vergroten van bewustzijn leidt tot betere beheersing van de spieren.
Doordat je je bewust ervan wordt krijg je een betere beheersing.
Doelgroep: acteurs, scholing, ook therapeutisch (patiënten en cliënten)
Therapeutisch principe: Non-directief (=indirect, zonder aanwijzing. Er wordt
alleen maar reflectie gevraagd aan de cliënt, er is geen correctie. Geeft via
een omweg input/stimulans om tot een zo natuurlijk mogelijke stemgeving te
komen), vragen naar waarneming, corrigeert niet in stemtechniek, wel in
uitvoering van de oefening
,Belangrijke aspecten uit Coblenzer
Eutonie balans in spierspanning. Er is evenwicht in de mate van spanning
en Coblenzer zegt dat dat de alertheid verhoogt en dat je een scherpere
waarneming bereikt.
Ademritme adem heeft altijd een ritme en iedereen heeft een individueel
ritme.
Foneren (Stemgeven )
Tohnstütze wordt bij veel klassiek zangers gebruikt. Je houd de
inademingsspieren een beetje open. Als je een toon maakt en inademt dan
hou je de toon even vast en wordt de toon goed gesteund (ademsteun)
Intentie de intentie die je hebt wat je wilt zeggen van invloed heeft op hoe
je je spreekapparaat aanstuurt. Hoe intenser je iets zegt hoe actiever je
middenrif spieren zijn.
Abspannen loslaten van de spieren in de buik, middenrif, spieren rond het
strottenhoofd en soms zelf de spieren rondom de kaak en tong. Middenrif
veert terug in de rustpositie.
Ventielspanning Spanning die gemaakt wordt in de vernauwing van het
aanzetstuk. Dit versterkt weer de activiteit van het middenrif.
Ritme Geïntegreerd proces, zit in adem maar ook in de beweging van het
hele lijf.
2. Accentmethode
Grondleggers
Doel
Voor wie?
Principes
3 ritmes
Transfer naar spraak
Oefenen
Grondleggers
Svend Smith belangrijkste grondlegger.
Kirsten Thyme – Frøkjaer heeft de methode verder verspreidt in Europa
Børge Frøkjaer – Jensen
Doel
Wegnemen van pathologische symptomen door het optimaliseren van normale
functies (Thyme – Frøkjaer & Frøkjaer – Jensen, 2004)
Normale manier van spreken. Zonder teveel of te weinig aanspanning.
,Resultaat therapie:
- Heldere, resonansvolle stem
- Vloeiende spraak
- Goede verstaanbaarheid/ articulatie
Voor wie?
Functionele stemstoornissen
o Bijv: Hypertone fonatie (teveel spanning), hypotone fonatie (te weinig
spanning)
Organische stemsstoornissen
o Bijv: Beginnen de noduli, randoedeem (verdikking van het slijmvlies van
de stemplooien door overbelasting of overprikkeling. Vaak verdeeld
over de hele stemplooien. )
Overig
o Bijv. stotteren, broddelen, ademhalingsklachten bij spreken
Deze kan je wat breder inzetten in vergelijking met Coblenzer.
Principes
Totale methode (holistisch) het is omvattend.
Non-directief principe waaruit gewerkt is voor en nadoen. Therapeut maakt
klanken en cliënt doet het na. = accentmethode.
Ritmiek & accentuering bij accenten wordt de stem hoger en luider en
daardoor wordt het middenrif weer geactiveerd en door een actief middenrif
krijg je een betere sturing van de adem. Er wordt begonnen met langzame
tempi en het wordt steeds sneller.
Borst (modaal) register sluiten makkelijker omdat ze korter en dikker zijn.
Je hebt ook een langere sluitingsfase.
Diafragmale (abdominale) adem
Opbouw er zit een hele duidelijke opbouw in.
Coblenzer heeft geen opbouw. Accentmethode werkt echt opbouwend.
Opbouw
1. Rustademing
a. Liggend
b. Zittend
c. Staand
2. Tempo 1: largo langzaam
3. Tempo 2: andante wandeltempo
4. Tempo 3: allegro galoptempo
5. Tekst
6. Inhoudsanalyse
, Stap 1: Rustademing
Liggend:
o Ruglig
o Evt. stabiele zijliging
o Hand op buik therapeut / cliënt
Zittend
o Schotse houding een hand ligt op je eigen buik en op de buik van de
therapeut en andersom. Op deze manier kan je je eigen ademhaling
voelen en die van de ander.
Staand
o Schotse houding of tegenover elkaar
o Meebewegen
Stap 5: tekst
Casus Hellen
Studente Hellen is 20 jaar en zit in het derde jaar van de theaterschool. Omdat ze
beginnende stemplooinoduli (verdikkingen van de stemplooien en zit aan 1 kant en
wordt veroorzaakt door overbelasting van de stem) heeft, is haar geadviseerd om
logopedie te volgen. Ze gaat naar de logopedist voor een stemonderzoek.
Inhoud
1. Coblenzer
2. Accentmethode Svend Smith
3. Nasaleermethode J. Pahn
4. Resonans
5. Lax vox
6. Wat kies je nu?
1. Coblenzer
Grondlegger: Horst coblenzer, Wenen
Natuurlijk en economisch stemgebruik zo min mogelijk verlies van energie.
Samenhang tussen lichaam en geest in relatie tot spreken en zingen.
