Procesdiagnostiek
1ste driehoek
- Patiënt
Niet speculeren
o Geslacht
o Lengte
o Leeftijd
o Bouw
o Kleding (zolen, strakke spijkerbroek etc.)
- Omgeving
Niet speculeren
o Belichting
o Ondergrond
o Ruimte
o Toeschouwers?
Alleen als ze in beeld zijn!
o Obstakels
- Taak
o Grote/grove of kleine/fijne motoriek -> springen / schrijven
o Manipulatief of niet manipulatief -> een bal gooien / rennen zonder bal
o Propulsief / repulsief -> iets gooien / iets vangen
o Discreet/serieel/continu -> Hink / hink stap sprong / hardlopen
o Open/gesloten taak -> roltrap / gewone trap
o Self/externally paced -> je bepaald het zelf / de omgeving bepaald
o Motorisch/cognitief -> springen / schaken
o Locomotorisch / Niet-locomotorisch -> lopen / gaan staan
o Wat (wat is de taak)
o Hoe (motoscopie)
Doel bereikt
Consistentie (is iedere beweging hetzelfde)
Vloeiendheid
Balans
Posturale controle (evenwicht tijdens het bewegen)
Gebruik van vrijheidsgraden (maak je optimaal gebruik van de ROM?)
(A)symmetrie
Hand of voet voorkeur
Visuele focus
Onvrijwillige bewegingen
Niet gevraagde motoriek
o Waarom (omdat je de taak hebt gekregen om de beweging uit te voeren)
1
,2
, 2de driehoek
- Strategie (bij het opstaan, bijvoorbeeld eerst draaien en gaan
zitten voordat je opstaat, bij pijn een bewegingspatroon aanleren
om de pijn te vermijden = bad habit)
- Constraint (zijn er dingen die de beweging beperken?
Bijvoorbeeld : een te laag plafond, strakke kleding, iemand die
langs loopt, een hogere leeftijd, een hoger gewicht, spasme,
beperkte ROM, te weinig explosieve kracht, moeite met balans)
- Proces
o Stimulus identificatie nadenken over hoe je de oefening gaat uitvoeren
Hij hoort de taak, hij ziet de omgeving, hij voelt de ondergrond
Anticipatie (wat, waar en wanneer), monitoring, feedback
o Respons selectie beslissen of je het
uitvoert ja of nee
Het nemen van de juiste beslissing
o Respons programmering organiseren
en plannen van de genomen beslissing
Scenario wat er van te voren afgedraaid
moet worden
o Gegeneraliseerd motorisch programma
je gaat het programma in zetten om iets
uit te voeren
Uit je lange termijn geheugen word een
vast programma ophalen
o Parametrisatie hoeveel kracht en
snelheid heb je nodig om de motorische
actie uit te voeren
Het afstemmen van kracht, snelheid en amplitude. Als je moet
mikken of in een hoepel moet springen
o Ruggenmerg niveau/spierinitiatie benoem wat van toepassing
is tijdens het filmpje (er worden motorunits in de benen
gerekruteerd op een sprong te maken, de hoeveelheid wordt
bepaald door de kracht die nodig is.
Posturale controle, mate van stijfheid (co-contractie)
o Perifere zenuwtransmissie geleiden van de prikkel
Gaan via efferente zenuwbanen naar de motorunits, vervolgens
naar de spiervezels
o Kracht generatie de kracht wordt geleverd
o Output de beweging word uitgevoerd
Open loop / feedforward
Er kan niet meer gecorrigeerd worden (het moment van de bal los laten)
Hele snelle bewegingen
Geautomatiseerde bewegingen (seintjes zijn zo goed op elkaar afgestemd) -> autonome fase
Closed loop / feedback
Je kan nog bijsturen
De beweging kost iets meer tijd, waardoor je nog tijd hebt om te reageren
3
1ste driehoek
- Patiënt
Niet speculeren
o Geslacht
o Lengte
o Leeftijd
o Bouw
o Kleding (zolen, strakke spijkerbroek etc.)
- Omgeving
Niet speculeren
o Belichting
o Ondergrond
o Ruimte
o Toeschouwers?
Alleen als ze in beeld zijn!
o Obstakels
- Taak
o Grote/grove of kleine/fijne motoriek -> springen / schrijven
o Manipulatief of niet manipulatief -> een bal gooien / rennen zonder bal
o Propulsief / repulsief -> iets gooien / iets vangen
o Discreet/serieel/continu -> Hink / hink stap sprong / hardlopen
o Open/gesloten taak -> roltrap / gewone trap
o Self/externally paced -> je bepaald het zelf / de omgeving bepaald
o Motorisch/cognitief -> springen / schaken
o Locomotorisch / Niet-locomotorisch -> lopen / gaan staan
o Wat (wat is de taak)
o Hoe (motoscopie)
Doel bereikt
Consistentie (is iedere beweging hetzelfde)
Vloeiendheid
Balans
Posturale controle (evenwicht tijdens het bewegen)
Gebruik van vrijheidsgraden (maak je optimaal gebruik van de ROM?)
(A)symmetrie
Hand of voet voorkeur
Visuele focus
Onvrijwillige bewegingen
Niet gevraagde motoriek
o Waarom (omdat je de taak hebt gekregen om de beweging uit te voeren)
1
,2
, 2de driehoek
- Strategie (bij het opstaan, bijvoorbeeld eerst draaien en gaan
zitten voordat je opstaat, bij pijn een bewegingspatroon aanleren
om de pijn te vermijden = bad habit)
- Constraint (zijn er dingen die de beweging beperken?
Bijvoorbeeld : een te laag plafond, strakke kleding, iemand die
langs loopt, een hogere leeftijd, een hoger gewicht, spasme,
beperkte ROM, te weinig explosieve kracht, moeite met balans)
- Proces
o Stimulus identificatie nadenken over hoe je de oefening gaat uitvoeren
Hij hoort de taak, hij ziet de omgeving, hij voelt de ondergrond
Anticipatie (wat, waar en wanneer), monitoring, feedback
o Respons selectie beslissen of je het
uitvoert ja of nee
Het nemen van de juiste beslissing
o Respons programmering organiseren
en plannen van de genomen beslissing
Scenario wat er van te voren afgedraaid
moet worden
o Gegeneraliseerd motorisch programma
je gaat het programma in zetten om iets
uit te voeren
Uit je lange termijn geheugen word een
vast programma ophalen
o Parametrisatie hoeveel kracht en
snelheid heb je nodig om de motorische
actie uit te voeren
Het afstemmen van kracht, snelheid en amplitude. Als je moet
mikken of in een hoepel moet springen
o Ruggenmerg niveau/spierinitiatie benoem wat van toepassing
is tijdens het filmpje (er worden motorunits in de benen
gerekruteerd op een sprong te maken, de hoeveelheid wordt
bepaald door de kracht die nodig is.
Posturale controle, mate van stijfheid (co-contractie)
o Perifere zenuwtransmissie geleiden van de prikkel
Gaan via efferente zenuwbanen naar de motorunits, vervolgens
naar de spiervezels
o Kracht generatie de kracht wordt geleverd
o Output de beweging word uitgevoerd
Open loop / feedforward
Er kan niet meer gecorrigeerd worden (het moment van de bal los laten)
Hele snelle bewegingen
Geautomatiseerde bewegingen (seintjes zijn zo goed op elkaar afgestemd) -> autonome fase
Closed loop / feedback
Je kan nog bijsturen
De beweging kost iets meer tijd, waardoor je nog tijd hebt om te reageren
3