Wat je ook denkt en hoe je je voelt het heeft altijd invloed op hoe je beweegt en wat
je spierspanning is.
Es spricht nicht nur der Kehlkopf, es spricht der Mensch. Der Mensch ist das
Instrument het is de mens die spreekt, niet alleen een klein strottenhoofdje wat
aan de gang is maar je gebruikt je hele lichaam en je geest.
Coblenzer principes
Oorzaak stemprobleem: verstoring van ritme door tijdgebrek, angst, stress,
hoge prestatiedrang. Het kan zich uiten in mensen die te hoog spreken door te
veel spanning of te snel spreken.
Doel: hervinden van het evenwicht. Bijvoorbeeld evenwicht in spierspanning
om goed rechtop te staan, evenwicht n de spanning van de larynx.
Vergroten van bewustzijn leidt tot betere beheersing van de spieren.
Doordat je je bewust ervan wordt krijg je een betere beheersing.
Doelgroep: acteurs, scholing, ook therapeutisch (patiënten en cliënten)
Therapeutisch principe: Non-directief (=indirect, zonder aanwijzing. Er wordt
alleen maar reflectie gevraagd aan de cliënt, er is geen correctie. Geeft via
een omweg input/stimulans om tot een zo natuurlijk mogelijke stemgeving te
komen), vragen naar waarneming, corrigeert niet in stemtechniek, wel in
uitvoering van de oefening
,Belangrijke aspecten uit Coblenzer
Eutonie balans in spierspanning. Er is evenwicht in de mate van spanning
en Coblenzer zegt dat dat de alertheid verhoogt en dat je een scherpere
waarneming bereikt.
Ademritme adem heeft altijd een ritme en iedereen heeft een individueel
ritme.
Foneren (Stemgeven )
Tohnstütze wordt bij veel klassiek zangers gebruikt. Je houd de
inademingsspieren een beetje open. Als je een toon maakt en inademt dan
hou je de toon even vast en wordt de toon goed gesteund (ademsteun)
Intentie de intentie die je hebt wat je wilt zeggen van invloed heeft op hoe
je je spreekapparaat aanstuurt. Hoe intenser je iets zegt hoe actiever je
middenrif spieren zijn.
Abspannen loslaten van de spieren in de buik, middenrif, spieren rond het
strottenhoofd en soms zelf de spieren rondom de kaak en tong. Middenrif
veert terug in de rustpositie.
Ventielspanning Spanning die gemaakt wordt in de vernauwing van het
aanzetstuk. Dit versterkt weer de activiteit van het middenrif.
Ritme Geïntegreerd proces, zit in adem maar ook in de beweging van het
hele lijf.
2. Accentmethode
Grondleggers
Doel
Voor wie?
Principes
3 ritmes
Transfer naar spraak
Oefenen
Grondleggers
Svend Smith belangrijkste grondlegger.
Kirsten Thyme – Frøkjaer heeft de methode verder verspreidt in Europa
Børge Frøkjaer – Jensen
Doel
Wegnemen van pathologische symptomen door het optimaliseren van normale
functies (Thyme – Frøkjaer & Frøkjaer – Jensen, 2004)
Normale manier van spreken. Zonder teveel of te weinig aanspanning.
,Resultaat therapie:
- Heldere, resonansvolle stem
- Vloeiende spraak
- Goede verstaanbaarheid/ articulatie
Voor wie?
Functionele stemstoornissen
o Bijv: Hypertone fonatie (teveel spanning), hypotone fonatie (te weinig
spanning)
Organische stemsstoornissen
o Bijv: Beginnen de noduli, randoedeem (verdikking van het slijmvlies van
de stemplooien door overbelasting of overprikkeling. Vaak verdeeld
over de hele stemplooien. )
Overig
o Bijv. stotteren, broddelen, ademhalingsklachten bij spreken
Deze kan je wat breder inzetten in vergelijking met Coblenzer.
Principes
Totale methode (holistisch) het is omvattend.
Non-directief principe waaruit gewerkt is voor en nadoen. Therapeut maakt
klanken en cliënt doet het na. = accentmethode.
Ritmiek & accentuering bij accenten wordt de stem hoger en luider en
daardoor wordt het middenrif weer geactiveerd en door een actief middenrif
krijg je een betere sturing van de adem. Er wordt begonnen met langzame
tempi en het wordt steeds sneller.
Borst (modaal) register sluiten makkelijker omdat ze korter en dikker zijn.
Je hebt ook een langere sluitingsfase.
Diafragmale (abdominale) adem
Opbouw er zit een hele duidelijke opbouw in.
Coblenzer heeft geen opbouw. Accentmethode werkt echt opbouwend.
Opbouw
1. Rustademing
a. Liggend
b. Zittend
c. Staand
2. Tempo 1: largo langzaam
3. Tempo 2: andante wandeltempo
4. Tempo 3: allegro galoptempo
5. Tekst
6. Inhoudsanalyse
, Stap 1: Rustademing
Liggend:
o Ruglig
o Evt. stabiele zijliging
o Hand op buik therapeut / cliënt
Zittend
o Schotse houding een hand ligt op je eigen buik en op de buik van de
therapeut en andersom. Op deze manier kan je je eigen ademhaling
voelen en die van de ander.
Staand
o Schotse houding of tegenover elkaar
o Meebewegen
Stap 5: tekst